Follow by Email

donderdag 28 augustus 2014

Maandbrief - zeven maanden.

Lieve Kasper,

Deze keer gaan we uw maandbrief eens onderverdelen in wat puntjes, kwestie van hopelijk de lengte van dit ding wat in te perken. Ge weet dat nog niet, hé vent, maar uw moeder is niet zo goed in beknopt schrijven. Vandaar!

Liefde: Het is onwaarschijnlijk, maar toch echt waar; ge hebt uw eerste crush te pakken en hij is nog wederzijds ook! Het enige lastige aan dat zaakske is het leeftijdsverschil. Het gaat om uw verzorgster in de crèche. Als we nog maar voor de deur staan en zij komt aanlopen, dan begint ge keihard te lachen. Zij rukte u vandaag bijna uit mijn armen en zei toen verschrikt: “Oh sorry, woudt gij hem zelf nog vasthouden?”, waarop ik lachte dat ik alleen uw jas even wou uitdoen en toen zei ze: “Maar dan mag ik hem toch al pakken, hé?” Ze is drie weken met vakantie geweest en alle crèchedames beaamden dat gij haar superhard herkende toen ze weer ten tonele verscheen. Ge zijt een pateeke, gij! Uw vlam is niet overdreven intelligent, denk ik, maar ze is wel heel lief. Ze doet wat ze kan voor u en dat is het belangrijkste. Laat u maar goed door uw grote vriendin vertroetelen.

Op onderzoek uit: Uw box is veel te klein geworden voor u. Ge rolt in alle richtingen en knalt daar natuurlijk meteen tegen de zijkanten van dat ding. Ge zit soms ook vast met uw voetjes tussen die spijlen en dan is het weer mama of papa to the rescue. Uw favoriete plek is uw speelmat. Die is minder afgebakend, dus als ge daar ergens af wilt rollen, dan is er niemand die u dat belet. Soms komt ge wel ruw in aanraking met de maxi cosi of met de kast, maar daar zult ge dan toch moeten mee leren omgaan. Tegenwoordig zijn ook de koude en harde stenen geen onmogelijk terrein meer. Papa zal dus heel dringend het stopcontact moeten beveiligen, want het is echt maar een kwestie van tijd tot ge nog veel verder op onderzoek uitgaat! Als er ergens iets ligt dat ge wilt hebben, dan zult ge het krijgen, dat is al lang duidelijk. Ge rolt ernaartoe, ge ligt op uw buik en strekt u tien keer na elkaar uit terwijl ge op uw voetjes steunt, en zo raakt ge dan toch centimer voor centimer dichter. En als er wat frustratie bij komt kijken, dan steekt ge uw poep in de lucht, leunt op uw voeten en ... terwijl ge dan verwacht dat ge zoudt gaan kruipen, doet gij één of andere wormbeweging en doet dan nog een halve rol, tot ge bij het gewenste voorwerp zijt. Uw vader en ik lachen ons echt soms een kriek, zijt daar maar zeker van!

Alleen spelen: Echt waar, mijn vriend, ge doet dat tegenwoordig fantastisch. Ge hebt begrepen dat er zoveel te ontdekken valt, dat speelgoed véél mogelijkheden heeft, dat een beetje vertellen tegen uw speeltjes ook wel tof kan zijn en vooral dat kindje dat altijd in uw spiegel opduikt is uw grote vriend. Als ge uitgeslapen, that is, maar we klagen niet. Ge doet dat gewoon schitterend! Uiteraard mogen we niet te ver weglopen, want dan krijgen we een concert. Niet dat we het heel erg vinden om in de buurt te blijven, want het is zo fascinerend om te zien wat ge allemaal doet.

Slapen: We zijn nog steeds verbaasd, hoewel ge het intussen toch al een hele tijd goed doet. We kunnen er nu doorgaans vrij zeker van zijn dat ge gewoon gaat slapen als we u in bed stoppen. Ge moet wel moe genoeg zijn en we moeten het juiste moment uitkiezen, maar dat houdt het spannend. ;-) ’s Avonds is het al helemaal geen probleem; dan zijt ge meestal zo uitgeteld, dat uw ogen al wegdraaien van zodra we uw slaapdoekje tegen uw gezichtje leggen. Ge rolt dan op uw zij en dan weten we dat het goedkomt. Sinds een paar weken slaapt ge trouwens ook ’s nachts in uw groot bed. Overdag werden dutjes daar al gedaan, maar nu is uw wieg dus helemaal niet meer nodig. De overstap naar uw groot bed is eigenlijk vlotjes verlopen, hoor! Alleen die nachtvoeding, die blijft. En de ontelbare tutterugduwingen ook. We geloofden éventjes dat we op goeie weg waren, trouwens. Vorige week hebt ge verschillende dagen na elkaar gegeten tussen 23u en 24u en dan sliept ge tot ergens tussen 5 en 6. Ja, daar waren we al blij om. Maar intussen is het weer helemaal om zeep en dat begint echt te wegen. Misschien toch een klein werkpuntje van maken, jongen?

Ontdekking van de maand: Als we u eerst een lange dut laten doen, dan kunnen we met u naar overal. Zélfs naar feestjes met veel mensen en nog meer lawaai. Tot het moment dat ge opnieuw zoudt moeten slapen, that is, maar het is een ware openbaring. En een heerlijke opluchting!

