Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 18 november 2014

Diabetes awareness month.

Het bleef weer even stil en dat terwijl ik eigenlijk best wat te vertellen had! Dat het in november ‘diabetes awareness month’ is bijvoorbeeld. Het is dan de bedoeling om Jan met de pet bewust te maken van de risicofactoren voor diabetes en ook wat meer inzicht te geven in hoe het is om met de ziekte te leven. Het is immers onzichtbaar voor de buitenwereld, maar dat betekent daarom niet dat het niets voorstelt. Meestal vind ik wel dat er goed mee valt te leven. Dat het echter niet altijd rozengeur en maneschijn is, beschreef ik al eens hier en hier.

Soms ergeren diabeten zich aan de onwetendheid van anderen, maar ik neem het niemand kwalijk. Weet ik alles over een ziekte waar ik nog nooit van heb gehoord of waar ik enkel de banaliteiten weet die soms in de media worden rondgestrooid? Ik dacht het niet. Soms worden er compleet zotte dingen gezegd, dat is waar. Dat mijn diabetes zal verdwijnen als ik maar voldoende afval en gezond eet, bijvoorbeeld. Of dat ik diabetes heb door te veel suiker te hebben gegeten. Oh, of misschien dat ik zeker blind ga worden en ledematen ga moeten afzetten, dat zijn ook van die leuke.

Op veertien november had ik dan weer kunnen komen vertellen dat het werelddiabetesdag was. De kers op de taart van die maand, weet ge wel. Er worden lezingen op poten gezet, nationaal allerlei wandelingen georganiseerd, in het nieuws wijdt men al eens een itempje aan ‘diabetes’ en hier en daar komt er een arts wat vertellen. Het is belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de ziekte, want er komen steeds meer patiënten bij. Bij type I – hetgeen ik heb en waarbij je lichaam er plots mee ophoudt insuline aan te maken – is het quasi onmogelijk om niet op te merken dat er iets scheefloopt. Bij type II hebben mensen het soms al jarenlang zonder het te beseffen. Eens ze op het punt zijn gekomen dat ze er echt last van hebben, is er vaak al onherstelbare schade aangericht. Vooral voor die mensen is bewustmaking op grote schaal zo belangrijk.

Ik zweeg echter en ik had zo mijn redenen. De diabetesmaand vindt het blijkbaar lollig om mij het leven zuur te maken. Het gebeurt te vaak dat mijn suiker te laag is en dat het moeilijk blijkt om daar weer uit te raken. Eén cola, twee cola’s, drie etc en toch blijven de lage waardes er verder inhakken. Soms raak ik in paniek en geloof ik dat het niet meer goedkomt. Af en toe denk ik dat het echt onmogelijk is dat ik nog stééds te laag zit, na alles wat ik al heb gedronken en gegeten, dus meet ik niet nog eens en drink niet nog wat cola. Met als gevolg dat de echtgenoot me moet dwingen de cola naar binnen te werken die hij voor mijn neus zet. Niet fijn. Niet voor hem en niet voor mij.

Afgelopen woensdag kreeg ik de kers op de taart. Ik mag hopen dat het eenmalig was en nu nooit meer zal voorvallen, maar ik ben bang dat het zo niet werkt. Plots zei er iemand: “Mevrouw, u heeft een hypo.” Er werd aan mijn lijf gesleurd en gevraagd of ik zelf op de brancard kon kruipen. Brancard? “Pas op, u heeft een infuus!”, riep iemand. Huh, sinds wanneer? Plots begon het te dagen: ik had met de echtgenoot gebeld en het gesprek afgebroken met de boodschap dat ik even cola moest drinken, want dat ik te laag stond. Er was een vaag gevoel van paniek en het idee dat ik cola moest kopen, terwijl ik toch gewoon blikjes in mijn handtas had zitten. Wat er dan is gebeurd, weet ik echt niet. Volgens de ambulanciers heb ik nog wat rondgezwalpt en ben ik uiteindelijk in elkaar gezakt. Hoe die mannen daar zijn gekomen en wie ze heeft verwittigd? Geen idee. Wat ik heb gedaan, of er misschien iemand aan me heeft gevraagd of het wel ging, ik kan het allemaal niet zeggen. Toen ik plots besefte wat er aan de hand was, raakte ik in paniek. “Hoe laat is dat hier?”, vroeg ik trillend en het antwoord bracht me nog meer van slag. Minimaal dertig minuten sinds dat telefoontje met de echtgenoot. En mijn werk! Die wisten helemaal niet waar ik was! Ik moest ze snel bellen!

