Over Upje.

Follow by Email

woensdag 21 januari 2015

De doodgewone dingen.

“Ik heb een nieuwe favoriete rubriek in de krant. Het coolste is: het is mijn rubriekje. In “Doodgewone dingen” in De Standaard Magazine mag ik sinds vorige zaterdag mensen vragen naar de dingen die hun hart doen zingen.”, schreef Lilith. Geef toe, na zulke woorden is het onmogelijk om daarna te weerstaan aan haar oproep om ook je lijstje van doodgewone dingen te delen, niet? Dat vonden duidelijk heel wat anderen met mij, getuige blogland dat door gelijkaardige postjes wordt overspoeld.

Mijn hart zingt van een heleboel dingen, zoals onder andere:
 
·        douchen als er niemand thuis is. Zo lang ik wil, zo heet ik wil, zo half slapend als ik wil. En nadien nog even in bed kruipen.

·        een grote kom warme soep, een dikke, donkerbruine boterham en goei boter. Liefst ergens in een taverne.

·        een idee opperen en merken dat mensen er ook iets mee gaan doen

·        naar Dagelijkse Kost kijken

·        met het lief aan de telefoon hangen en allebei niet meer kunnen praten van het lachen. Meestal omwille van een grote stommiteit.

·        bij het in slaap vallen altijd met één lichaamsdeel tegen elkaar liggen

·        de eerste keer dat je zonder jas op je fiets zit in de lente. Het is nog nét te koud, maar dat geeft niet, want het is ein-de-lijk lente!

·        aan de kaaien zit op een zomerdag

·        de glunderende blik van de echtgenoot als hij de zoon in zijn Ramones-truitje ziet

·        ’s morgens de tijd vinden om een lunch te prepareren en daar dan de hele voormiddag naar uitkijken

·        een nieuw gerecht uitproberen en de extreem strenge jury die dan zegt: “Ja, dat is wel lekker!”

·        ongecompliceerd zingen samen met mijn zus, terwijl mijn vader ons begeleidt op de piano. Het zijn altijd zichtlezingen en ze zijn meestal extreem uitdagend, we doen ook altijd sessies van minimaal vier of vijf uur, maar ik ben altijd zo blij als ik achteraf compleet dood onderweg ben naar huis.

·        de geur van vers gepelde mandarijntjes

·        een steenharde peer eten

·        een ontbijtbuffet op hotel waar ook fruitsla te vinden is

·        vers geraspte worteltjes

·        een vriendin die zélf vraagt om nog eens met mij af te spreken

·        twee hoogbejaarde mensen die nog steeds hand in hand lopen

·        heel moe zijn en dan mijn hoofd op de borstkast van de echtgenoot kunnen vleien

·        een weekmenu opstellen, er zelf enthousiast van worden én het helemaal uitvoeren

·        combinerend koken (groentepap voor de zoon, mijn eigen lunch, intussen al snel een eitje koken voor een ander moment, etc etc)

zondag 11 januari 2015

Secret Santa.

Tess kondigde de nieuwe Secret Santa aan en vertelde dat deelnemers dit jaar alleen met woorden moesten knutselen. Ik werd meteen enthousiast. Ik ben niet handig of creatief, maar woorden ... die zijn wél mijn ding! Ik keek dus reikhalzend uit naar de namen van de mensen die ik mocht proberen te verblijden met een kaartje. Toen het zover was, bleek ik één slachtoffer al een hele tijd te lezen, een ander was recent aan mijn leeslijst toegevoegd en een derde was volledig nieuw voor mij. Ik begroef me tijdelijk even in elk van hun blogs in de hoop een beetje inspiratie op te doen. Je wilt tenslotte met iets afkomen dat op hen van toepassing is. Een simpele ‘gelukkig nieuwjaar’, daarvoor moet je natuurlijk niet meedoen. Ik kreeg er zowaar toch een beetje stress van.

Ik trok op een onbewaakt moment al eens naar de krantenwinkel en zocht er drie kaarten uit waarvan ik zelf vond dat ze er nog acceptabel uitzagen. Zelf knutselen, dat kan ik echt totaal niet en daar ging ik me dus ook niet aan wagen. De tijd om naar ‘het kaartje der kaarten’ op zoek te gaan ontbrak me ook, dus ik hoopte op enige goodwill van mijn slachtoffers om dat dan maar door de vingers te zien. Ik herbegon tien keer aan mijn tekstjes en ik bleef maar twijfelen. Moest ik niet met iets bijzonders over de brug komen? Gewoon een beetje gezwets van iemand die je van haar noch pluim kent, zit daar iemand op te wachten ... ?

