Follow by Email

woensdag 15 mei 2013

Het vel van de beer.

Ge moogt het vel van de beer wel niet verkopen voor hij geschoten is, maar zo soms ... doet ge dat stiekem toch. En zo juich ik dus inwendig héél hard dat het erop zit, die pianolessen.

De laatste jaren daalde mijn enthousiasme eigenlijk gradueel, omdat ik de stukken die ik kreeg vaak één pot nat vond. Mooi, maar altijd hetzelfde. Ik wilde ook woeste, Russische stukken doen of snelle of ... maar steeds werden mijn kleine handen als excuus aangehaald waarom het een en ander niet zou lukken. Nu ik dit jaar – mijn eindexamenjaar dus – wel minstens zeven stukken dolenthousiast was beginnen oefenen, maar ze uiteindelijk toch werden afgevoerd na een paar weken, had ik er al helemáál geen zin meer in. Waarom zou ik me er nog op toeleggen, als de kans toch groot was dat het uiteindelijk toch weer allemaal voor niets was geweest? Uiteindelijk werd er maar net voor de paasvakantie beslist wat ik zou gaan spelen: één relatief leuk ding, één stom stuk van een voor de rest wel geweldig componist en dan nog één prachtig werk, dat ik alleen wel al vorig jaar heb gespeeld.

Na die paasvakantie moest ik echt een stevig tandje bijsteken, want door al die demotivatie had ik echt niet voldoende geoefend. Ik heb dan nog het geluk dat ik vrij snel iets behoorlijk kan spelen, maar om écht af te werken en ook nog muziek aan het stuk te kunnen toevoegen, was toch echt meer toewijding vereist. De afgelopen weken heb ik dus heel ijverig piano gespeeld. Zelfs als ik maar een half uurtje thuis was, kroop ik nog even achter mijn instrument, al was het maar om mijn stukken nog eens gauw door te spelen.

In principe moet ik het kunnen. De snelle en moeilijke passages zitten in mijn vingers, de muzikaliteit van de romantische of dromerige passages komt helemaal over, het tempo van ieder stuk is acceptabel en ik ben in staat over te brengen hoe het stuk zou moeten klinken. Hier thuis op mijn eigen stoeltje dan toch. In de les, op een goeie dag. Zonder stress. Alleen ken ik mezelf en weet ik uit ervaring dat een examensituatie rampzalig is voor mijn prestaties. Ge kunt er donder op zeggen dat iedere ‘riskante’ plek zal foutgaan, met daarbovenop nog een stuk of tien plaatsen waar alles normaal altijd goed gaat. Ge weet nu al dat ik met spierpijn in mijn nek en schouder van achter die piano zal komen, puur van gespannen te zitten spelen. En ge kunt nu dus al zeggen dat het geen geweldige vertoning zal worden, maar een geploeter waarvan iedereen – ikzelf misschien nog het meest – zal hopen dat het maar gauw voorbij is.

En toch ... is er al een grote last van mijn schouders gevallen. De laatste les is achter de rug. De belangrijkste raadgevingen die ik nog kreeg, hadden te maken met ontspannen en proberen rustig te zijn en wel te zien hoe het gaat. “Bekijk het filosofisch”, werd er gezegd, “en verwacht gewoon niet van uzelf dat ge alles foutloos gaat spelen.” Er is weinig dat ik nu nog kan doen, behalve de lastige trekken nog iedere dag eens met extra aandacht doorspelen, de metronoom nog eens aanzetten om mijn inwendige tik-tak in de maat te laten lopen en daarmee is het wel gezegd. Vrijdag mag ik nog eventjes snel tussendoor komen om nog eens op “de piano in de zaal” te spelen, want die is toch net iets anders dan die van mij thuis of zelfs die waarop we wekelijks les hebben. En dan is het al dinsdag voor ik het weet, waarschijnlijk.

Ik kijk ernaar uit, dat het gedaan zal zijn. Ik denk wel al na over hoe het hierna verder moet, hoor. Het zou te stom zijn om die piano nu weer te laten verstoffen, maar ik weet ook van mezelf dat ik niet gemakkelijk nieuwe stukken zal gaan instuderen op mijn eentje. Ik overweeg dus om bijvoorbeeld privéles te nemen, al is het maar eens in de maand. Misschien kan ik wel iemand vinden die op wisselende basis wat quatre-mains met mij wilt spelen, of wie weet zijn er ergens projectjes waarvoor een pianospeelster wel van pas kan komen.

Eerst nu nog even dat examen overleven. Maar na dinsdag ... *gelukzalige glimlach*.

 

donderdag 9 mei 2013

Roddel en achterklap.