Een stel boterhammen en een nietszeggend gesprekje met de spoedarts later mocht ik beschikken. Op de fiets terug naar kantoor dus en maar een beetje proberen te werken. Ik moet toegeven dat het niet goed lukte. Ik kon mijn gedachten er niet echt bijhouden. Dit was niet meer om mee te lachen. Ge kunt nog zo hard roepen dat diabetes allemaal meevalt, maar na episodes als deze voelt het toch niet echt zo. Mijn collega’s waren zwaar onder de indruk, dus ik probeerde het wat te minimaliseren. De echtgenoot schoot meteen in bezorgdheidsstand, waardoor ik er dan weer alles aan deed om hem te kalmeren. De volgende dag begonnen mijn collega’s er al stevig mee te lachen en voortdurend allusies te maken op wat was gebeurd. Ge kunt er inderdaad maar beter eens mee lachen, ik ben ook van dat gedacht. Toch kan ik er niet aan doen dat ik het niet lollig vind. Die controle volledig verliezen en niet kunnen zeggen wat ge in tussentijd hebt gedaan. Niet willen doemdenken, maar toch door uw hoofd zien flitsen wat er had kunnen gebeuren als ge alleen thuis waart geweest of als ge voor Kasper hadt moeten zorgen. Wat voor rampen er boven uw hoofd hadden gehangen als ge met de auto hadt gereden.

Zoals altijd konden de artsen niet meteen een oorzaak bedenken. “U heeft ofwel teveel insuline gebruikt, of anders te weinig gegeten of te veel inspanning gedaan,” merkte er eentje snugger op. Dat er ergens in de balans iets niet helemaal juist zat, dat lijkt me duidelijk. Dat er soms echter ook geen duidelijk aanwijsbare redenen zijn, daar moest ik hem toch even op wijzen. Een diabeet is niet iemand die ‘ziek’ is, maar wel iemand die met een defect in het lichaam moet leven. Meestal betekent dat gewoon alert blijven en een hoop handelingenuitvoeren die voor een ander zwaar lijken, maar voor de gemiddelde patiënt snel routine zijn en niet meer als een probleem worden ervaren. Het betekent niet eten zonder nadenken, heel veel rekenen en continu blijven sleutelen aan de instellingen. Dat moet iemand met een allergie of astma ook, denk ik dan. Soms betekent het echter wél dat er problemen zijn. Toen dat bewustzijnsverlies me ’s tijdens de nacht overkwam, vonden ze het ‘normaal’ doordat het bewustzijn ’s nachts sowieso verlaagd is. Nu was het gewoon klaarlichte dag. Het maakt me ergens toch bang. Ik hoop heel hard dat het iets eenmaligs was. De tijd zal het ons leren. Maar hoewel ik het heel belangrijk vind om aan de buitenwereld te tonen dat diabeet zijn niet hoeft te betekenen dat er allerlei speciale regelingen getroffen moeten worden voor u en dat ge in principe alles kunt doen wat een ander doet, blijf ik er toch ook op hameren dat het hier en daar ook stevig scheef kan gaan. Dat het geen ziekte is om mee te lachen of te spotten. Het is bittere ernst. Dus als iemand in uw omgeving diabetes blijkt te hebben, ongeacht welk type, houdt dat dan toch maar in uw achterhoofd. Geeft geen commentaar op hoe de persoon in kwestie met zijn ziekte omgaat, maar steunt hem in wat hij onderneemt en weest begripvol als het wat moeilijker gaat. En weest u er altijd van bewust dat ge het aan de buitenkant dan misschien niet ziet, maar dat het er daarom niet minder is. Dankuwel!

maandag 10 november 2014

Afgelopen week was er eentje waarin ...