Terwijl ik nog steeds naarstig zat te twijfelen, kreeg ik zelf al mijn eerste secret santa. Dat was een fantastisch exemplaar, het verwarmde mijn hart, maar het gaf me ook moed. “Dit lukt mij ook wel”, dacht ik.

Ik schreef de tekst eerst op mijn pc, herlas hem zesentachtig keer en begon mijn eerste kaartje te schrijven. Na twee zinnen voelde ik al dat dat mijn (relatief vers geopereerde) hand dat niet zo prettig vond, maar ik kon uiteraard niet meer stoppen zonder nog een nieuw kaartje te moeten gaan zoeken. Even doorbijten dus ... . De twee andere dames heb ik dus een afgeprinte tekst moeten sturen, hoe jammer ik dat ook vond. Handgeschreven ... het heeft toch iets speciaals. Een beetje nerveus stopte ik mijn kaarten in hun envelop, plakte ze dicht en stopte ze in de brievenbus. Vanaf toen kon ik alleen maar hopen dat mijn boodschap overkwam bij de ontvanger en dat ik de bal niet volledig had misgeslagen met hoe ik hun blog en daarmee ook hun persoontje had geïnterpreteerd. Vanaf toen kon ik alleen nog nieuwsgierig gaan loeren op de dames hun webstekje om te kijken of ze er al iets over hadden geschreven ... . Gelukkig had ik alle foto’s van extra cadeautjes en kunstwerken en andere zotte dingen nog niet gezien voor ik mijn kaartjes had opgestuurd, of ik had het nooit meer gedurfd.

Voor Birgit van durvendromenendenkendoen wist ik al meteen wat ik wilde schrijven. Iedere keer als ik haar lees, op haar blog of op andere internetfora, krijg ik hetzelfde gevoel. Ik wist meteen wat ik haar zou wensen en goot dat in een tekst. De boodschap kwam blijkbaar goed aan. Oef! Terwijl ik die tekst voor Birgit zat te verzinnen, bedacht ik me dat Eva van Evavertelt eigenlijk wel heel wat overeenkomsten had met Birgit en dat ik haar dus misschien wel iets gelijkaardigs kon wensen. Anders, maar toch. Ook haar tekst raakte nog best vlot geschreven. Ik kreeg vorige week zelfs een lief kaartje terug, dankjewel Eva! Dan moest ik ook nog een kaart sturen naar Laurence van Ptitsmonstres.wordpress.com . Deze vond ik het moeilijkst. Ze schrijft voornamelijk over haar naaiprojecten en dat is natuurlijk geweldig interessant (ik ben al helemaal jaloers op je talent!!!), maar het geeft niet heel veel inzicht in het persoonlijke leven. Dat is ook niet erg, maar wel lastig als je probeert een tekst te schrijven. Ik doorspitte heel haar blog en deed mijn best toch tot een persoonlijke boodschap te komen.

Ik was nog ijverig aan het nadenken over wat ik allemaal zou schrijven toen mijn eerste kaartje al in de brievenbus stak. Er kwam meteen een grote glimlach op mijn gezicht toen ik zag van wie het kwam: van Miss Secret Santa zelve! Tess schreef een lief kaartje dat mijn hart verwarmde. Eenvoudig en doeltreffend, zo heb ik het graag. Er zat nog een klein mini-envelopje bij met minipapiertjes ... superleuk!