Tanden: Twee zijn er door en nummer drie zit precies al klaar! Gelukkig hebt ge er niet al te veel last van gehad of toch niet dat wij het gemerkt hebben. Het enige grote verschil dat we zien, is dat ge nu op tutjes en flesspenen zit te bijten. Als het dat maar is ... ;-)

Lengte en gewicht: De laatste keer dat we naar K&G gingen, bleek dat ge niet meer helemaal op uw gewichtscurve zat. De computer gaf nog geen rood lampje (alarm alarm dus), maar wel een oranje – moet in de gaten gehouden worden. Ge zijt een wreed actief bazeke en dat zag die verpleegster toen ook wel, dus dat stelde haar gerust. Geen reden tot paniek, maar we moesten het wel wat in het oog houden. Nu namen wij u normaal al wel eens mee op onze gewone weegschaal, zo kregen we op zijn minst toch een idee van hoe het met uw gewicht stond. Alleen had die dan weer net de geest gegeven en we hadden dus een paar weken geen materiaal. Toen we een nieuwe kochten, bleek die ook zo onbetrouwbaar als de pest, maar ze wekte alvast toch de indruk dat ofwel zelfs waart afgevallen of anders alvast heel weinig bijgekomen. Ikzelf was niet ongerust, want ge eet gewoon goed en ge zijt vrolijk en actief ook. Uw vader geloofde mij wel, maar wilde toch graag eens een extra meting gaan doen bij K&G. Voor zijn gemoedsrust. Mwoeha. Ge zijt nu 66cm en weegt 6850gr, wat maar 90gr meer is dan exact een maand geleden. Hmm, da’s niet zo schitterend, makker. Ge zijt compleet van uw curve gedonderd, maar blijkbaar zijt ge nu wel eindelijk ‘in verhouding’. P7 ofzo voor zowel lengte als gewicht. Het moet zeker opgevolgd worden, maar nog steeds geen reden tot paniek. Okido, daar heb ik namelijk ook geen zin in!

Grappige dingetjes: Als uw vader zijn stoppelbaard laat staan, dan raspt gij daar continu uw handes aan. Het moet zijn dat ge wéét dat die baard er is, want bij mij hebt ge dat nu nog nooit gedaan. (Chanceke :P) Bij mij knijpt ge dan weer keihard in mijn kaken, iets dat ge bij uw vader niet doet. Ge lacht ook heel makkelijk en het is onmogelijk om bij uw geschater een slecht humeur te behouden. Thanks, hunnypup, het wordt geapprecieerd! Ook in de crèche houden ze van uw vrolijkheid. En het is absoluut zeker dat ge later fotomodel gaat worden; van zodra wij een camera bovenhalen, kijkt gij récht in de lens en haalt uw mooiste lach boven! Ge zijt toch ne speciale, hoor ...

Maar, speciale van ons, ge doet het tegenwoordig gewoon heel goed. We genieten met volle teugen en zien u iedere dag liever. Ge zijt de max, patatje!

Dikke zoen,
Mama

 

maandag 28 juli 2014

Zes maanden.

Lief, klein scharminkel,

Kuch. Zes maanden zijn er voorbij. Zés?! Jep. Mijn hoofd is nog steeds helemaal in de war als het opmerkt dat het al juli is, want voor mijn gevoel zijn we nu ergens maart ofzo. Mijn lichaam daarentegen zegt dan weer dat het misschien al terug januari is ... , wat een half jaar niet meteen geweldige nachten al niet met u doet, hé.

Maar goed. Vorige maand beschreef ik nog hoe het allemaal toch niet meteen rozengeur en maneschijn was. Mama en papa waren eigenlijk een beetje de wanhoop nabij en dat werd er zeker niet beter op bij de gedachte dat mama ook nog eens opnieuw aan het werk zou moeten en de dosis energie dus nog meer verdeeld zou moeten worden tussen honderdeneen dingen. Ik had het toen nog over een BBQ waar we naartoe zouden gaan en waarvan ik hoopte dat ge het er goed zoudt doen. Niets was dus minder waar, makker. Uw ouders deelden welgeteld één worstje, kwakten nog een schepke groenten op hun bord en vraten dat aan een sneltempo leeg, om dan met u huiswaarts te keren. Drie uur en een half hebben we het volgehouden, waarvan uw vader er één met u (wenend) is gaan wandelen en ge al de rest van de tijd het gezelschap hebt verblijdt met brulsessies.

Gelukkig sprak ik er met een vriendin over onze probleempjes met u en zij vertelde meteen dat ze dat met hun eerste zoon ook hadden voorgehad. Niet willen slapen, grote schreeuwsessies, door het niet slapen altijd moe zijn en dus altijd heel veeleisend en niet meteen vrolijk ... . Zij hadden toen de hulp ingeroepen van hun vroedvrouw. Laat dat nu net dezelfde zijn als die van ons ... . De avond van de BBQ besloten uw vader en ik dus dat ik haar zou opbellen en om hulp zou vragen. Ook al waart gij al vijf maanden en ook al zou zij waarschijnlijk niet veel meer kunnen zeggen dan wat ge op honderdduizend internetsites ook al kondt vinden. Maar, zo redeneerden we, op dat internet zeggen ze ook zoveel uiteenlopende dingen en bovendien probeert ge dan weer eens dit en dan werkt dat voor vier dagen en dan probeert ge eens dat en dan is dat weer ok voor een dag of drie en wéér doet ge iets nieuws en ... . Als die vroedvrouw nu met tips zou komen, dan zouden we ervoor gaan. Simpel. Op mijn eerste werkdag belde ik haar dus op en ik vermoed dat ze ergens wel hoorde dat er een lichte mate van wanhoop in het spel was, want meteen de volgende avond verscheen ze al op het appèl.