  • Kasper een keelontsteking had en ik heel hard hoopte dat wij zouden ontsnappen.
  • ik een orthopedist bezocht die waarschijnlijk mijn carpal tunnel gaat opereren
  • ik dacht dat ik misschien wel eens koorts kon hebben, me ook heel belabberd voelde en toch verderwerkte want geen tijd. Om halfvier toch naar huis trok met de woorden: ik voel me niet zo goed, ik denk dat ik misschien een urineweginfectie heb, niks ergs, morgen hoop ik er weer te zijn.
  • ik bij thuiskomst 40° koorts had.
  • ik voor het eerst onverwachts iemand anders de zoon moest laten afhalen en dan ook nog de crèche niet te pakken kreeg om hen te verwittigen.
  • de dokter elke vezel van mijn lijf onderzocht, want hij vond mijn klachten niet meteen op een urineweginfectie wijzen. 
  • hij niks vond en dan toch 'een staal' vroeg en maar bleef zeggen hoe atypisch het zou zijn.
  • ik gelijk had en dus een opgestegen urineweginfectie bleek te hebben.
  • ik van de dokter de raad kreeg eerder met die 40° koorts op mijn fiets naar de apotheek van wacht te trekken dan tot de volgende ochtend te wachten met antibiotica.
  • ik bedacht dat de echtgenoot nu toch echt voor de kleine zou moeten zorgen, maar die dus thuiskwam met die vorte keelontsteking van de zoon.
  • ik die de dag nadien bovenop die infectie ook nog kreeg. Dolle pret!
  • ik sliep en sliep en sliep en sliep.
  • ik drie kilo afviel door ziek te zijn en nauwelijks te eten.
  • ik vier achterstallige Libelle’s eindelijk las.
  • ik ook vier boeken las, straks raak ik nog weer in het ritme!
  • de winterdons terug op ons bed belandde.
  • ik 2u naar de boekenbeurs trok en daarna 4u moest slapen om te bekomen.
  • ik slechts 3 boeken kocht.
  • ik me afvroeg of het aandeel strips en jeugdboeken nu altijd al zo groot was.
  • het internet ermee ophield of zich afschermde.
  • ik me heel veel vragen stelde over privacy en die overboord gooien.
  • er een betoging was.
  • die fel uit de hand liep en daardoor de boodschap van de vreedzame betogers niet meer werd gehoord, wat ik toch erg vond.
  • ik nochtans niet met hen sympathiseerde. Doe maar op zondag. Dan wel.  
  • ik daar niet verder over wens over uit te weiden. Ook niet over politiek. Ik wil alleen even zeggen dat ik niet van al dat fanatisme overal houd. Misschien schrijf ik daar ooit nog wel eens een andere blogpost over.
  • ik me afvroeg wat ik met facebook en twitter wil bereiken en nadacht over hetgeen ik ermee doe op andere manieren aanpakken.
  • ik een eerste start deed om me weer uit te schrijven voor een hoop online nieuwsbrieven – to be continued.
  • ik iedere dag zei dat ik een was wilde doen, maar er nooit toe kwam.
  • ik een uitnodiging uitstuurde voor een etentje naar tien mensen voor komende zondag, maar nog nul komma nul inspiratie had voor een gerecht.
  • ik begon te panikeren over opvang het volgende kalenderjaar.
  • ik me inschreef voor de secret santa van dit jaar; éindelijk eens eentje op mijn maat, waarbij je woorden moet schenken en niet iets origineels of zelfgemaakts. Doen jullie ook mee?
     

zondag 9 november 2014

De slappe lach.