De tweede envelop kwam heel wat later, maar was absoluut het wachten waard. Aan de naam zag ik al meteen dat hij van Haaike kwam, wiens blog ik toevallig een tijdjegeleden heb ontdekt. Tof, tof. De inhoud deed me al gniffelen: er zat een klein schriftje bij en ik ben eh ... helemaal into schriftjes, hé. De echtgenoot noemt het altijd mijn verslaving (wat uiteraard zwaar overdreven is). Uit het kaartje bleek duidelijk dat ze mijn blog aandachtig had gelezen en de dingen die ze me toewenste waren me dus ook helemaal op het lijf geschreven. Ik was al helemaal in een warme en tevreden roes, zo hard zelfs dat ik niet verder keek dan mijn neus lang was. Mijn liefste lief was nieuwsgieriger dan ikzelf en deed het schriftje al eens open en er bleek zowaar een recept in te staan. Als hulpom mijn goede voornemens te vervullen, stel je voor! Ik moet wel bekennen dat het zweet me al uitbrak bij het lezen van die instructies, hoor, lieve Haaike. Ik overweeg ernstig om het eens te proberen, maar ik denk dat ik toch eerst nog wat maandjes moed zal moeten verzamelen. Zelf sandwiches maken ... . Ik houd jullie zeker op de hoogte of het is gelukt. ;-) Als kers op de taart had ze er zelfs naast geschreven hoeveel gram koolhydraten er in alle ingrediënten zittenen hoeveel dat dan per stuk zou geven. Komaan mannen, zalig toch! :D Dankje, dankje, dankje. Ik kan er nog altijd niet over hoe ‘boenk erop’ dit was.

Op de derde secret santa moest ik best lang wachten. Ik begon al te vrezen dat nummer drie er de brui aan had gegeven ofzo, dat kan natuurlijk altijd. “Liefje, liefje”, riep de echtgenoot eind vorige week plots bij het leeghalen van de brienvenbus, “dit moet zeker je derde kaartje zijn! Zo’n knappe envelop!” Hij had helemaal gelijk. Naam en adres waren supersierlijk geschreven, of misschien is getekend een juister woord. Als ik het nu niet zo erg zou vinden dat iedereen mijn adres kon zien, ik zou er een foto van proberen te trekken, alleen maar om het jullie te kunnen laten zien. Er zat een kaartje in met een fijne wens en verder een boel kaartjes, tekeningen, stickers, mooie papiertjes, ... . Wauw. Meer kan ik niet zeggen. Emmel, dit compleet oncreatief mens hier staat vol bewondering voor jouw werk. Prachtig! Dankjewel om me ermee kennis te laten maken. Ze tekende trouwens ook een supermooie hond, speciaal voor mij. Ook daarvan geen foto, want mijn naam staat ernaast. Voorlopig kies ik er nog voor die hier niet te delen. Geloof me maar gewoon vrij, het was werkelijk wondermooi. Ik ga jouw blog zeker eens wat beter bekijken, trouwens! Altijd fijn er leuke nieuwe te leren kennen.

Hoewel ik er toch nog een beetje stress van kreeg – lag helemaal aan mezelf, aard van het beestje ofzo – vond ik het toch superleuk om te doen. Om zelf te schrijven en al helemaal om zelf te krijgen. Als er ooit nog eens eentje komt waarbij je niet aan het knutselen hoeft te slaan, doe ik zeker weer mee!

Lieve Tess,

Dankjewel voor het organiseren van alweer een Secret Santa. Ik vind het de max en ik hoop dat je er nog vele jaren de energie en de goesting voor kunt blijven vinden!

 

zondag 28 december 2014

Maandbrief – elf maanden.

Lieve, lieve Kasperito,

Soms gebeuren er toch gekke dingen in het leven ... . Het ene moment zit je nog met de handen in het haar en weet je echt niet wat je moet beginnen. Iedere dag sleept mama zich naar de crèche om angstig af te wachten hoe slecht het nu weer is gegaan. ‘Redelijk’ is al een heel feest. Het volgende ogenblik halen mama en papa jou samen af en krijgen te horen dat je het schitterend hebt gedaan. Niet gehuild, superflink op je eentje gespeeld, jezelf rechtgetrokken aan het hek (?!!), ... . De verzorgsters waren blijkbaar zo overdonderd dat ze filmpjes van je hadden gemaakt en foto’s getrokken, die ze ’s avonds trots aan ons lieten zien. Jongen, je beseft niet hoe blij mama bijna naar huis zweefde die avond! Zo trots was ik op je ... Dit scenario herhaalde zich de hele volgende twee weken. Zotjes! We weten nog altijd niet wat de plotse ommekeer heeft veroorzaakt, maar stilletjes aan beginnen we te durven geloven dat het geen toeval meer is.