Wat ze te vertellen had, was inderdaad niets wereldschokkends. Het klonk wijs, maar wat nog het meest deugd deed, was dat ze ons ook wel begreep. “De vraag is niet hoe lang hij het volhoudt”, zei ze, “maar hoe lang jullie het nog volhouden.” De bedoeling was dat we een ritueeltje zouden inbouwen en u dan wakker in uw bedje zouden leggen. Uiteraard zoudt ge wenen. We mochten om de twee minuten terug uw kamer binnenstappen en proberen u te troosten, maar onder geen beding mochten we u terug uit uw bed pakken. Ze zei dat ze het zou begrijpen als we het na heel lang brullen niet meer zouden volhouden. Toch moesten we het proberen. Ze zei ook dat ik er afgepeigerd uitzag. Vreemd genoeg deed me dat even deugd; bevestiging dat ik niet enkel in mijn hoofd zo dood- en doodmoe ben. En ze vertelde hoe ze zelf een dochter had gehad die ook weigerde te slapen, hoe ontzettend moe ze ervan was geweest en hoe moeilijk dat alles maakte. Uw huishouden doen, zorgen dat ge niet boos wordt op elkaar zomaar om niets, een beetje lief blijven voor het kleintje ... . Ze begreep ons.

Maar goed, we gingen er dus voor. Aangezien mama iets beter omkan met uw doordringende gehuil, zou zij zeker de eerste dag voor haar rekening nemen. Ik nam een boek mee naar boven (the fault in our stars, trouwens, schitterend boek!) en daar gingen we dan. Propere pamper, slaapzak aan, verhaaltje voorlezen, dikke zoen en ge kreegt ook nog een nieuw knuffeldoekje mee in uw bed. Ge huilde. Uiteraard. Mama stapte buiten en begon aan haar boek. “Na vijf bladzijden ga ik weer naar binnen”, nam ze zich voor. En zo geschiedde. Ge weende veel. En hard. Maar om de vijf bladzijden kwam mama terug en begon ze als een gek te knisperen met uw favoriete speelgoedje, volhardde ze tot ge toch weer wat rustiger waart en ging terug buiten. Om dan vijf bladzijden later wéér terug te komen en vijf bladzijden verder nog eens en ... . Na ruim een half uur was het plots stil. Mama staarde verbaasd naar papa, die even was komen kijken. “Als het dit maar is ... dan vind ik het nog wel goed te doen!” Echt gebrul was er niet aan te pas gekomen. We zaten onwennig in de zetel een beetje naar de babyfoon te staren, klaar om bij de eerste kik naar boven te vliegen om uw tut terug te geven. Alles om te voorkomen dat ge écht wakker zoudt worden. Dat was dus de eerste nacht. De tweede sliept ge na anderhalve minuut, schat ik. En in het weekend dat daarop volgde, legden we u overdag zelfs in uw groot bed op uw eigen kamer en ge deed daar gewoon uw ogen dicht en gingt maffen?!

Ge zoudt denken dat we kiekens waren dat we dit nooit hadden geprobeerd, maar ik zwéér u dat we dat misschien twee weken voordien nog hadden gedaan. Het was weer zo’n situatie geweest waarin uiteindelijk uw beide ouders samen knock-out op bed lagen, maar gij waart nog altijd aan het tamboeren, hoor. En nu plots ... deedt ge het dus wel. Was het de strenge uitleg van de vroedvrouw die ge hadt gekregen? Vondt ge plots dat ge er toch klaar voor waart? Hebt ge toch gevoeld dat uw moeder vastbesloten was om dit keer door te zetten tot zij zou winnen en niet gij? Geen idee. Het belangrijkste is dat het leek te lukken.

En plots gingen de dingen zoveel makkelijker. Bij moeke sliept ge gewoon in het grote bed dat ze voor u had klaarstaan, bij opa juist van hetzelfde, in de crèche begonnen ze u een geweldig vrolijke kerel te vinden en wij voelden plotseling weer de ruimte om af en toe eens een kléin beetje op adem te komen. We durfden het bijna niet te geloven; zou er nu echt een kentering zijn?

Intussen waart ge ook druk bezig met nieuwe dingen leren. Ge rolt nu vlotjes in alle richtingen, ge beweegt u op die manier echt voort – uw box is gewoon te klein – en grijpt zo naar speelgoed en verplaatst het daarna allemaal naar dezelfde kant. Ge rolt ergens naartoe, maar weet dan niet hoe ge terug moet geraken. Ge rolt de ene kant op en ligt dan tegen de rand van uw park en vraagt u dan toch plots af hoe ge daar nu weg kunt geraken. Ge maakt een hoop geluiden; pfffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffff is een favoriet, lachen ook, helaas ook iets dat klinkt als een stikkende baby, maar gij vindt dat blijkbaar tof om te doen, ... . Uw groentepap smikkelt ge ook meestal braafjes op en volgens de crèche hebt ge het concept verbazend goed door voor zo’n kleintje. Niks geen gevecht of geklungel, gewoon mondje open en hap. Goed zo!

Deze maand was duizend keer beter dan de vorige, lieve schat. We durven het nog steeds niet te geloven, maar negen van de tien keer lukt het dus om u wakker weg te leggen als ge moe zijt. Doordat ge dan slaapt, hebben één wij hier en daar eens wat tijd en zijt gij twee ook gewoon veel beter gezind. Uitgeslapen is vrolijk, eigenlijk. De max!

Alleen op verplaatsing blijft het lastig, wat ons een beetje aan ons huis kluistert momenteel. We zijn niet van plan om de rest van onze dagen ons kot niet meer uit te komen, maar we denken wel eerst eens vijf minuten na voor we ergens “ja” op zeggen. Maar we genieten iedere dag meer van u, venteke. En als ge flink gaat slapen als ge moe zijt, hé makker, dan krijgt ge van mij nog een nachtvoeding zo lang ge dat zelf nodig vindt. Echt. Want zo’n vrolijk manneke, daar doen wij gewoon alles voor!

Blijft dus volgende maand maar gewoon voortdoen zoals nu. Ge doet dat goed. Leert nog maar heel veel bij en voor de rest zijn we fan van u. Houdt dit alstublieft vol, zodat mama en papa helemaal op hun positieven kunnen komen voor er weer een of andere groeispurt opduikt of voor tanden u wat komen teisteren.

