Over Upje.

Follow by Email

donderdag 3 september 2015

Uit de kast.

“En jullie,” vragen ze weer eens om de haverklap, “willen jullie geen tweede kindje?” We zijn al maanden aan het proberen, als je het dan toch echt wilt weten. In december stonden we bij de fertiliteitsarts om te bespreken hoe of wat. De toch eerder risicovolle zwangerschap werd doorgesproken en er werd dus beslist dat we in mijn geval nooit meer dan één embryo zouden terugplaatsen. Liever iets langer moeten proberen, maar toch meer veiligheid voor moeder en kind, zei hij en wij konden dat natuurlijk alleen maar beamen. De dokter was geweldig optimistisch gestemd. Bij de vorige IVF-ronde was het meteen van de eerste keer prijs en we hadden nog zeven embryo’s in de vriezer zitten? Dat komt hier in orde!

We wilden hem natuurlijk erg graag geloven. Intussen zijn we aan de vijfde ronde bezig, heb ik één vroege miskraam achter de rug en is de moed mij eerlijk gezegd al lang in de schoenen gezakt. De medicatie die ik nu moet nemen is natuurlijk anders als de vorige keer, want nu hoeven er geen eicellen gestimuleerd te worden. Wel, ik vind dit tien keer minder lollig als het hele stimulatieproces. Bovendien brengt ze heel wat extra vermoeidheid met zich mee, waar ik zo ook al echt wel genoeg last van had. Voor het goede doel doen we alles, zeker? Vijf gynaecologenbezoekjes per cyclus, bijvoorbeeld. Medicatie-alarmen zetten die je iedere dag om zes uur wekken, ook als de zoon eindelijk eens tot zeven uur slaapt in het weekend, bijvoorbeeld. Handtassen vol pillen meesleuren, iedere dag van de maand, bijvoorbeeld. 75% van een cyclus je slip moeten 'beschermen' en daar last van hebben, bijvoorbeeld. You get the picture. 

Waar het de vorige keer ook gewoon wat lastig was om altijd maar te pas en te onpas te verschijnen, is het nu een haast onmogelijke klus. ’s Morgens om halfacht een afspraak is pijnlijk vroeg, maar daarbovenop betekent het wel dat ik Kasper niet naar de crèche kan brengen. We wilden dit keer de familie niet te hard inlichten, gewoon om de constante vragen “en is ’t al zo ver?” te kunnen vermijden. Alleen betekent dat wel dat we moeten liegen, de meest idiote excuses moeten verzinnen, telkens om te zorgen dat ik op tijd op de afspraken kan verschijnen. Vergaderingen dat ik al gehad heb, niet te doen!

Intussen hebben we het idee van grote geheimhouding al maar laten varen. Een hoop mensen weten wel dat we ermee bezig zijn, maar dat is het wel. Anders als de vorige keer geven we geen statusupdates, gaan we niet iedere keer vertellen wanneer we weten of het gewerkt heeft en doen we er luchtig over. Als het ooit prijs is, zouden we namelijk graag eens op een normaal moment met onze omgeving delen dat we zwanger zijn en niet al meteen vanaf de dag dat we het weten. Ook hier zullen geen regelmatige updates volgen, maar nu ik heb vermeld dat we ervoor gaan, kan ik zo nu en dan wel eens een verhaaltje komen delen van wat we nu weer meemaken allemaal, hé. Want zo soms ... ;-)

vrijdag 28 augustus 2015

Over dat stappen. #laterblog

We gaan nu eerst nog een weekje op vakantie, dan nog een week met zijn drietjes thuis, daarna gaat hij nog met opa op reis ... dus we hebben veel extra tijd om te oefenen. Als hij het daarna nog niet kan, moeten we misschien toch gewoon eens gaan polsen om te horen of we iets moeten ondernemen. Dat zeiden we tegen elkaar toen meneer Kasper op achttien maanden nog steeds niet los durfde te staan of alleen durfde stappen. We maakten ons geen zorgen, maar ons geduld begon wel wat op te raken.
 