Misschien ligt het wel aan het feit dat je plots weer zoveel meer kunt. Sluipen/kruipen deed je al langer, maar nu trek je je ook vlotjes zelf op tot stand en doe je zo heelder afstanden aan de tafel / zetel / het babyhek in de crèche / ... . Daardoor heb je ons veel minder nodig en ik vermoed dat dat je heel veel deugd doet. Het enige lastige is dat je nog niet zelf terug kunt gaan zitten en dat je dus toch eens hard moet brullen als je na een half uur rechtstaand spelen weer eens van locatie wenst te veranderen. Ach, we zijn zo blij met hoe je het nu doet, dat we er niets mee inzitten om je even weer op weg te helpen, hoor kerel! Je kunt ook vlotjes stappen aan onze handen, maar je vindt het nog niet onverdeeld leuk.

Je gaat nu zo snel vooruit, dat we een paar drastische maatregelen hebben genomen en ons een mat hebben aangeschaft bijvoorbeeld. Nu kan je heelder dagen op je blote voetjes rondcrossen, zonder dat die ijsklompjes moeten worden. Op je sokken schoof je altijd maar onderuit en dat was echt zo ontzettend zielig ... . Verder moeten we veel beter gaan opletten wat we allemaal laten rondslingeren, want je raakt altijd nét iets verder dan we hadden verwacht en je bent ontzettend snel met die grijpgrage vingertjes van je. We kochten ook twee opstapjes van verschillende hoogte en dat bleek een winner. Heelder uren sta je daaraan te spelen, hang je erover, gebruik je ze om je te verplaatsen, zijn ze je ideale tafeltje om met blokjes of stapelbekers te slaan.

Wat ook nieuw is en wat mama héérlijk vindt, is dat je geïnteresseerd luistert als we een boekje voorlezen. Bruno de beer is je favoriet. Je weet ook al wat er gaat komen, want nog vóór ik de giechelende eekhoorns of de piepende muisjes begin na te doen, lig je al helemaal in een deuk. Dat doe je steeds vaker, trouwens, schaterlachen om iets wat wij doen. Tijdens het verschonen als trucje om je stil te laten liggen eventjes een leeuw nadoen en huppakee, daar ging je dan. Een paar dagen later hoorden we jou plots uit het niets wat brullen. Zoekend. Eventjes zus, eventjes zo ... en jawel, daar kwam een brul van een leeuwtje. OH MY GOD was me dat schattig. Ook nu doe je het nog regelmatig en iedere keer weer zijn vader en moeder plasjes gesmolten mens. Daarnaast doe je ons soms ook heel duidelijk na. Zalig ... J

Tijdens de afgelopen feestdagen hebben we ook weer gemerkt dat je het heel goed doet op feestjes en in grote gezelschappen. Na een eerste verlegen momentje, waarbij je je gezichtje eventjes in mijn hals duwt, mag iedereen jou pakken en speel je gewoon zoals je op je beste dagen doet. Zo lang je wat aandacht krijgt, is het in orde en dat ontbreekt doorgaans niet op zo’n gelegenheden, hé. Waar we maanden geleden telkens bang waren dat we gingen moeten vluchten, kunnen we nu met een behoorlijk gerust hart vertrekken. Danku. Danku danku danku.

Momenteel ben je dus een schitterend kind en we genieten met volle teugen. Hopelijk blijft dit duren ... !

Dikke zoen,
je trotse mama

vrijdag 26 december 2014

Doen we voort of stopt het hier ?

Het blijft een koorddans, dat bloggen. De ene dag smijt je je vol goesting en de volgende vraag je je af waarvoor je het dan eigenlijk allemaal doet. Je ziet in je statistieken dat er best wel wat (stille) lezers zijn, maar toch heb je ook het gevoel dat je lezerspubliek bestaat uit vijf man en een paardenkop. Veelal mensen waarmee ik ook op een andere manier contact heb. Er blijft ook het eeuwige vraagstuk van privacy. Wat zet je wel op een blog en wat niet? Hoe ver kan je daarin gaan? Ik noem – behalve van de zoon – nooit namen en ik houd familiale of werkgerelateerde toestanden meestal zo vaag mogelijk. Toch ben ik er vrij zeker van dat iemand die mij kent en hier per toeval terechtkomt, ook wel zal wéten dat ik degene ben achter die hele upje. Dus schrijf ik minder wat ik wil schrijven, laat ik meer onderwerpen onberoerd dan ik zou willen en hetgeen ik nog wél plaats, is vaak ontdaan van een hoop details. Ik worstel daarmee. Ik zoek manieren om daarmee om te gaan, maar ik vind ze voorlopig niet.