Dankuwel, Kasperlief, dankuwel. We zijn trots op u!

Dikke zoen,
mama

zondag 27 juli 2014

We gaan ervoor.

“Maar allez, gij hebt uw lijn al helemaal terug!”, roept iedereen. Ze vergeten dat ‘mijn lijn’ er nooit is en bovendien dat mijn gewicht al mijn hele leven lang bijzonder hard schommelt en dat het er dus maar van afhangt welk referentiepunt ge neemt. De realiteit zegt namelijk iets anders. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, een dikke week na de bevalling, had ik terug mijn gewicht van voor de zwangerschap. Dat kan ik met zekerheid weten, want laat de kilo’s nu net iets zijn dat ze iedere keer noteren in het zwangerschapsboekje. De periode nadien viel ik zelfs nog een beetje extra af. Geen tijd om fatsoenlijk te eten en extreme moeheid hebben daar vast toe bijgedragen. Daarna ging het echter zoals dat altijd gaat; ge zit een beetje te veel thuis, ge wordt iets te gefrustreerd door uw baby die weigert te slapen, ge hebt nog altijd niet de energie om gezond te zitten koken en dus komen die verloren kilootjes er snel weer terug aan. Intussen is zoonlief bijna zes maanden en de weegschaal liegt niet; er zou toch minstens vijf kilo nog moeten verdwijnen. Ooit viel ik er zeventien af, maar dat hoeft nu ook weer niet het doel te zijn. Vijf minder en dan zit ik ergens in het midden van die zeventien. That’ll do, denk ik dan maar.

Ik ben niet de enige in huis die hier op tijd en stond eens wat worstelt met het gewicht. De echtgenoot was ooit heel erg dik, nog voor ik hem leerde kennen. Bij onze eerste ontmoeting woog hij het minste ooit, maar dat was gebeurd door te leven op cracotten en ettelijke uren per dag te sporten, dus het was al vrij duidelijk dat dat nu ook weer niet haalbaar was. Sindsdien schommelt het ook bij hem altijd wel wat. Hij heeft wel het ‘geluk’ dat extra gewicht bij hem altijd komt door excessief veel en ongezond eten en dat dat er dus ook relatief vlot weer afgaat. Een jaar geleden was het de bedoeling dat we naar Turkije zouden gaan en dat hij zich daar nog te buiten zou gaan aan alle bufetten, om daarna er volledig voor te gaan en weer af te vallen. Sporten en op zijn eten letten, dat zou het worden. Wat er in Turkije gebeurde, ging niet in zijn koude kleren zitten en bij thuiskomst waren er wel andere zorgen dan de weegschaal. Het startmoment werd altijd wat opgeschoven. Ik was zwanger en kon dus niet mee diëten, wat zijn motivatie niet ten goede kwam. Uiteindelijk zou hij eraan gaan beginnen op 1 januari, maar vlak daarvoor werd het hier weer allemaal erg spannend door de complicaties en de nakende keizersnede, dus wederom werd het niets. “Zodra die kleine er is, ga ik ervoor!”, riep hij dan. Ik was eerder sceptisch, want ik vermoedde al wel dat we met een energiegebrek zouden te maken krijgen en dat sporten er de eerste periode nu ook niet meteen bij zou zijn. Ik kreeg dus gelijk. Er kwam een moment dat ik zelfs niet meer mocht weten hoeveel hij woog. Dat zegt al genoeg, zeker? Kort geleden moest hij naar een dokter en er moest een bloedonderzoek gebeuren. Ik keek op dat blad wat ze dan allemaal gingen onderzoeken en toen zag ik plots dat zijn gewicht erop stond. Hij was bijzonder slecht gezind, maar nu wist ik wel hoe het ervoor stond.

Dinsdag is mijn lief zijn verjaardag. Traditioneel eten we dan frituurkost, vooral véél. Vanaf woensdag gaan we er dus terug voor. Hij zal veel meer kwijt moeten raken dan ikzelf, maar waarschijnlijk zal hij er minder moeite voor moeten doen. As usual. Het zweet breekt me wel al een beetje uit, want ’s ochtends heb ik tegenwoordig echt niet meer de tijd om koude groentjes te staan snijden en al. Planning zal levensbelangrijk zijn.

Wish us luck, lieve mensen. ‘t Zal nodig zijn!

zaterdag 28 juni 2014

Maandbrief - vijf maanden.

Mijn liefste patatje,

Hier zag het er allemaal nog rooskleurig uit, hier best ook nog wel en hier wilde ik vooral hoopvol zijn. De afgelopen maand was wanhopig echter het woord dat het vaakst in mij opgekomen zou zijn als iemand gevraagd zou hebben hoe ik me voelde. Bij uw vader ongetwijfeld ook. Het waren weken van veel gebrul en vooral ontroostbare toestanden. Er was het moeten weghollen van feestjes, omdat gij het niet naar uw zin hadt en dus vanaf de eerste tot de laatste minuut huilde. Heel hard. De grootouders die sporadisch al eens een paar uurtjes oppasten, waren onder de indruk van uw volume en van het feit dat ge niet slaapt.