En dan is het dus een regenachtige dag in center parcs, waar je een gigantisch lange woonkamer ter beschikking hebt. In een zotte bui plant je je op de grond en je echtgenoot ook, je zet meneer Kasper op zijn voetjes en zegt: “Stap maar naar papa!”. En zowaar, hij doet dat! Hij schatert het uit van het lachen, roept heel hard “jaaaaaaa” en draait zich zomaar, alsof het niets is, zelf om en komt dan ook terug naar jou. Dat zijn ouders stiekem steeds verder uit elkaar schuiven, maakt hem helemaal niets uit. Later op dezelfde dag doet hij het nog eens over.

De dagen nadien doe je het iedere dag nog eens en het blijkt dat hij best al wel een hele reeks stappen na elkaar kan doen. Hij durft alleen niet zelfs loslaten, je moet hem dus bij zijn middel pakken en zeggen ‘ga maar’ en dan is hij weg. Hij wilt ook een doel (lees: iemand die hem kan opvangen) om naartoe te gaan.

Ik verdenk hem er stiekem van dat hij het inderdaad al lang kon, maar dat hij wilde wachten tot hij het meteen fatsoenlijk kon. Het kieken.

Hij stapt dus, hé mensen. Hij stapt. Hoera!
 
*Op 11 augustus was deze mijlpaal, maar ik probeerde nog eventjes langer in vakantiemodus te vertoeven door het internet nog niet al té intensief te gebruiken.
 

dinsdag 28 juli 2015

Maandbrief - 18 maanden.

Lieve Kasper,

Na je eerste verjaardag heb ik niet meer iedere maand geschreven, maar nu vind ik het toch nog eens tijd. Achttien maanden ben je vandaag, anderhalf jaar dus. Halleluja, wat vliegt de tijd!

We moeten eerlijk zijn; het afgelopen half jaar met jou was heerlijk. Er waren heel wat periodes met slechte nachten, je vader en ik zijn nog steeds doodmoe, uiteraard hebben we jou met momenten achter het behang willen plakken en wisten we soms even niet meer wat we met je aan moesten vangen ... maar over het algemeen heb je het schitterend gedaan. Je bent plots beginnen praten en voegt nog iedere dag nieuwe woorden toe aan je assortiment. Je begrijpt plots de link tussen je vader, jezelf en mij en ook bij andere kindjes weet je perfect wie bij wie hoort. Je maakt grapjes op je eigen schattige manier, je neemt hilarische uitroepen over (‘oei’ is een topper dezer dagen en je gebruikt hem echt op gepaste momenten), je slaagt er steeds beter in ons duidelijk te maken wat je wilt en dat vinden we heerlijk. Met momenten lukt het je ook al wel om gewoon flink op je eentje te spelen en gewoon af en toe iets te komen brengen en dan weer verder te gaan met je spel, zodat je ouders bijvoorbeeld naar de finale van Wimbledon kunnen kijken. Je hebt een stukje van de match bovenop ons gezeten (ja, op de buik van je vader, bijvoorbeeld, of ergens tussen mij en de zetel geklemd), maar voor de rest heb je de wasmand in- en uitgeladen, je blokjes door de hele living gezwierd en je potjes een keer of twintig op elkaar gestapeld en die toren uiteraard nadien vakkundig een kopje kleiner gemaakt.

Het is ook zalig om te zien hoe jij met andere kindjes omgaat. In de winkel weet je altijd andere (grotere) kindjes te spotten en hun aandacht te trekken. Soms denk ik dat jij ervan overtuigd bent dat je even groot bent als zij! Maar kijk, ze lachen dan naar jou, beginnen te wuiven, zeggen iets tegen je ... en dan wuif je met je allercharmantste glimlach terug. In de crèche zien we ook hoe je heel enthousiast kunt worden als je je vriendjes daar opmerkt en hoe je op 1, 2, 3 mee aan de tafel staat te spelen met alles. Als je neefje op bezoek komt, dan zien we ook hoe jij flink je speelgoed deelt (soms al eens met een aansporing van onzentwege) en zelfs je autootjes naar hem brengt om dan samen te staan spelen. Waar het neefje al sneller geïntimideerd is als jij op hem afkomt (hij is nochtans véél groter), ben jij alleen maar blij als er iemand met je mee komt spelen.