De gulden middenweg tussen gewoon even meningen uitwisselen over anderen of vooral over situaties met anderen enerzijds, en tussen koudweg roddelen anderzijds ... ik vind het moeilijk te vinden waar hij is, maar eigenlijk ook om te bepalen wanneer iets zich op die middenweg situeert en wanneer het erbuiten valt. Wat is roddelen precies? Volgens wikipedia is het praten over iemand anders, meestal negatief en vaak onwaar, zonder dat de persoon in kwestie aanwezig is. Dat onwaarheden verkondigen uit den boze zijn, lijkt me duidelijk. Maar wanneer is het verkeerd over iemand te praten? Zélfs als het negatief is?

Ja, ik maak mij er soms schuldig aan. Het gebeurt ook zo snel, hé. Ge ergert u dood aan iemand en ge wilt even uw hart luchten. De ander heeft misschien dezelfde ervaring en voor ge het weet escaleert dat allemaal. Of misschien komt de persoon tegen wie ge het vertelt wel met een gelijkaardig verhaal over iemand anders op de proppen. Een paar weken later valt er dan weer iets nieuws voor en aangezien uw luisterend oor nu toch al de voorgeschiedenis kent, stapt ge daar ook weer terug naartoe. Of ge hoort misschien iemand anders over uw ‘onderwerp’ klagen en ge beaamt dat en ... . Zo gaat dat toch meestal, niet? Wat ik wél opmerk bij mezelf, is dat ik er niet tegen kan als altijd dezelfden kop van Jut zijn. Ik kies altijd partij voor de underdog, ook als ik die niet echt geweldig goed kan hebben. Dus als de hele wereld altijd en overal tegen een bepaalde collega is, dan ben ik toch het kwezeltje dat komt zeggen: “Dat is allemaal waar en ik erger me ook dood, maar hij is géén slecht persoon. Hij is gewoon een beetje ... onaangepast.” Of als een andere collega een stil muurbloempje is en ook geen enkele poging doet om contact te leggen met anderen en daar dus – achter de rug – weer voor van langs krijgt, werp ik op dat hij toch helemaal zelf moet kiezen wat hij in zijn vrije tijd doet en dat zelfs ‘niks’ goed genoeg is, zolang ge er zelf maar van geniet.

Enerzijds creëert het een band tussen mensen. A heeft een probleem met B en C eigenlijk ook en misschien D ook nog wel en A, C en D voelen zich dus verbonden als ze hun ergernissen even kunnen delen. Of als iemand u iets vertelt over iemand anders dat ge nog niet wist, dat is toch ook wel leuk, niet? Maar er is ook de keerzijde, natuurlijk. Als ze anderen vrolijk de grond inboren, wie zegt dan dat ze dat op een bepaald moment niet met u gaan doen? Vooral als ge merkt dat de stellingen ingenomen worden, maar dat er net zo makkelijk weer naar de andere kant wordt overgelopen als de samenstelling van het gezelschap verandert.

Gisteren hoorde ik op het werk zo’n gevalletje. In het team naast het mijne zitten niet bepaald de meest positieve mensen. Als persoon X er niet is (en dat is best vaak), wordt er gezamenlijk over haar geklaagd. Ze doet haar werk niet meer graag, ze is niet gemotiveerd, ze is voortdurend ziek, ze weet altijd wel een reden te verzinnen om thuis te kunnen “werken”, haar back-up is nooit goed geregeld bij afwezigheid, ... . Als persoon Y er dan weer niet is, komt exact dezelfde commentaar, maar dan weer over hem. Toen persoon Y dus afwezig bleek, startte het geroddel weer. Er werd heel hard geklaagd dat ze op deze manier veel te veel werk kregen en dat het niet meer houdbaar was, maar ze hadden blijkbaar wel de tijd om meer dan een uur (!) over hem bezig te zijn. Toen ik dat allemaal hoorde (Voor de duidelijkheid: aangezien er een schutting tussen onze teams zit, dachten ze blijkbaar dat ik dat allemaal niet hoorde. Wel dus!), bedacht ik me dat het nu echt genoeg was geweest. Gedaan met roddelen.

Maar toen begon ik me dus af te vragen wat roddelen precies inhield en waar de grens ligt. Wat er uit veel van mijn relaties nog zou overblijven als eender welke vorm van ‘spreken over een ander’ gebannen zou moeten worden. Ik heb op geen van beiden een antwoord.

Voorlopig ben ik niet van plan om al te veel te veranderen. Maar het is wél iets om even over na te denken. Erbij stil te staan ... .  

woensdag 24 april 2013

Heerlijkheden.

·        Ne merveilleux van den Delhaize. Goddelijk!