Het is weer moeilijk geweest, vriendeke. Uw parentale entiteiten zijn een beetje aan het eind van hun Latijn en dan zijn ze nog de helft van de maand allebei thuis geweest. Vanaf volgende week moet mama ook weer aan het werk, dus dat belooft! Waarom ze zo uitgeput zijn? Het is een combinatie van verschillende factoren natuurlijk. Ge slaapt nog steeds niet door, om te beginnen. Integendeel, ge doet het zelfs slechter dan een tijdje geleden! Toen liet ge soms al eens een uur of acht tussen twee voedingen. Het resultaat was nog steeds dat we uit ons bed moesten ’s nachts, maar er was tenminste nog hoop dat die uren dan wat zouden opschuiven en dat we dan tot een acceptabel ochtenduur zouden komen. Tegenwoordig laat ge zelfs nauwelijks meer dan vier uur tussen en dat is ... behoorlijk slopend. Daarnaast begint uw dag tegenwoordig vaak tussen vier en vijf in de ochtend. Het behoeft geen uitleg dat dat niet meteen tof is. Er zijn op dat uur zelfs nog geen televisieprogramma’s, man! Alleen maar herhalingslussen. En dan is er nog het bijzonder uitputtende brullen. Ge zijt moe en geeft heel veel signalen af (in uw oogskes wrijven, geeuwen, met uw handje over uw eigen hoofdje strelen (als ge héél moe zijt ook wel erop kloppen)), maar ge weigert toe te geven. We hebben werkelijk al alles geprobeerd; u dan in uw mand leggen, u op een kussentje in de zetel leggen onder een tetradoek, u in uw doomooseat neerplanten met een dekentje, maar slechts heel zelden lukt het om u vredig te laten in slaap vallen. Op die momenten helpt ook helemaal niets en dat is nog het meest frustrerende. Op zo’n momenten wordt het hier erg moeilijk, lieve schat. Onze reserves zijn een beetje op. Uw vader wordt daardoor heel snel geïrriteerd en ikzelf blijf de kalmte zelve, maar sluit me volledig af. Behalve u vasthouden doe ik helemaal niets meer. We moeten hier iets op vinden, Kasperito, want dit is voor geen van ons allen leuk, toch? In de crèche bakeren ze u blijkbaar in en dat zou werken. Hoewel ik wat mijn twijfels heb bij dat inbakeren, net omdat ge overal leest dat ge normaal op deze leeftijd al aan het afbouwen moet zijn, hebben we het hier toch ook een paar keer geprobeerd. Resultaat: noppes. En als kers op de taart blijft ge zo geweldig moeilijk op uw eentje spelen, waardoor we ons hier bijna continu in allerlei bochten moeten wringen om u bezig te houden. Not funny. Echt niet.

Ook ergens naartoe gaan met u is verre van een pretje. De eerste en ergste keer was een communiefeest, waar ge werkelijk van de eerste tot de laatste minuut hebt gebruld. De mensen buiten op het terras hadden het er allemaal over “amai, die is wel stevig over zijn toeren” en ik kon alleen maar denken “ik wéét het, maar wat moet ik eraan doen?!”. Uiteindelijk zijn we toen maar naar huis gegaan, na een uur of vijf. Helaas betekende thuis toen ook geen oplossing, waardoor we diezelfde avond nog naar het ziekenhuis hebben gebeld om te vragen of dit nog normaal was of dat we toch geacht werden iets te doen. Het antwoord was: “Kom ermee naar spoed, dan kan de kinderarts checken of er toch niet iets aan de hand is”, maar toen we de straat nog maar uitreden, waart gij al in slaap gedonderd. Eindelijk. Ook daarna bleken feestjes niet meteen uw favoriet; op familie-etentjes wisselen uw ouders, uw oma, uw tante en uw nonkel elkaar meestal af om te proberen u te temmen. Uw neefke ligt daar ondertussen vredig te spelen en als ze die in zijn bed stoppen, slaapt hij meteen prinsheerlijk. Er bestaat geen groter contrast dan tussen jullie. Vanavond gaan we naar een BBQ. Zoudt ge alstublieft willen proberen dit keer gewoon uw aangename kant boven te halen?

Want garnaaltje, die hebt ge echt, hoor! Ge kunt lachen als de besten en daarmee alle vrouwen (en stiekem ook mannen) om uw vinger winden. Ge hebt een heerlijk expressief gezicht en prachtige, grote, blauwe kijkers die nieuwsgierig alles willen zien wat er gebeurt. Ge kunt vertellen als de besten, als ge op uw gemak zijt. En er zit pit in u, dat is wel het minste dat ge kunt zeggen. Dus als ge niét weent, dan is de wereld weg van u. Eerlijk waar.

De afgelopen maand was er trouwens eentje van veel eerste keren:

·        naar de crèche! Op dag één bracht ik u met een gerust gevoel. Geen enkele seconde had ik het gevoel te moeten huilen. Gij weende ook niet, trouwens. Ik gaf u aan de verantwoordelijke en ge begont daar meteen naar te lachen. ’s Avonds was het echter minder tof. Ik stapte nog maar binnen en ze zei al: “Uw zoon heeft het echt niet goed gedaan, hoor!” Ge hadt niet willen eten, niet willen slapen en ge hadt heel veel gebruld. Op de terugweg naar huis heb ik geweend, jongen. Ik had uiteraard verwacht dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn zou zijn, maar dit was wel even een heel koude douche. De volgende twee dagen waren ook nog alles behalve goed. Gelukkig kregen we vanaf de week nadien altijd te horen dat het beter was gegaan. Vorige week zeiden ze zelfs dat ge schitterend waart en dat ge het heel goed doet! Bedankt, vriendeke, echt. Nu kan ik met een gerust hart naar mijn werk gaan zonder bang te moeten zijn dat ge er niet graag zijt.

·        ziek, helaas. Uiteraard kwam het op een verschrikkelijk ongelegen moment (ik moest vijf dagen op rij het hele land door om met mijn koor te gaan zingen in allerlei grote zalen en uw vader was dus alleen thuis met u) en er kwam een helse tocht in een auto zonder gps door de file met een zeer beperkt tijdsbestek aan te pas, maar het verdict was dat ge waarschijnlijk een oorontsteking hadt en dus antibiotica moest nemen. Gelukkig hebben we er behalve een dag of drie een wreed koortsig kind niet te veel van gemerkt.