Je kunt ook ontzettend lief zijn, klein patatje. Toen ik laatst eens ontzettend moe was en mij dus even op een kussen in de zetel vlijde, speelde jij flink alleen verder. Op een bepaald moment voelde ik plots een klein, zacht handje over mijn arm aaien en stilletjes vragen: ‘mama?’. Ik smolt ter plekke. Je lijkt ook een besef te hebben van wat er pijn kan doen. Je ziet de pleister van mijn katheter en je vraagt: ‘au?’ of je wijst naar de sensor op mijn arm en zegt overtuigd ook ‘au!’. Hoe vaak ik ook herhaal dat het geen au doet, je blijft dat volhouden. Enerzijds wil ik niet dat jij denkt dat je moeder continu pijn zit te lijden, maar anderzijds vind ik het wel enorm knap dat je die link kunt leggen.

Verder is achttien maanden een belangrijk moment in de ontwikkeling van kindjes, Kaspertje. Als ze dan niet stappen, moeten de mama en papa namelijk met hun zoon of dochter naar de kinesist om dat allemaal wat te gaan stimuleren. Hoewel iedereen lang voor je eerste verjaardag al voorspelde dat je uiterlijk op 12 maanden zou lopen, is dus niets minder waar. Je wandelt de halve wereld rond met je loopkarretje of aan onze vinger, hoor, dat wel. Al maanden. Je hebt de beweging helemaal beet, maar je durft gewoon niet. Eén enkele namiddag heb je eens een keer of vijf telkens drie pasjes gestapt tussen twee meisjes. Iedereen juichte. Alleen viel je toen plots met je oogkas recht op mijn knie en het was gedaan. Sindsdien heb je het nooit meer willen proberen. Je vindt het wel lollig om je in onze armen te laten vallen in plaats van flink recht te blijven staan, net zoals je je gewoon omver laat vallen als het onze bedoeling is dat je naar een geliefd persoon voor je neus zou stappen. Misschien moeten we eerder met jou naar een psycholoog in plaats van een kinesist, om je van je angst af te helpen ... maar voorlopig zullen we eerst nog wel zien hoe het evolueert. Als je na onze twee weken vakantie samen nog altijd weigert te stappen, dan zullen we wel eens kijken wat we moeten ondernemen. Als je dus niet wilt dat je na een lange crèchedag ook nog naar een kinesist moet gaan lopen en daar nog flink oefeningen moet doen, dan zou ik er toch maar aan beginnen, meneertje! ;-)

Doe gewoon verder zoals je bezig bent, alsjeblieft. Blijf gezond, ontwikkel goed verder, slaap alsjeblieft wel wat meer door en begin hoogdringend met dat stappen. Maar blijf jezelf, blijf tateren en blijf ons graag zien. Dan komt alles zeker goed!

Dikke zoen,
je fiere mama

maandag 20 juli 2015

We moeten ook eens ...

Ik ben eruit: de dagen met ons patatje zijn veel te kort. We zien hem in normale weken twee volle dagen. Daarin moeten we af en toe toch eens een beetje rust proberen te krijgen, de wekelijkse boodschappen doen, eventuele ‘speciallekes’ in winkels halen die al eens wat verder weg liggen, meneertje in bad steken, al onze was zien gedaan én gedroogd te krijgen en doorgaans ook nog wat schoonouderlijke bezoekjes ontvangen. Om de paar weken moeten we dan nog naar de bibliotheek en als we pech hebben naar twee tegelijk. Daarmee vliegt het weekend meestal echt voorbij. Pas op, aan het eind van zo’n dag zijn wij blij dat we steendood in onze zetel kunnen vallen als Kasper in zijn bed ligt, versta me niet verkeerd. Toch is het altijd weer zondagavond en hebben we het gevoel dat we niets hebben gedaan.

“We moeten echt eens met dat ventje gaan zwemmen!”, zeggen we al maanden. Hij gaat dolgraag in bad en we zijn ervan overtuigd dat hij het de max zou vinden. Alleen ... wanneer? Intussen hebben we toch voor ons alle drie al een zwemoutfit aangeschaft, dus nu is het puur nog een kwestie van naar het zwembad gaan en erin springen. We willen hem ook al een tijd eens meenemen naar de zoo, want hij is echt zot van diertjes. De af*, aap, ollike*, lèwke, tijge en de bee herkent en benoemt hij perfect (ok, soms is er nog wat werk aan*), dus het lijkt ons wel cool om hem die ook eens in het echt te laten zien. (Mogelijks stopt hij dan eindelijk met lewKE te zeggen, het is nu niet meteen een klein en knuffelbaar beestje, hé.) Het is echter zo’n gedoe, daar helemaal naartoe gaan. We beseffen donders goed dat een paar uurtjes al lang genoeg zal zijn op deze leeftijd, maar toch krijgen we het moeilijk in ons schema ingepast. Voor speeltuinen, ballenbaden, parken, polders, kinderboerderijen en playdates geldt allemaal hetzelfde. Graag! Maar wanneer?