Ik dwaalde wat rond op het wereldwijde web en ik las bij casa murphy dat zij zich niet meer kon herinneren wanneer ze voor het laatst de onvervalste slappe lach had. Ja eh ... ik dus wel. Het is echt niet zo lang geleden, misschien een week of drie. Ik zat op het werk en probeerde een logica te vinden. Ik zou een meeting hebben met twee ‘groten’ in onze business. Ik wilde graag beslagen ten ijs komen en ik wou dus alle details voor mezelf op een rij te krijgen. Er was één ding waar ik maar over bleef struikelen en hoe ik het ook bekeek, ik kwam er niet uit. Het was echt te belachelijk voor woorden, ik wist dat het ook doodsimpel was, ik telde op mijn vingers, trok streepjes op een blad, probeerde logisch na te denken, maar ... het lukte me niet. Het was echt té onnozel, dus ik durfde het niet aan een collega te vragen. Dan maar een mailtje sturen naar de echtgenoot, besloot ik. Die zou me wel superhard uitlachen, maar die heeft zo al wel meer kemels van mij meegemaakt. Bij hem hoef ik me niet meer beter voor te doen dan ik ben. Ik ging ervan uit dat hij eens met zijn hoofd zou schudden, een beetje inwendig zou lachen en me dan kort en bondig het correcte antwoord zou sturen. Misschien nog vergezeld van een ‘dom kipje’ of iets in die aard, maar dat zou volkomen terecht geweest zijn.

Boy, was I wrong. Een vijftal minuutjes later kreeg ik meneer de echtgenoot aan de lijn. Ik schoot al lichtjes in de lach en murmelde “hallo?”. Hij gaf me het juiste antwoord, maar ik hoorde dat hij moeite moest doen om niet in lachen uit te barsten. “Ja sorry”, zei ik nog, “ik weet wel dat het idioot is, maar ... “ en toen liep het dus fout. Ik begon echt te gieren, hij begon te gieren en allebei raakten we er niet meer uit. Ik zit in zo’n open plan bureau en er zit dus ook een collega naast en twee recht tegenover mij, al de rest zit ook echt binnen gehoorsafstand, dus ik wilde niet dat het zou opvallen. Het lijkt me duidelijk dat de slappe lach willen verbergen een onmogelijke opdracht is. Soms probeerden we nog “ja maar” of “maar hoe is dat nu toch mogelijk”, maar de moraal van het verhaal was dus gewoon dat de tranen over mijn wangen liepen, dat ik echt met gierende uithalen zat te lachen en dat ik dubbelgeplooid over mijn bureau naar adem zat te happen. De collega’s kwamen toch even dubbelchecken of ik niet aan het wenen was, kuch. “Maar kieken!”, probeerde ik mijn teerbeminde te zeggen, “Ik zit hier wel op mijn bureau, he!” Hij was wel fijntjes op de gang gaan staan voor hij naar mij belde, maar ik werd redelijk overvallen en had me dus niet kunnen verschuilen. “Oei, nu gaan die allemaal vragen waarom ge zo moet lachen!”, schaterde hij nog.

Enfin, het hele intermezzo heeft werkelijk waar minstens tien minuten geduurd. Mogelijks ook wel vijftien. Vuurrood en nog nahikkend moest ik dan toch echt mijn hoofd weer oprichten en alle blikken van de collega’s trotseren. Ik heb eens mijn schouders opgehaald en ‘sorry hoor’ gekucht. Daarna holde ik naar de printer en naar de keuken voor wat drinken, wat de eerste nieuwsgierige vragen toch al een beetje had doen wegdeemsteren. Ik heb aan niemand bekend wat de reden was van deze verschrikkelijke lachbui. Maar als we eraan terugdenken, beginnen zowel de echtgenoot als ik stiekem weer een beetje te giechelen. ;-)