·        rollen! Plots zagen we u op uw speelmat naar uw zij rollen en verwoed proberen naar uw buik door te draaien. Daarna laagt ge op uw buik en smeet ge heel uw lijf in de strijd om terug op uw rug te landen. En intussen zijn we zo ver dat ge u echt voortbeweegt door op uw zij te rollen. Ge ziet een speelgoedje en ge wroet zo hard, tot ge het uiteindelijk in uw handjes hebt. Het is ook al eens een sporadische keer gelukt om van uw rug naar uw buik te rollen, maar voorlopig was dat eerder per ongeluk. Geen probleem, blijven oefenen! J

·        lachen als een echt jongetje (filmpje volgt als uw vader het heeft geupload, afgesproken!).

·        dingen met twee handen vastpakken en ze van uw ene in uw andere hand brengen.

·        uw tut zelf terugsteken, nadat ge hem eerst met twee vingertjes hebt vastgehouden en met gestrekte arm heel uitgebreid hebt bekeken.

·        op de valreep nog groentepap beginnen eten. Het is te zeggen; uw moeder toestaan hier en daar eens een halve gram courgette naar binnen te duwen, want van echt eten kunnen we momenteel nog niet spreken. ;-)

·        bij opa blijven. Het was geen onverdeeld succes, maar ge moogt toch nog eens terugkomen. Doet ge alstublieft ook uw best om het daar gewoon te geraken en er uw draai te vinden? De mens ziet u graag en doet zijn uiterste best voor u, dan moogt ge wel iets terugdoen, hé!

·        een pak pampers opgeheven terwijl wij verwoed probeerden uw pamper ververst te krijgen. Een gemak zo’n rollend kind, amai!

·        gekalmeerd worden door te gaan autorijden of wandelen. We gaan daar geen gewoonte van maken, hoor vriendschap.

Scharminkeltje, ge wordt nog altijd graag gezien, hoor. Alleen zouden onze zenuwen en ook wel gewoon onze lijven wel enige rust kunnen gebruiken. Op die manier kunnen we u nog liever zien, nog enthousiaster met u spelen, nog meer onze best doen om u te troosten als het nodig is. Kunt ge het op zijn minst proberen, om gewoon wat meer tot rust te komen, op uw eentje te leren spelen voor eventjes en vooral op eigen houtje in slaap te geraken?

Voor de rest ga ik in de komende maand ongetwijfeld vooral bezig zijn met een evenwicht zoeken. Eentje tussen u, het huishouden en het werk. En hier en daar nog eens een gestolen momentje voor mezelf. Ik ben vijf maand lang voornamelijk bij u geweest en het was de moeite. Het was uitputtend, het zoog me leeg, maar ik kon ook ten volle van u genieten. Juichen als ge iets deed, keihard oefenen als ik wilde dat ge iets zoudt leren en voor de rest uitvogelen wat ge al dan niet graag hebt. Op de avonden dat ik compleet uitgeput thuiskom, gij helemaal groggy van de crèche gehaald wordt en we eigenlijk allebei een vermoeidheidstraantje zouden willen wegpinken, zal ik waarschijnlijk nog vaak aan deze maanden denken. Dit komt nooit meer terug, lieve schat! Maar we zetten onze tocht samen natuurlijk gewoon verder.

Veel succes met alles wat ge onderneemt,

dikke zoen,
mama

 

woensdag 4 juni 2014

Fantastisch.

“Lief,” zei ik, “ik heb een supermooi liedje gehoord op mijn iPhone. Ik heb het zeker tien keer op repeat gezet, maar toen moest ik mijn muzieklijst afsluiten en nu weet ik niet meer hoe het heet of wie het zong.” (Ter info: hij vult mijn afspeellijsten met allerlei muziek die ik goed vind, maar ook met dingen waarvan hij vindt dat ik ze moet leren kennen.) De echtgenoot sprak: Oei, dat is wel vervelend. En wat wilt ge dan dat ik doe? “Ja, het was een rustig liedje en een stukje tekst ging erover dat een oud meneertje was doodgegaan en dat zijn vrouw dan een paar dagen later ook doodging, gewoon van verdriet. En dat het misschien wel een rare manier was om het te zeggen, maar dat de zanger zo aan zijn lief wilde laten weten dat hij ze graag zag.” Er ging geen belletje rinkelen. Was het een groep of een zanger? “Een zanger!” Een jonge of een oude? “Een jonge, denk ik toch.” Hij noemde nog een paar zangers op, maar die waren het allemaal niet. “Maar nee!”, verzuchtte ik. “Het is iemand die ik niet kén, hé, en al die ge nu opnoemt die ken ik toch?” Hij dacht het eens slim te gaan spelen en begon te zoeken naar de laatst afgespeelde nummers, maar ongeduldig herinnerde ik hem eraan dat de nummers die daar stonden, dateerden van nádat ik de lijst volledig had moeten afsluiten.

En dan zei hij plots: Ik weet het! Wacht! En hij zat er boenk op. Hij scrollde en hij vond dit voor me terug:


 

woensdag 28 mei 2014

Maandbrief – vier maanden.