Dan is er natuurlijk de grote vraag waarom ik hier kom schrijven. Is het voor mezelf? Misschien als makkelijke manier om een aantal mensen met slechts één bericht op de hoogte te brengen? Gewoon om ‘erbij te horen’? Ik schrijf ook wel graag, dus misschien als soort van uitdaging om hier en daar ook eens verder te gaan dan een dagboekfragment? Toch ook als manier om ergens mee te kunnen doen in discussies? Ik ben er alvast niet uit. Ik voel me aan handen en voeten gebonden en toch wil ik er ergens ook niet zomaar mee ophouden.

Toen ik het blogboek van Kelly uitgelezen had, zat ik vol inspiratie en ik wilde er weer helemaal voor gaan. Het was me wel duidelijk dat ik misschien wat aanpassingen zou moeten doen. Ik denk dat dat nog steeds nodig is, als ik met het bloggen wil blijven doorgaan. Alleen is de vraag dan hoe. Gooi ik elke vorm van privacy overboord en schrijf ik desnoods zelfs onder mijn eigen naam, schrijf ik écht over de dingen van alledag mét smeuïge details en trek ik het me niet aan als mensen uit het echte leven mij vinden en meelezen? Deel ik zelfs mijn blog met familie en vrienden en wordt het dus veel minder dan nu enkel iets virtueels? Of misschien houd ik het beter zoals het nu is, maar zoek ik een manier om toch de dingen te beschrijven zoals ik het zou doen als ik me er geen zorgen over hoefde te maken dat anderen zichzelf in stukjes zouden herkennen, een beetje zoals ik hier deed? De laatste optie is natuurlijk van deze hele blog gewoon te sluiten en opnieuw een (online) dagboek te beginnen. Daarin kan je uiteraard gewoon schrijven wat je écht denkt en voelt en wat je frustreert en .. .

Ik weet het niet. Het blijft iets dat me bezighoudt, hoe je dat allemaal het beste aanpakt. Ik schaam me niet voor wie ik ben of voor wat ik denk, vindof voel. Het zijn de anderen die onvermijdelijk in mijn verhalen binnensluipen van wie ik niet weet of ze het wel lollig vinden om opgevoerd te worden als personage in een blokstukje. Het is vooral voor reacties van randaanwezigen in mijn bestaan dat ik ‘bang’ ben.

Voorlopig ga ik er nog een beetje van wakkerliggen, denk ik. Intussen is alle goeie raad altijd welkom, hoor. Of tips voor dingen om over te schrijven, die hoor ik ook graag. Want hoewel ik doodgraag schrijf, is vinden waarover nog vaak een van de moeilijkste dingen. Dus vertel me eens ... Hoe pakken jullie dat allemaal aan? Hoe zouden jullie dat doen in mijn geval? En waarover willen jullie mij graag eens zien schrijven?

 

woensdag 24 december 2014

Goeie voornemens.

Ik ben normaal niet zo van de goeie voornemens. We zien wel wat er komt en ik wil van iedere dag het beste maken, dat is mijn motto. Dit jaar maak ik eens een uitzondering en wil ik wél een paar dingen oplijsten waar ik in 2015 werk van wil maken.

  • 5 kilo afvallen
  • terug zelf brood beginnen bakken
  • iemand contacteren om onze tuin te laten heraanleggen
  • vliegenramen laten maken
  • terug veel meer drinken > minimaal 2l per dag en liefst zelfs meer
  • veel minder cola light drinken > we zullen al eens beginnen met op het werk water of thee en enkel bij de maaltijd evt cola light
  • er werk van maken veel minder eten weg te (moeten) gooien
  • 10 nieuwe recepten uitproberen
  • 100x met de fiets gaan werken

Voilà. Vanaf 1 januari gaan we ervoor. En u, lieve lezer, wat neemt u zich zoal voor?

woensdag 10 december 2014

Wacht nog een beetje. #projectblogboek

We zaten met zijn vieren te praten. Het onderscheid begeleider-patiënt viel even weg en we vroegen honderduit naar haar kersverse huwelijk. Ze straalde en vertelde over haar moeder van vijfentachtig en over de wandeling van het stadhuis naar de feestzaal samen met iedereen die ertoe deed. “Ik had gewoon deze rode botjes aan”, giechelde ze, zoals enkel dames van in de vijftig dat kunnen. We schertsten heen en weer en warmden onze harten aan haar geluk. “En voelt dat nu anders, zo na twintig jaar samen zijn?”, vroeg iemand. “Ja,” verzuchtte ze, “ik had dat niet verwacht, maar echt. Ik was zó gelukkig die dag, dat had ik op voorhand nooit kunnen denken.”