·        We hadden steak uitgelegd voor ‘s avonds, maar door omstandigheden was het plots niet meer mogelijk om echt te koken. De volgende drie dagen aten we al met zekerheid niet thuis, dus eigenlijk zouden we dat mooi stuk vlees gewoon moeten weggooien. Om negen uur ’s avonds besloot ik om het in reepjes te snijden en te bakken, zodat ik het de volgende dag gewoon onder een witloofsalade kon mengen.

Terwijl ik daar dan zo aan dat vuur sta, terwijl de halve wereld al slaapt en terwijl ik het ook helemaal niet onmiddellijk ga opeten, voel ik mij een echte huisvrouw. Zalig gevoel is dat! :D

 

 

woensdag 17 april 2013

Heerlijkheden.

Het is halfnegen ’s avonds en ge fietst naar huis. Ge hoort de vogelkes nog vrolijk fluiten, de lucht is nog heerlijk warm van de namiddagzon, en het is zélfs nog behoorlijk licht. Lentegevoel ... éindelijk!

zaterdag 13 april 2013

Wéér in snelheid gepakt.

Om een lang verhaal kort te houden: bij de eerste inseminatiepoging bleek al dat de kans klein was dat het zou gaan lukken. Bij de tweede poging werd dat vermoeden alleen maar bevestigd. Er was geen keuze meer: met de gegeven informatie zouden ze niet meer insemineren. “Maar niet getreurd,” zei de gynaecoloog, “dan doen we toch gewoon IVF. Of zelfs ICSI, als het materiaal niet goed genoeg blijkt te zijn voor IVF.” How, how, stop! Ik heb altijd gezegd dat ik geen IVF wilde en dat was nog altijd het geval. Toen ik dat zei, lachte meneer eens. “Dat zal nog wel veranderen.” De echtgenoot schoot al meteen in een halve depressie toen ik met bovenstaand nieuws thuiskwam. Een half jaar geleden hadden ze alles onderzocht en gezegd dat er geen enkele reden was waarom wij niet op natuurlijke wijze een kind zouden kunnen krijgen. Dat schept toch hoop, eerlijk gezegd. Als resultaat dan toch uitblijft en er wordt tot inseminatie overgegaan, zijt ge nog altijd heel hoopvol. Twee mensen die allebei prima een kind kunnen verwekken, die hebben toch véél kans. Ergens hielden we er altijd rekening mee dat het misschien ook niét ging lukken, maar dan zouden we ons daar gaandeweg wel bij neerleggen. Dat geen IVF willen nu al héél snel zou betekenen dat we alle hoop moesten opbergen, daar kon de echtgenoot precies niet meer mee leven.

Eerlijk? De moed zonk me in de schoenen. Hij zou me niet dwingen en hij zou zich er ook wel bij neerleggen als ik bij mijn beslissing bleef om het niét te doen, maar als je weet dat hij het toch heel erg graag wilt proberen ... wat doe je dan? Dan vraag je toch al maar een blad voor terugbetaling aan, begin je al met de pil te nemen (blijkbaar moet dat de eerste maand) en maak je toch maar een afspraak met die gynaecoloog. Met de moed der wanhoop ... en met de duidelijke afspraak dat we één keer proberen en dat ik daarna alle recht heb om te zeggen dat ik het nooit meer wil doen, als het echt zo hard tegenvalt als ik nu vrees. De gynaecoloog deed alsof ik van al die hormonen helemaal niets ging merken, maar dat lijkt me de grootste onzin ooit. Ge hoort toch heel andere verhalen ... . Bovendien wilde ik weten wat het dan allemaal precies inhield, maar daar bleef hij ook echt vaag over. Volgende week gaan de echtgenoot en ik er nog maar eens naartoe voor een ‘bespreking’. Ik wil van die man weten wat er precies moet gaan gebeuren, hoe vaak we ongeveer zullen moeten verschijnen, hoeveel tijd ons dat gemiddeld zal kosten. Uiteraard moet ge met de natuur rekening houden en kan niet alles op voorhand gepland worden, maar ik wil niet aan heel dit avontuur beginnen met de slappe uitleg die hij toen gaf. ‘Bwa, ge begint met de pil en dan geeft ge elke dag spuitjes en dan moet ge eens komen om te zien of er genoeg follikels groeien en dan halen we die weg en dan is nog eens de inseminatie, hé.” Wat weet ge daar nu mee. Het zal wel wat meer, wat ingrijpender zijn dan dat.

Intussen ben ik trouwens met die pil begonnen. Toen hij ze voorschreef, vroeg ik nog of dat geen kwaad kon voor mijn diabetes. “Maar nee, dat is maar voor één of maximum twee maanden, hé. Dat is geen enkel probleem.” Het is dan alleen wel erg toevallig dat ik sinds de dag dat ik ermee begonnen ben, opvallend hogere waardes heb. In die mate zelfs, dat ik momenteel al een dubbele hoeveelheid insuline gebruik per dag, met nog steeds te veel hoge waardes. Dat is geen ramp en met wat tijd en geduld is dat wel op te vangen, maar dat had hij er nu echt niet bij kunnen zeggen, of wat?