Daarnaast zeg ik ook al eeuwen dat ik eens moet uittesten of het lukt om Kasper op mijn rug in de draagzak te krijgen, dat we de lichtere en kleinere buggy eens moeten proberen, dat ik eens live schoenen wil gaan kopen met het ventje i.p.v. via internet en dat we eens met hem in de lunchgarden zouden moeten proberen te eten. (Ik heb het hier bewust dan nog niet eens over de ontelbare recepten die ik zo graag eens zou willen proberen, de keuken die ik gereorganiseerd zou willen krijgen, de grote kuis die ik toch eens zou willen houden, de boekenkamer die dringend eens babygeriefvrij gemaakt moet worden en de kleerkasten die een uitmestbeurt zouden kunnen gebruiken!) Het komt er allemaal niet van.

Hoe doen al die andere gezinnen dat toch? Dat Kasper op verplaatsing ook wel zal eten en slapen, daar ben ik van overtuigd. En anders is het vooral pech voor hem, daar ga ik niet van wakker liggen. Maar wanneer moeten de praktische beslommeringen dan gedaan worden? En wanneer mag er dan eens even vijf minuten naar adem gehapt worden?

Volgende week gaan we zéker naar een dierentuin, want dat wilt de echtgenoot voor zijn verjaardag. Dat huishoudelijk gedoe, dat zal dan hoogstwaarschijnlijk blijven liggen. Maar hopelijk zullen we toch met volle teugen kunnen genieten! Duim een beetje voor goed weer, zou ik zeggen. En voor een goedgezind kind. En geen zieken. En ... gewoon een fijne dag. ;-)

zondag 5 juli 2015

Gewichtig deel zoveel.

De laatste tijd is gewicht hier weer een serieus issue. Toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis na de bevalling, was ik terug op het gewicht van voor de zwangerschap. Driewerf hoera, er werd gejuicht en tevreden naar dat lijf gekeken. Zes maanden en een niet-slapende baby, veel werk en veel gedoe later, was er zes kilo extra terug bij. Uiteraard vond ik dat niet geweldig lollig, maar ik zou daar op een later tijdstip wel eens werk van maken.
Dat tijdstip was een aantal maanden geleden, toen ik op de weegschaal stond en zag dat mijn ‘dieptepunt ooit’ pijnlijk dichtbij kwam. Toen ik me daarna besluiteloos voor mijn kleerkast stond af te vragen of ik nu broek één die nog paste of broek twéé die nog paste (allebei lelijk en uitgelebberd, let’s be honest) moest aandoen, zou ik dus actie ondernemen. De echtgenoot en ik maken er echter ook geen geheim van dat we graag nog een tweede kindje willen en dus leek het me geen topplan om een streng dieet te gaan volgen.
Langzaam, beetje bij beetje, ‘gewoon gezond’, met dat soort dingen zou het moeten goedkomen. Of ook niet dus ... . Daarom besloot ik een tijdje later voor de online formule van de weight watchers te gaan. Ik was een beetje sceptisch, want ik zou dan meer mogen eten als wat ik normaal al deed, schatte ik. Het resultaat was inderdaad dat er nog twee extra kilo’s bijkwamen en dan had ik mijn weekpunten nog niet eens opgebruikt. Ik vond dat ik wat moest volhouden, maar toen ik na een maand nul komma nul was verloren, gaf ik er de brui aan. Net op dat moment las ik dat een vriendin voor het lchf-dieet ging. Of een levensstijl, wat je wilt. Nauwelijks koolhydraten eten, maar wel behoorlijk wat (gezonde) vetten. Geen gefrituurde kost dus, maar wel avocado’s, heel veel eieren, spek, vlees, volle yoghurt en mayonaise. Eigenlijk heel veel wat je bij een normaal ‘dieet’ niet mag eten dus. Bovendien was de diëtiste bij wie ik dit programma wilde volgen tegelijkertijd ook diabetesverpleegkundige en dat vond ik wel een plus. Eindelijk iemand die de dingen vanuit de twee kanten kan bekijken, daar was ik blij om. Met dit dieet zou je bovendien ook veel stabielere bloedsuikers krijgen en minder lage waardes, iets wat ik alleen maar kon toejuichen. Ik begon er enthousiast aan, maar voelde de moed al snel in mijn schoenen zinken. Het eten smaakte me helemaal niet, maar bovendien voelde ik me met de dag slapper en bleef er van mijn spierkracht niets meer over. Gewicht verloor ik al helemaal niet en dat was toch mijn hoofddoel. Ik moet wél toegeven dat de hoeveelheid hypo’s spectaculair minderde en dat was een echte verademing. Maar dat gewicht, dat slecht voelen, ... .