Ongemerkt sloopt het gesprek toch weer naar ons en hoe we dachten het te gaan doen als we weer in de grote, boze buitenwereld geworpen zouden worden. Meisje één kreeg een wijs advies op haar verzuchtingen en meisje twee kreeg een hart onder de riem en de zekerheid dat er nog hard gewerkt zou worden aan de struikelblokken voor ze haar zouden laten gaan. Ze waren allebei toch ietwat gerustgesteld, want zo’n nakend ontslag brengt toch vaak heel wat onzekerheden met zich mee. Ikzelf was nog niet zo lang op de afdeling. Het ging verbazingwekkend goed en ik bleek ook de nodige inzichten te hebben. In groepstherapie verkondigde ik de ene wijsheid na de andere en ik vertoonde een geweldig groot relativeringsvermogen. Net daarom zochten de twee dames steeds vaker mijn gezelschap, omdat ik met de voeten op de grond stond en hen met een paar laconieke opmerkingen ook weer die richting uit kon duwen. Ik had mezelf op een paar dagen gedwongen weer fatsoenlijk te eten, ik spoot mijn insuline opnieuw (nog onder toezicht wel) en ik deed mijn best om mijn uitdijende lichaam te accepteren. “Ach,”, had ik gezegd, “het is gewoon niet eerlijk. Ik ben sinds ik hier aankwam al vijftien kilo aangekomen, terwijl dat helemaal niet hoefde. Ik krijg intussen alleen nog maar dieetporties en toch blijven de kilo’s er aanvliegen. Ik kan er nu nog tegen, maar ik weet niet hoe lang dat gaat duren. Wat als het nooit stopt? Want als blijkt dat ik gelijk had en dat ik enkel een gezond gewicht kan hebben als ik héél weinig eet? Wat als insuline overslaan de enige mogelijkheid is voor mij om in normale kleren te blijven kunnen? Wat als mijn gewicht nooit gaat stabiliseren?”

Intussen was het al schemerdonker geworden en de meeste groepsgenoten waren al lang naar hun kamer getrokken. De televisie speelde nog op de achtergrond, maar er zat niemand meer te kijken. De andere begeleidster was al aan haar pillenronde begonnen en eigenlijk moesten wij ook maar eens richting bed. Toch wilde ze eerst nog op mijn bedenkingen reageren. “Geef het eens een kans, meisje.” “Ja maar, ik” en ze onderbrak me. “Ik weet het, je hebt het al vaak geprobeerd. Honderden keren ben je er al voor gegaan. Maar hoe lang hield je dat vol? Je lichaam reageert nu eenmaal wat anders dan andere, dat is waar. Je kwam aan en je besloot dat het te veel was en dan sloeg je hier weer eens een spuit over, daar minderde je wat met eten en zo hield je altijd het hele systeem in stand. Geef het een kans. Spreek met jezelf af dat je zes maanden lang alles doet zoals het hoort. Eten én insuline spuiten, de hoeveelheid die moet. Het zal niet makkelijk zijn en je zult ongetwijfeld aankomen en vloeken en ermee willen stoppen ... maar zet door. Geef je lichaam de tijd om eraan te wennen en om opnieuw te stabiliseren. Als je na die zes maanden constateert dat het nog altijd maar blijft doorgaan of dat je het echt echt niks vindt, dan kan je nog altijd besluiten om het roer weer om te gooien en alle wijze raad te laten voor wat hij is, niet?” Ik werd er stil van. Die nacht kon ik niet slapen. Zou ik het écht proberen? Zouden het de zes rotste maanden van mijn leven worden en zou ik achteraf toch genadeloos hervallen?