Lieve, lieve Kasper,

Mijn God, wat vliegt de tijd. Als ik geen ouderschapsverlof had genomen, dan zou ik op 11 mei al terug aan het werk moeten gegaan zijn. Pfoe! Laten we eerlijk zijn, kleine patat, maar soms heb ik gewenst dat het zo zou geweest zijn. Het was geen gemakkelijke maand. Voordien hadt ge al steeds meer krampen gekregen en dat is blijven doorgaan. Mama en papa hebben zich lang afgevraagd of we iets moesten doen, maar hoe weet ge of zoiets normaal is of niet? ‘Ze zeggen’ dat krampen vanaf 12 weken voorbij zijn, maar is het dan meteen abnormaal als dat niet het geval is? Wat mij echter nog meer zorgen baarde, is dat ge niet meer uw vrolijke zelve waart. Ge stopte met vertelsels en lachen was er ook alleen nog ’s morgens bij het wakker worden bij. Verder werd er vooral pijnlijk veel gebruld. Ontroostbaar waart ge dan, garnaaltje. U oppakken, rondwandelen, liedjes zingen, proberen af te leiden met speelgoedjes, het hielp allemaal geen steek. Uw ouders hebben elkaar méér dan eens vragend aangekeken; wat kunnen we hier nog doen?! Op den duur konden we twee soorten gebrul onderscheiden; die vorte krampen en ook vermoeidheid. Ge waart duidelijk moe, maar ge weigerde uzelf over te geven. Dat resulteerde dan iédere keer weer in compleet over uw toeren raken en dus ontroostbaar brullen. We konden dat met niets stoppen, behalve met een fles. Vaak was het duidelijk niét van de honger dat ge zo weende – dat konden we zien omdat ge echt maar héél weinig dronk – maar toch was het genoeg om dan in slaap te donderen. Oef. ’s Nachts speelden dit soort taferelen zich gelukkig niet af, maar ge bleeft toch nog meerdere voedingen vragen. Daardoor was vooral ik compleet uitgeput en dat maakte het allemaal niet gemakkelijk. Ik kan behoorlijk goed om met uw geschreeuw, hoor, dat wel. Ik houd u vast, stap wat rond, zorg dat ge uzelf of mij niet te veel pijn kunt doen en verder wacht ik tot het eindelijk tijd is om u eten te geven. Soms pits ik er wel eens een kwartiertje of maximum een half uurtje af, omdat ik ook niet geloof dat het gezond is dat gij uzelf knalrood en bloedheet huilt. Uw vader heeft het er lastiger mee en gaf u dus soms twee keer eten in de tijd dat ik alleen maar naar de postnatale kiné was ... .

Wij vroegen ons dus af of we iets moesten ondernemen. Zijn het de gewone krampen die elke baby wel heeft? Is er iets anders aan de hand? Misschien is het wel gewoon een groeispurt en gaat het dus wel gauw weer over? Het lijkt me duidelijk dat geen enkel ‘sprongetje’ vier of vijf weken duurt, dus besloten we op één van de ergste momenten toch nog eens contact op te nemen met de osteopate. Wie weet zou zij ons kunnen helpen? Ze bewerkte uw buikske en zei dat het inderdaad wel heel gespannen stond, maar voor de rest had ze weinig zinnigs bij te brengen. Ze kwam met honderd mogelijke oorzaken aandraven, waardoor ik alleen het gevoel kreeg dat het een beetje raden was. De dagen nadien werd het alleen maar erger. Mensen zeiden dat dat normaal is, de dagen na een consult, maar dan gaat het toch niet over een week, hé. Ik belde dus uiteindelijk toch maar de kinderarts.

Weet ge, Kaspje, ik ben altijd heel sceptisch als er over koemelkallergie gepraat wordt. Volgens heel veel bronnen kunt ge daar alleen met zekerheid over spreken als uw kindje veel krampen heeft (oké, check), uitslag (niet), een loopneus (niet) en nog een hoop andere klachten. Dat was bij u echt niet het geval. De kinderarts zei echter dat het waarschijnlijk toch iets spijsverteringsgerelateerd zou zijn en het feit dat ge – ondanks flesvoeding – nog altijd zo vaak zo kleine hoeveelheden eet, sterkte haar in die overtuiging. We moesten een andere melk proberen, NovaRice, die op rijst is gebaseerd en dus niets van koemelkeiwit of lactose bevat. Ik was ook daar erg sceptisch over, maar als ge naar een dokter gaat om hulp, kunt ge moeilijk alles wat ze zegt naast u neerleggen, hé. We startten dus met die melk en ik moet toegeven ... het is een groot verschil.

We zijn amper een paar dagen bezig en plots lacht gij weer. Ge vertelt erop los. En – dat hebben we nog nooit mogen meemaken in uw hele leventje – ge slaapt zoals een normale baby overdag! Uw moeder moet er superhard aan wennen, want nu is u meenemen naar de badkamer om te kunnen douchen meteen een hele periode ‘wakker’ verspelen. U in de keuken leggen terwijl ik uw flessen steriliseer ook. Er blijft plots veel minder tijd over om te spelen. Toch denk ik dat dit alles wilt zeggen dat ge u beter voelt. In een echte allergie geloof ik nog altijd niet, maar misschien verteert ge deze melk toch echt beter.

En alsof het een wonder was, zijt ge ook iets grotere hoeveelheden beginnen drinken – nog altijd lang niet wat op de doos staat, maar een mens mag niet te veel in één keer verwachten – en ge zijt naar vijf voedingen op een dag gegaan. Dat betekent ook dat ge nu ’s nachts nog maar één voeding nodig hebt, wat toch al een heerlijk verschil is met de afgelopen weken. Ik ben er nog niet minder moe door geworden, maar het is alvast een begin. [Edit: zeg makker, ik had dit gisteren al getypt en om te bewijzen dat we te optimistisch zijn, hebt ge er een helse nacht van gemaakt. Zoooo niet, hé!]

Het gebrul is nog niet volledig verdwenen, dat moet ik toegeven. Nu doet ge het alleen nog als ge weigert te slapen, terwijl ge toch echt heel moe zijt. Het is ook minder, maar we zijn er nog niet. Ge moogt wakker zijn zoveel ge wilt, lieve schat, maar als ge moe zijt, is het verstandiger om gewoon te slapen. Ook dat moogt ge doen zoveel ge wilt. We hebben nog tijd genoeg om te spelen. Gij hebt nog zeeën van tijd om de wereld te bekijken en nieuwe dingen te leren. Echt waar, ik beloof het. Ge kunt u dus rustig overgeven aan de slaap.