Na vijf weken moest ik bij mijn endocrinoloog zijn en die luisterde écht naar me. Ze verstond mijn gevecht en mijn frustratie en ze wilde proberen te helpen. Daarom stelde ze voor een impedantiemeting te doen. “Een wattuh?”, denkt u. Dat vroeg ik ook, ja. Het komt erop neer dat men op een wetenschappelijke manier de samenstelling van je lichaam gaat bepalen en aan de hand daarvan berekent hoeveel kcal je lichaam nodig heeft in rust etc en ook wat je kunt doen om toch gewicht te verliezen. Dat kon zijn door toch strikter te diëten, maar bijvoorbeeld ook door meer aan sport te doen. Uit de test zou blijken wat voor jou zou kunnen werken. Ik was als de dood dat ze zouden zeggen dat ik plots superintensief aan het sporten moest slaan, want als ik nu iéts niet graag doe ... . Toch stemde ik toe.

Vrijdag was de impedantiemeting. Ik moest nuchter zijn en mocht dus ook de hele nacht niet drinken. Erg lollig bij deze tropische temperaturen. Ik trok ernaartoe en de uitslag was uhm ... teleurstellend. Volgens dat ding verbrand ik in rust 1600kcal, terwijl ik er veel minder eet en toch niets afval. De diëtiste denkt dat ik net méér moet eten, vooral volkoren en vezelrijke koolhydraatbronnen dan, om te zorgen dat mijn lichaam uit een spaarstand komt waarin het al heel lang zit. Dat van die spaarstand, dat geloof ik wel. Dat het daar nu zomaar gaat uitkomen omdat ik even méér eet ... dat weet ik dan weer niet. Het idee bij volkoren boterhammen maakte mij al helemaal triest. Ik lust echt graag brood, maar volkoren hoort daar wel niet bij. Zomaar een donker was nog niet goed genoeg, want enkel écht volkoren of écht roggebrood zou voldoende vezels bevatten. Alle andere varianten zijn maar fake donker en dat zou toch een heel verschil maken. De conclusie was ook wel dat ik niet persé intensief aan het sporten moet slaan, want dat zou mij niet doen afvallen. Ik roep dat al jaren, maar het is wel eens fijn om dat nu ook bevestigd te zien. Dat zegt uiteraard niet dat het slécht zou zijn om dat te doen, hé. Voor je conditie en hart- en vaatziekten en weet ik veel wat nog is dat zeker een goed gegeven. Als handvat voor mij om af te vallen is het echter nutteloos.

Ik heb daar geweend, ja. Ik wil alles laten, snikte ik, maar ik wil geen dingen eten die ik echt niet lekker vind. Dat begreep ze wel. Probeer het dan met havermout en volkoren cracotten en wasa crackers, zei ze. OK. En van het verschieten beloofde ik gewoon één keer een klein volkoren broodje te kopen om het nog een laatste keer te proberen. Het is immers al jaren geleden dat ik het nog eens at, wie weet krijg ik het nu wel naar binnen.

Voor de rest proberen we toch nog de hypo’s te verminderen, want die lopen weer heel erg de spuigaten uit. Daarvoor moet je ook iedere keer snelle suikers eten en die houd je uiteraard best zo veel mogelijk beperkt. Dat is een ongoing process, vrees ik, maar we proberen het. Iedere fanta die ik minder moet drinken, is er toch weer eentje.