vrijdag 31 oktober 2014

Ik heb er vijf dagen lang aan gedacht! #projectblogboek

Het is kwart voor zes als ik ’s ochtends mijn bed uitstrompel. Ik neem kreunend een douche en tegen dat ik een beetje tot leven ben gekomen, ligt de zoon samen met de echtgenoot in bed op mij te wachten. Ongeveer twee minuten krijg ik dan om mijn outfit aan te schieten en wat kleren voor de kleine mee te grabbelen en dan begint de tocht naar beneden. Daar voeren we het dagelijkse gevecht om zijn pyama uit en zijn kleren aan te krijgen, er moet eten klaargezet worden voor hem en op crèchedagen ook een fles gegeven worden. Om halfzeven vertrekken we als hij naar de grootouders gaat en om kwart na zeven op de andere dagen, maar toch voelt het altijd als een rush. Hoe dan ook, in al dat gehaast is er dus geen tijd om zelf te eten. Gelukkig is mijn werkgever zo flexibel om toe te laten dat ik dat aan mijn bureau doe. Mijn pc start op en ikzelf eet dus iets om zelf ook opgestart te raken. Meestal moet het iets zijn dat snel gaat en waar ik op voorhand ook geen werk aan heb gehad. Ik doe mijn best om gezondheid ook te laten primeren, want de dag goed begonnen is toch al half gewonnen.

Hoe dan ook, deze week slaagde ik er zowaar in om vijf dagen op rij een foto te nemen van mijn ontbijt. Voor #projectblogboek moest dat namelijk en als Kelly zegt dat we iets moeten doen ... . Enfin soit.


Roze yoghurt en een peer. Normaal eet ik niet echt veel fruit, omdat het de bloedsuikers alle kanten opjaagt. Nu had de zoon door omstandigheden echter geen verse fruitpap gegeten en was die peer over. ’t Was een goeie harde, zo heb ik ze het liefst! Afvalverwerking van de bovenste plank dus.
 
 
Drie wafeltjes en een peer. Die peer eh ... was dus blijkbaar ook nog over. De wafeltjes eet ik doorgaans ook al niet, want veel te ongezond! De echtgenoot had echter een gigantisch pak gekocht en ik vond even niets anders. De wil is sterk, het vlees eerder zwak dezer dagen.
 
 
Hebt ge ooit al eens zo’n goddelijke platte kaas gegeten? Dit vind ik zelfs zonder suiker of fruit superlekker. Ik eet dat met periodes. Dan weer eens twee keer per dag en daarna maanden niet. Ik had geen eten, ging naar de panos/delhaize in het tankstation op de hoek en stootte op mijn heerlijke potjes. Njam njam!
 
 
Echt. Ik denk dat ik op de drie jaar dat ik bij mijn huidige werkgever zit nog nooit croissants of koffiekoeken heb gegeten als ontbijt. Nu dus wel! Doorgaans laat ik dat ook maar links liggen, ik ben al dik genoeg momenteel. Ik ken mezelf ook een beetje, want ik weet dat een ongezond ontbijt vaak uitloopt in een hele dag schransen en vettige brol. Het heeft in ieder geval wel gesmaakt.
 
 
Hier ging het bijna mis. Mijn ontbijt was al lang en breed op en ik zat heel ijverig te werken en toen plots dacht ik: Sh*t, mijn foto+! Meevallertje van de dag: mijn lunch was exact hetzelfde als hetgeen ik ’s ochtends had gegeten. Zegt nu nog ne keer dat saaiheid soms geen voordelen heeft. Er zaten boterhammetjes met kip curry in dat zakje, trouwens. Ook weer iets dat ik zelden eet, dat brood. Straf, hé! Maar Kasper moet leren boterhammen eten en aangezien het een beetje dwaas is om alleen voor hem een heel brood te kopen, probeer ik het af en toe dan zelf toch ook maar te eten. Mijn suiker lacht er meestal niet mee, vandaar ook mijn lichte tegenzin. Daarnaast vind ik het zo lekker, dat ik altijd veel meer wil eten dan de aangeraden twee boterhammetjes en dat ik dus ofwel te veel eet en daar gefrustreerd om word, of dat ik me er anders aan houd, maar daardoor ook gefrustreerd word. De boterhammen waren wel goed, maar het beleg was echt niet te vreten. Jammer dan.

Dit is een van de posts in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.