Maar goed. Wéér een nieuw traject dus.

dinsdag 2 april 2013

Heerlijkheden.

Tegenwoordig doe ik het steeds vaker en iedere keer moet ik toch stiekem gniffelen om mezelf. Ik denk aan iets dat ik moet doen, maar altijd weer vergeet. Plots denk ik er weer aan, maar dan ben ik net niet op de juiste plek om de taak te kunnen uitvoeren. Dus ik stuur een mailtje naar mezelf met in de titel een bevel. 'Kruipt uit uwe zetel en doe die sodexo cheques op de bus' was de eerste. Vandaag liet ik mezelf dan weer weten dat er al (bijna te) lang een factuur lag te wachten: 'Betaal die rekening!!!'
 
Zelfgemaakt geluk, all by myself. :-)

woensdag 20 maart 2013

Zangles part II. Of ook wel - Ah bon!


Twee weken geleden tijdens de zangles komt er een man binnen die een afspraak wenst te maken met de zangjuf om eens samen te oefenen. Langs haar neus weg vermeldt die laatste: "Ha, Up, by the way, gij gaat dat brengen, hé, dat stuk." Aha, en wanneer moet dat dan wel uitgevoerd worden? En over welk stuk gaat het? In wat voor context gaan we dat brengen misschien? Het antwoord was eigenlijk te gek voor woorden: over twee weken, een Spaans, op de instrumentenvoorstelling. Klein detail: ge krijgt als extraatje nog te horen dat één van de twee lessen voor de uitvoering ook nog wegvalt, wat betekent dat ge het stuk twee dagen voor het optreden voor het eerst eens zult brengen en er nog maar een héél klein beetje aan zult kunnen werken. Ge zijt flexibel, zeker, dus ge zegt dat ge het wel zult proberen.
 
Daarnaast moet ge daar ook nog een ander stuk gaan brengen, maar dat kent ge al wel en hebt ge zelfs al eens opgevoerd. Alleen is de pianiste van toen niet beschikbaar, dus moet ge aan uw eigen pianolerares vragen of die u misschien bij uitzondering eens wilt begeleiden. Ook daar is de tijd om nog samen te oefenen uiteraard eerder beperkt. Die lerares wilt dat wel doen en ge oefent nog twee keer. Dat stuk ziet ge eigenlijk wel zitten. 

Dan is het dus de laatste les voor de instrumentenvoorstelling en ge oefent het Spaans stuk met de gitariste. Als uw stem het volhoudt en niet geveld wordt door alweer een verkoudheid of keelontsteking, zal het wel lukken.
 
 
Maar dan. Plots is het de dag van de uitvoering en in de vroege namiddag krijgt ge plots een sms van de pianolerares dat ze ziek is. Ze heeft gebeld met de zangleerkracht en die zal een oplossing zoeken. Enkele uren later - laten we zeggen drie uur voor het concert - belt ook die zangjuf en ze meldt dat ge iets gaat moeten zingen dat zij kan begeleiden, want ze vindt uiteraard geen pianist bereid om dat op zicht even te gaan doen op een podium. Helaas pindakaas betekent dat wel dat ge niet het goefende stuk kunt doen, 't zal iets anders moeten zijn. 
 
 
wordt dus vervangen door
, wat ge ooit eens een weekje in de les hebt gedaan en dat toen in de vergetelheid was geraakt. 
 
We zijn zeker flexibel en in principe moet dat allemaal wel lukken, maar het is toch wel weer wat! Uiteraard kan niemand eraan doen dat de pianolerares nu ziek was, maar ik heb toch efkes héél hard "Ah bon?!" gedacht toen ik het bericht van haar afwezigheid en vooral de impact kreeg!
 
Intussen is het hele gedoe achter de rug en ik heb stiekem gezegd dat ik dat Spaans stuk eventjes niet meer zag zitten. Ik heb gisteren een fikse kou op mijn stem gepakt, doordat ik twee uur in een ijzige kerk had moeten staan repeteren. Als de stem lastig doet, is het toch echt verstandiger om ze niet te zwaar belasten, vandaar dat ik me tot de Pergolesi heb beperkt! Het is weer achter de rug ... dus nu op naar het volgende concert. Komende zondag, eigenlijk, met eerst nog een repetitie vrijdag. Daar moet ik drie nummers ten berde brengen, waarvan ik er eentje nog maar twee keer heb gezongen. Time for action dus!