Er was frustratie toen ik buitenkwam, dat klopt. Daarom ging ik naar de panos, kocht er een gamma koffiekoeken en vrat die als lunch op. Voilà. En vanaf morgen gaan we eens bekijken wat ik kan doen en hoe ik dat praktisch wens aan te pakken. Morgen. Nu nog even niet!

vrijdag 19 juni 2015

Losse flarden II.

Het is hier weer eens hectisch, ik ben voor de verandering ook weer heel moe. De zin om te bloggen is er vaak wel, maar de energie om er ook een samenhangend geheel van te maken, die ontbreekt. Daarom zal ik op zulke momenten eens wat vaker gewoon wat hersenspinsels neerschrijven. Losse flarden. Eerdere gelijkaardige flarden vind je hier.

Herr Sohn mocht voor de tweede keer in zijn leven uit logeren. Hij zou bij opa slapen, terwijl mama en papa naar een feestje gingen. Toen de echtgenoot om iets voor tien een sms stuurde met de vraag of alles naar wens verliep, bleek ons monster nog wakker te zijn. Had ik het niet gedacht ... . Uiteindelijk blijkt hij om kwart na elf in slaap te zijn gevallen. Toen we hem dus gingen ophalen, deed hij prompt een middagdut van drie uur (een record!) en toen hij daarvan wakker werd, had hij koorts. Ik ben eens benieuwd wat het gaat geven als hij in de vakantie een week lang met opa op vakantie gaat!

De nacht erop was meneertje dus ziek en we wilden hem wat perdolan geven zodat hij hopelijk beter kon slapen. Daarna hield ik hem eventjes vast, maar hij maakte weinig aanstalten om zijn ogen dicht te doen. Op een bepaald moment nam hij zijn tut uit zijn mond en ik dacht dat hij zijn andere (jep, hij heeft er twee in bed) wilde insteken, maar nee ... meneer begint daar: “Wa(f) wa(f). Paardje! Paardje? Kindje!” Ik fluisterde terug dat die allemaal aan het slapen waren, want dat het midden in de nacht was. Hij ging echter vrolijk door: “Paardje! Wa wa! Po po po.” Op een bepaald moment kreeg ik gewoon de slappe lach. Toen heeft de echtgenoot het even overgenomen, waarop de mini nog wat leuterde over ballen en lama’s en niet te vergeten eendjes. Gelukkig hielp een flesje melk om hem weer in slaapmodus te krijgen. Niet zonder dat hij eerst nog een drumconcert gaf met zijn tut op de spijlen van het bed, maar kijk ... .

Ik had een weekje vrij, maar had ook wel zeven medische afspraken gepland staan. De avonden waren dan weer volgeboekt met koorrepetities en optredens. Maandag moeten we dan ook nog eens een reis door het land doen om de belastingsbrieven van familieleden te gaan invullen. Ik ga geweldig uitgerust zijn, denk ik. Not!

Eerder deze week ging ik naar de gynaecoloog en die was iets kwijt. Mijn eierstokken! “Heeft u recent een operatie aan mijn eierstokken gehad?”, vroeg hij. Ja hoor, zonder dat u van iets weet, heb ik die snel tussendoor even laten verwijderen?! Niet dus ... . “Maar waar zijn die eierstokken dan gebleven?”, mompelde hij. In mijn buik, hoop ik? Na nog wat zoeken werden ze toch gespot en in orde bevonden, hoor. ;-)

In mijn ‘drafts’ staan veertien blogjes zo goed als klaar om te publiceren. Sommige staan daar al bijna een jaar te blinken, maar ik slaag er gewoon net niet in om het ‘af’ te krijgen en dan ook te posten. Misschien toch eens iets om werk van te maken ...

Mijn nieuwe verslaving is Pinterest. Ik ben al een hele tijd wanhopig aan het proberen mijn gewicht onder controle te krijgen (daarover volgt normaal ook nog wel eens een blogje), maar afhankelijk van de methode moet er al wat creatiever omgesprongen worden met recepten. Ik klik heel makkelijk op ‘pin’, maar intussen moet ik al 356 van die dingen ook nog eens aan nader onderzoek onderwerpen en besluiten of het de moeite waard is. Goed bezig, Up, maar echt ... .

dinsdag 26 mei 2015

Kasperpraat I.