 

woensdag 29 oktober 2014

Wat hebben we de afgelopen dertig dagen geleerd?

Het is wel makkelijk om te roepen dat ge iets gaat doen, maar daarom lukt het nog niet meteen. Als ge aan iets begint, denkt ge daar best eerst eens over na. Ge moet een beetje plannen hoe ge het allemaal gaat aanpakken, wat er nodig is om het te doen slagen en ge moet mogelijke struikelblokken toch al wat op voorhand incalculeren. Doet ge dat niet, dan moet ge ofwel uzelf in zesentachtig bochten wringen, of anders lukt het gewoon niet. Ook ondanks bochtengewring kan het nog altijd mislukken trouwens.

Toen ik dus hier zei dat ik dertig dagen op rij zou schrijven, had ik daar beter even over nagedacht. Ik had mij misschien toch éventjes moeten beraden over mogelijke onderwerpen en al op voorhand wat uitwerken voor die dagen waarop ik iets aan de hand had, te moe was of geveld was door een buikgriepje of een verkoudheid van de lamleggende soort. Dat deed ik niet, dus hier en daar kwam er al eens een dag of twee toch geen post. Ik heb dus geleerd dat ik moet plannen. Dat dertig dagen ook wel ... zot veel is om iédere dag te schrijven, dat ook. Zoveel interessants heb ik nu ook weer niet te melden. Dat het anders wel bijna iedere dag wel lukt om iéts te zeggen, dat was toch een openbaring. Inspiratie komt trouwens ook gewoon met te schrijven, heb ik gemerkt. Bizarre constatatie! Het zou dus haalbaar moeten zijn om iets vaker met iets op de proppen te komen dan iedere achtentwintigste van de maand voor een brief aan de zoon.

In al mijn enthousiasme riep ik ook dat ik een maand lang geen cola light zou drinken. Ge kont al een beetje vermoeden dat het toch niet helemaal gelukt is ... of beter gezegd helemaal niet. Op het werk ging het doorgaan best goed – dat flesje van de foto was echt een éénmalig feit, maar daarbuiten leek het een onbegonnen opdracht. Thuis en op café werd er voornamelijk cola light of pepsi max naar binnen gegoten. Het is dus niet gegaan zoals gehoopt, maar mijn consumptie is wél drastisch geminderd door overdag al van het godendrankje af te blijven. Oh, en water is geen waardige vervanger voor mij. Als dat mijn drank van de dag moet zijn, drink ik gewoon véél te weinig. Dan kom ik ’s avonds volledig uitgedroogd thuis en zou ik meteen een sloot willen drinken.

Ik leerde ook dat het nog zo evident niet is om iets aan uw gewicht te doen. Het was niet meteen een ontdekking, maar ik vond het wel een teleurstelling te constateren dat het nog steeds zo lastig is. Ik at kerstomaatjes met hopen, yoghurt en droge koekjes, maar het resultaat bleef uit. Een buikgriepje dwong me een week lang nauwelijks te eten en hoera, hoera, een schamel kilootje was daardoor weggesmolten. Uiteraard kwam dat er al terug bij toen ik weer eten binnen kreeg. Daarna volgde er een uitputtende week met comfortfood: chinees, pizza, frietjes van de frituur, ... en het hek was natuurlijk van de dam. Toen besloot de echtgenoot dat hij zelf iets aan zijn gewicht zou gaan doen (ik wacht er nog maar op vanaf de eerste seconde dat ik zwanger was – juni 2013 dus ... ) en smeekte om dan eerst nog een paar dagen volledig ‘los’ te mogen gaan. Ik besef dat dat een verschrikkelijk dom plan is, maar als hij daardoor gemotiveerd kan worden ... waarom niet dan. Ik vrat dus mee ongezonde brol en intussen zijn er in plaats van minder alleen maar meer kilo’s. Mijn lichaam heeft de fijne eigenschap namelijk om buitenproportioneel te keer te gaan als ik mij eens laat gaan. Plus drie extra kilo’s dus. Ik heb geleerd dat proberen af te vallen toch wat tijd kost. Nadenken over wat er gegeten zal worden, plannen en uitdokteren wat er moet gebeuren op die dagen dat ge echt steendoodstikkapot zijt en niet meer wilt koken of dat ge gewoon geen tijd hebt om iets klaar te maken tussen de dagelijkse avondrush en één of andere activiteit. Ik wil nog altijd iets aan dat verdomde gewicht doen, dus zal ik het anders moeten aanpakken. Dat de echtgenoot nu mee gaat doen, zal alvast helpen. Niemand meer die bij elke gezonde keuze zeurt om ze om te bouwen in gefrituurde brol, ik mag hopen dat het zal helpen. En plannen. Plannen, plannen, plannen. Het weekmenu zal terug intensiever gebruikt moeten worden en ik overweeg om ook lunch en ontbijt er mee in te verwerken. Een voorbereid vrouw is er twee waard?