Aangezien ik nauwelijks zes maanden na mijn ontslag alweer aan de deur stond, dit keer in nog veel slechtere staat dan voorheen, is het vrij duidelijk dat ik op dat moment niks met die raad heb gedaan. Of toch, maar ik heb het niet volgehouden. Ik kwam zelfs nooit in de buurt van die zes maanden. Toch bleven haar woorden altijd hangen. Een hoop ellende, veel familiale crisissen en een tweede opname verder stond ik op een keerpunt. Ik zat er compleet onderdoor en liet het zo ver komen dat ik niet zeker wist of ik mijn gedoe wel zou overleven. Ofwel ging ik dood of anders gaf ik het een kans. Dag per dag raapte ik moed bijeen en ging ervoor. Ik jankte regelmatig de ogen uit mijn hoofd, ik dacht dat het nooit zou beteren en ik vervloekte alles in mijn leven om de vijf minuten ... maar zes maanden later waren we een heel eind op de goeie weg. Ik was in tussentijd geslaagd voor mijn examens (tegen alle verwachtingen in), ik had mij een geweldig lief gevonden, de nabehandeling mocht gestopt worden, er hadden zich heel wat goede vrienden getoond op mijn weg en op de één of de andere manier zag ik het leven weer zitten. Vol angsten, met nog steeds een afkeer van dat veel te dikke lichaam, met regelmatig moeilijke momenten. En toch. De zesmaandenregel bleek een gouden tip geweest te zijn.

Na mijn studies ging ik aan het werk. Dolblij was ik dat er iemand mij een job had willen geven en ik begon er dus aan met goeie moed. Helaas bleken er hopen intriges, tonnen stress en collegialiteit was ver te zoeken. Na amper drie weken wilde ik daar helemaal niet meer gaan werken. “Geef het tijd”, hoorde ik de begeleidster in mijn hoofd herhalen. “Houd het zes maanden vol en dan kan je nog altijd besluiten dat je er niet mee wilt doorgaan.” Toen ik na zes of zeven maanden regelmatig had zitten huilen op de wc’s en ik iedere dag met lood in mijn schoenen naar kantoor trok, mocht ik dus van mezelf beslissen dat ik er niet langer wilde blijven. Het kostte me nog wat tijd om de teleurstelling daarrond door te slikken en ook daadwerkelijk iets anders te vinden, maar goed. Ik had het een kans gegeven en het was niets geworden. Bij job twee had ik ook wel wat tijd nodig om te wennen. Nieuwe kennis vergaren, plots heelder dagen in het Duits praten, je in een groep nieuwe collega’s gooien die elkaar al jaren kenden ... ook hier was het niet altijd prettig. Zes maanden later begon ik er de lol wel van in te zien. Die collega’s waren eigenlijk best sympathiek, ze waren toch vrij tevreden over mij en ik kreeg iets meer vertrouwen in mijn kunnen. Ja, hier wilde ik misschien toch wel blijven. Uiteindelijk bleef ik er vier jaar en dat ik wegging, was alleen maar omdat er te weinig werk was. Bij mijn huidige baan net hetzelfde. Ik heb lang getwijfeld of ik er wel goed aan had gedaan over te stappen. Ik werd er ingesmeten en had continu het gevoel te verzuipen. Ook hier kenden de collega’s elkaar al zo lang, dat het soms moeilijk was om me in de groep te wurmen. Zes maanden later begon het allemaal wel te lukken en een jaar verder wist ik dat het geen verkeerde keuze was geweest.

De gouden raad is natuurlijk ook aanpasbaar. “Ik zal ivf één keer proberen, maar als het zo erg is als gevreesd, dan houden we er daarna mee op.” [Het resultaat kruipt hier rond.] “Ik zal een insulinepomp nemen, maar als ze me na een jaar nog altijd hindert of het resultaat is niet noemenswaardig, dan geef ik de hele handel terug.” [Vier jaar and counting. Ik geef ze nooit meer af!] “Ik probeer de continue glucosemeting, maar ik doe de definitieve aankoop niet als ik geen voordeel zie tegenover gewoon meten.” [Aankoop niet gedaan toen, maar ik overweeg wel om er nu terug mee te beginnen na deze en deze grap.]

En dan surft een mens al eens wat rond op het internet en in het kader van het overlijden van Luc De Vos duiken er natuurlijk overal filmpjes op waarin de beste man zingt of een boodschap heeft. Hij was het met mij eens, denk ik. Op minuut 4:15 geeft hij wat raad aan de jeugd: “Hopen. En wachten, en hopen. Jongens en meiskes, wacht nog een tijdje. Er kan nog vanalles gebeuren.” Misschien moet je maar het hele filmpje eens bekijken, want hoewel het abominabel slecht gezongen is, zegt de beste man schone dingen.
 
 

Dit is een van de posts in het kader van #projectblogsboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.