De komende maand wordt een erg spannende, vriendeke. Ge gaat naar de crèche vanaf volgende week! Mama is nog eventjes thuis van het werk, maar door omstandigheden moet gij toch al naar de opvang. Ik denk dat ge er méér dan klaar voor zijt, want ik heb nu vaak de indruk dat ge u doodverveelt hier zo. Van de speelmat naar de box naar de doomooseat en weer terug, het is natuurlijk ook vrij eentonig. Patatje, ik hoop dat ge daar bij die andere kindjes u rot gaat amuseren. Dat ge superveel nieuwe dingen gaat leren ook wel. En dat ge voor de rest thuis gewoon vrolijk blijft en dat ge het wankele nachtelijke evenwicht echt niet verknalt door de overload aan nieuwe dingen. Binnenkort moet uw ma terug gaan werken, man, en daar heeft ze toch nog een halve actieve hersencel nodig.

Ook al was deze maand echt zwaar, we zijn u wel altijd graag blijven zien. Als we eens gevloekt hebben, omdat ge wéér aan een heus concert begon, dan was dat alleen maar uit machteloosheid. Of vermoeidheid. Maar nooit – echt nooit – omdat we spijt hadden van u. Begrepen? Wij zijn blij dat gij in ons leven zijt, ook al is het niet altijd even simpel. Dat ga ik u nog een miljoen keer blijven zeggen, dat ge dat al maar weet.

Uiteraard zijn er ook een hoop leuke en grappige dingen gebeurd, hé. Ge steekt tegenwoordig werkelijk álles in uw mondje, zelfs onze vingers grabbelt ge vast en dirigeert ge meteen richting ‘fingerwash’. Uw nieuwe beste vriend is een knalroze tetradoek, die ge altijd weet mee te grabbelen als we u oppakken. Ge zijt aan het oefenen om voetballer te worden, want ge schopt als de besten tegen een rinkelbal. Ge hebt op uw vader geoefend om op uw buik te liggen en plots doet ge dat supergoed. Als ge ligt te slapen en we moeten u verplaatsen, dan krult ge u helemaal op tegen degene die u vastheeft – smelten geblazen! En als we u in bad steken, dan ziet ge u echt genieten en ontspannen. Het zijn die momenten die het helemaal de moeite waard maken, lieve lieve Kasper.

Ik zie u graag!

Dikke zoen,
Uw mama

 

zondag 25 mei 2014

Ik was één van hen.

Ik zal het maar bekennen: ik hoorde bij die dertig procent. Bij de groep mensen die vorige week nog niet wisten aan wie ze hun stem zouden gaan geven vandaag. Het is niet dat ik er nog niet over had nagedacht, hoor, verre van. Het probleem is gewoon dat ik, net als altijd, mij bij heel veel partijen in een deel van hun standpunten kan vinden, maar ook in een deel totaal niet. Een mens denkt dan soms ‘ik zal eens wat meer naar de politieke programma’s op tv kijken of in de kranten en de politieke sectie niet meer links laten liggen’. Jongens, jongens, compleet mottig werd ik daar dus van. Blijkbaar is het vandaag de dag de bedoeling dat ge als partij een andere partij uitkiest om te viseren en alles wat die dan zeggen volledig af te kraken. De politici zelf zijn daar gruwelijk in, maar hun achterban is vaak nog duizendmaal fanatieker. Mijn facebook werd overspoeld. ‘Stem zeker op partij X!’. ‘Weg met partij Y’. ‘Als ge op partij Z stemt, zijt ge gewoon lomp’. En iédere keer als er één of andere politicus weer eens een ietwat straffere uitspraak had gedaan, kwam er een golf reacties. Verontwaardigde, of net instemmende. Moé word ik daarvan. Ik heb er alle begrip voor dat Janneke liever voor de CD&V stemt en Mieke dan weer voor de N-VA en de Jos misschien wel voor de Groenen en Josephine dan misschien weer voor de S.PA. Wat ik niét begrijp, is dat dat allemaal zo agressief moet. Het maakt dat die hele vorte politiek mij steeds minder zegt. Doe eens normáál, zou ik zeggen.

Vanochtend was ik er nog steeds niet uit, moet ik toegeven. Ik had mezelf voorgenomen mijn stem eens een keertje niét te laten leiden door bepaalde figuren, want dat heb ik in het verleden al te veel gedaan. ‘Ik ben het met dat en dat wel niet echt eens, maar persoon zus vind ik precies wel competent.’, dacht ik dan. Als het dan puntje bij paaltje kwam, had ik achteraf meestal toch eerder spijt van mijn keuze. Er zijn een aantal mensen waarop ik zeker niét wil stemmen, maar dat is dan meer omdat hun kop mij niet aanstaat of ik hun dwaas gekakel niet langer wil moeten aanhoren. Ik wil er niet toe bijgedragen hebben dat hij of zij dan met een smile op tv zal verschijnen. ;-) Dit keer zou ik het anders doen. Ik zou op een programma stemmen en niet op een persoon. Helaas pindakaas, met die programma’s raakte ik er gewoon niet uit. Ik wil een mix en ik sta achter geen enkele partij écht.

Ik heb dat dus ook weergegeven in mijn stem. Ik kleurde het bolletje van drie verschillende partijen. Dewelke, dat ga ik niet aan uw neus hangen. En nu moet ik eens gaan kijken hoe de rést van België erover heeft gedacht ... . Verkiezingsshow, here I come!