Tot slot werd me bijgebracht dat mijn diabetes terug beter onder controle krijgen geen evidentie is. Mijn gemiddelde waarde is wel weer wat gezakt, dat klopt. Ik heb echter verschillende episodes gehad van lage waardes waar ik bijna niet meer uitraakte. Een halve liter cola en een berg koeken verder zijn en nog steeds niet op uw eigen brein kunnen vertrouwen, no fun. Een zoon horen huilen, maar beneden eerst niet één, niet twee, niet drie, maar vijf cola’s moeten drinken uit angst dat ge anders met hem de trap af zult stuiken, het zijn niet de leuke kanten van de ziekte. Ik begin patronen te zien in mijn waardes, maar ik ben er nog lang niet. We doen dus maar voort en hopen op extra verbetering. Ook hier zal ik er gewoon wat meer tijd aan moeten besteden nog. Gewoon hopen dat het beter gaat, dat werkt dus niet. Regelmatig uw meter en pomp uitlezen en analyseren waar patronen zich herhalen, dat geeft tenminste kans op succes. Ik ben op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Ik zal dus moeten plannen wanneer ik dat allemaal ga doen, of er gebeurt niets.

Plannen. Ik denk dat het dat is. Ik moet het meer doen, in alle mogelijke situaties. Ik ga er alvast voor. Kwestie van af en toe nog tot iéts te komen.

En u, lieve lezer, hoe plant u de dingen in uw leven? Hoe gaat u te werk?


 

 

dinsdag 28 oktober 2014

Maandbrief - negen maanden.

Lieve zoon,

Het is heel bijzonder om u te zien opgroeien. Het ene moment vallen we nog omver dat ge al negen maanden zijt, het andere lijkt het alweer eeuwen geleden dat we u als ieniemini prutske in onze armen hielden. Als we zien wat ge al allemaal kunt, is het bijna niet meer voor te stellen dat ge ooit zo hulpeloos waart. Hoewel er natuurlijk nog héél veel dingen zijn die ge zult moeten leren in uw leven, vinden wij namelijk dat ge al heel goed zelf kunt zorgen dat ge krijgt wat ge wilt. Een speelgoedje spotten ergens zorgt ervoor dat ge op een paar seconden de hele living doorkruist. Elektriciteitsdraden die per ongeluk een héél klein beetje hangen te bengelen zijn meteen goed voor een sessie trekken. Daarnet hebt ge zowaar mijn muis uit mijn laptop gesleurd?! Jawadde. Als ge ergens een speelgoedje ziet liggen dat u wel interessant lijkt, dan doorkruist ge tegenwoordig de hele living en begint er de zotste dingen mee te doen. Dat speelgoed mag net zo goed een plastic tasje met een stuk of dertig dvd’s erin zijn, of een loodzware handtas, of een vol pak pampers.

Het allerallerschattigste dat ge tegenwoordig doet, is trouwens komen zeggen dat we u moeten pakken. Ge zit te spelen en dan plots komt ge op ons afgekropen. Snel en doelbewust sluipt ge tot aan onze voeten en gaat aan onze broekspijpen hangen. Ge probeert zelfs een beetje eraan naar boven te klimmen en maakt er de nodige dwingende geluiden bij. Als we niet snel genoeg reageren, dan richt ge uzelf helemaal op op uw armpjes en kijkt ons heel strak aan. Natuurlijk smelten wij keer op keer en nemen wij u in onze armen. Wat hadt ge nu gedacht!