Ons klein manneke loopt dan wel nog altijd niet, maar hij is op dit moment duidelijk met zijn taalontwikkeling bezig. Het is geweldig grappig om te zien hoe hij iedere dag (of nacht, helaas) met nieuwe woordjes aan komt. De hele dag door wijst dat kleine vingertje dwingend en volgt het – meestal gepaste – woord. Hij heeft duidelijk ook schitterende ogen, want hij spot zelfs in bergen speelgoed net dat ene ding waar hij de naam van kent. Of die ene tv-figuur waar hij zo fan van is ... . Het is heerlijk om deze ontwikkeling van dichtbij mee te maken, maar ik kan me voorstellen dat we ons er later weinig van zullen herinneren. Ik plan dus regelmatig eens de vooruitgang te documenteren, gewoon voor een glimlach op uw gezicht en voor onze eigen annalen.

-         mama en papa (al is papa duidelijk de favoriet, potverdekke)
-         tut (jawel, het eerste ‘echte’ woord dat meneer zei)
-         bupa (is dus Bumba)
-         aap (hij is zelfs in staat verschillende soorten apen te herkennen, echte, getekende, aapjes op tv, op potjes, op zijn bobux sloefjes, in zijn bord, ... )
-         paadje (is een paard), dat is zijn nieuwe obsessie
-         bal (afgewisseld met baw, maar we doen niet moeilijk)
-         meuh (tjsa, het woord koe ként hij, maar zegt hij niet, maar hij doet ze wel überschattig na)
-         vakke (dat is dus een varken)
-         poopoopoo (is een kip die pookpokpook zegt, hij laat het pluchen of kartonnen beest dan ook vrolijk springen en graantjes pikken)
-         ete (geen uitleg nodig)
-         drinke (helaas alleen als hij het al ziet staan, dus niet om aan te geven dat hij dorst heeft (en er klopt nog ergens iets niet in het woord bij hem, maar ik kan het niet fonetisch reconstrueren))
-         appe (doordat hij alleen van dit fruit de naam kent, krijgt hij de laatste week dus alleen maar appel in de crèche, ‘want hij vraagt ernaar’)
-         auto (een plezier, hoor, als je met hem in je fietstoel door een straat vol geparkeerde exemplaren rijdt) (dit concept wordt nog wel te ruim gebruikt, want ook boten en fietsen tellen als auto)
-         nijntje (hij zag dit WE voor het eerst een filmpje, toen we het nog eens afspeelden begon hij meteen keihard ‘nijntje nijntje nijntje nijntje’ te roepen en sindsdien wist hij haar zelfs op rommelmarkten te spotten (jaja, we hebben de knuffel gekocht) en praat hij er te pas en te onpas over) (hij herkent trouwens ook andere getekende konijnen als ‘nijn’)
-         boekje (dit komt en gaat met vlagen)
-         au! (heel overtuigend en op de juiste momenten?!)
-         baba! (is Bambam, een figuurtje op tv waar hij wild van wordt. Hij begint te roepen tegen de tv, stormt daar naartoe, probeert het dingetje aan te raken ... Een speciale hoor, die kleine van ons.)
-         oh oo (dit is ook de naam van een tv-figuurtje. Je moet de eerste o veel hoger uitspreken dan de tweede, een beetje het geluid dat de teletubbies ook maakten ofzo. En jawel, meneer doet het exact met de juiste intonatie.)
-         nee! (liefst heel luid geroepen)
-         kidje (= kindje)
-         koekje 

Er zijn nog veel meer woorden die hij perfect begrijpt, maar niet zelf zegt. We kunnen hem dus stilletjesaan bevelen beginnen geven, die dan worden uitgevoerd naargelang de goesting. Of naargelang de hoeveelheid interessant speelgoed die onderweg te vinden valt.  

Dit weekend lag ik echter nog eens strijk. Ik hing wat in de zetel en plots pakte mijn zoon mijn schoen en plantte die onder mijn neus. “Voete!”, riep hij. Unk?! OK, OK, het is niet juist, maar hé hallo! :D Zowel zijn vader als ik komen niet meer bij iedere keer hij dat zegt. Ik voel trouwens al aan mijn theewater dat dit één van de woorden is die hier in huis fout overgenomen gaan worden. Door de papa alvast ;-) ... .