Ge haalt te pas en te onpas uw bandietenglimlach nodig en fotomodelallures hebt ge vast en zeker. Er moet nog maar een camera in de buurt zijn of ge zet uw meest fake glimlach op. Niet te geloven! Ge zegt ook heelder dagen mama en papa, volgens mij gewoon omdat ge ziet hoe tof wij dat vinden. Ge hebt helaas nog geen enkel besef hoe of wat, dus toen ik u vanochtend uit uw bed kwam pakken, begroette gij mij enthousiast met “papa”. Hmm. ;-)

Deze maand hebt ge weer veel nieuwe dingen geleerd; zelf gaan zitten, los zitten (al doet ge dat hier thuis precies niet graag op de grond), staan met steun van een zetel of tafel, een boterham eten, over uw vader klimmen door op uw voeten te steunen, zelfs half hangend ministapjes zetten om iets te pakken, ... . Ge slaat nu ook echt uw armpjes om ons heen, ge komt zélf met uw gezichtje tot tegen dat van ons en begint dan te schaterlachen, ge grabbelt uw vader zijn oren vast of onderzoekt mijn haar. We zién u groeien en dat een heerlijk proces om mee te maken.

Ge zijt intussen ook gedoopt, trouwens. De pastoor was een neef van uw grootvader, hoe cool is dat? De beste man hield een fijne mis, eentje waarin zowel de gelovige mensen in het gezelschap als ook de anderen zich konden vinden. Uw peter en meter en wij natuurlijk moesten komen vertellen wat het betekent dat gij nu in ons leven zijt en het werd alleen maar duidelijk dat ge met uw gat in de boter gevallen zijt. Alle aanwezigen willen gewoon dat gij opgroeit tot een leuke, gelukkige kerel, Kasper. Steekt dat maar in uw hoofdje, voor als het er ooit eens dik tegenzit en ge het gevoel hebt dat iedereen tegen u is.

Eigenlijk moeten we zeggen dat deze maand een heel aangename was. Ge kunt steeds vaker minstens een uur op uw eentje spelen, ge eet beter, ge slaapt toch redelijk en ge kunt echt heerlijk vrolijk zijn. Het enige werkpuntje blijft de crèche. Ge zijt enthousiast als ge er aankomt, ge springt bijna uit mijn armen en wipt al vrolijk op en neer als er nog maar iemand aan de deur verschijnt, maar toch krijg ik ’s avonds vaak te horen dat het allemaal niet van een leien dakje is gegaan. Ge kunt het nochtans, hé. Dat bewijst ge als ge bij ons thuis zijt, zelfs bij oma en moeke en ook bij opa gaat het steeds beter. Ik zou gewoon graag weten dat gij daar tevreden zijt, mateke, want die mensen doen toch hun best voor u. En in ruil moogt ge écht uw allerzaligste lachjes en uw allerflinkste gedrag ook wel op hen loslaten, hoor. Mama zal niet jaloers zijn!

Oh, trouwens, makker. Wat is dat met dat doorslapen?! Vijf goddelijke nachten lang hebt ge het gekund. Tussen 19 en 20u staken we u in bed en ’s ochtend som 6u waart ge daar weer. We moesten wel nog tutjes komen terugsteken, maar eten hoefde niet langer. Vijf zalige nachten ... en toen was het voorbij. Waarom? Geen idee. Er was wel wat hoesten, er was een minibuikgriepje, nog wat meer hoesten, nu weer een groeispurt ... , excuses zat dus. Maar alsjeblieeeeeft, kunt ge het dringend nog eens opnieuw doen?
 
Ge wordt graag gezien, Kaspertje. Vergeet dat nooit. 
Honderdduizend kusjes,
x