Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 31 oktober 2014

Ik heb er vijf dagen lang aan gedacht! #projectblogboek

Het is kwart voor zes als ik ’s ochtends mijn bed uitstrompel. Ik neem kreunend een douche en tegen dat ik een beetje tot leven ben gekomen, ligt de zoon samen met de echtgenoot in bed op mij te wachten. Ongeveer twee minuten krijg ik dan om mijn outfit aan te schieten en wat kleren voor de kleine mee te grabbelen en dan begint de tocht naar beneden. Daar voeren we het dagelijkse gevecht om zijn pyama uit en zijn kleren aan te krijgen, er moet eten klaargezet worden voor hem en op crèchedagen ook en fles gegeven worden. Om halfzeven vertrekken we als hij naar de grootouders gaat en om kwart na zeven op de andere dagen, maar toch voelt het altijd als een rush. Hoe dan ook, in al dat gehaast is er dus geen tijd om zelf te eten. Gelukkig is mijn werkgever zo flexibel om toe te laten dat ik dat aan mijn bureau doe. Mijn pc start op en ikzelf eet dus iets om zelf ook opgestart te raken. Meestal moet het iets zijn dat snel gaat en waar ik op voorhand ook geen werk aan heb gehad. Ik doe ook mijn best om gezondheid ook te laten primeren, want de dag goed begonnen is toch al half gewonnen.

Hoe dan ook, deze week slaagde ik er zowaar in om vijf dagen op rij een foto te nemen van mijn ontbijt. Voor #projectblogboek moest dat namelijk en als Kelly zegt dat we iets moeten doen ... . Enfin soit.


Roze yoghurt en een peer. Normaal eet ik niet echt veel fruit, omdat het de bloedsuikers alle kanten opjaagt. Nu had de zoon door omstandigheden echter geen verse fruitpap gegeten en was die peer over. ’t Was een goeie harde, zo heb ik ze het liefst! Afvalverwerking van de bovenste plank dus.
 
 
Drie wafeltjes en een peer. Die peer eh ... was dus blijkbaar ook nog over. De wafeltjes eet ik doorgaans ook al niet, want veel te ongezond! De echtgenoot had echter een gigantisch pak gekocht en ik vond even niets anders. De wil is sterk, het vlees eerder zwak dezer dagen.
 
 
Hebt ge ooit al eens zo’n goddelijke platte kaas gegeten? Dit vind ik zelfs zonder suiker of fruit superlekker. Ik eet dat met periodes. Dan weer eens twee keer per dag en daarna maanden niet. Ik had geen eten, ging naar de panos/delhaize in het tankstation op de hoek en stootte op mijn heerlijke potjes. Njam njam!
 
 
Echt. Ik denk dat ik op de drie jaar dat ik bij mijn huidige werkgever zit nog nooit croissants of koffiekoeken heb gegeten als ontbijt. Nu dus wel! Doorgaans laat ik dat ook maar links liggen, ik ben al dik genoeg momenteel. Ik ken mezelf ook een beetje, want ik weet dat een ongezond ontbijt vaak uitloopt in een hele dag schransen en vettige brol. Het heeft in ieder geval wel gesmaakt.
 
 
Hier ging het bijna mis. Mijn ontbijt was al lang en breed op en ik zat heel ijverig te werken en toen plots dacht ik: Sh*t, mijn foto+! Meevallertje van de dag: mijn lunch was exact hetzelfde als hetgeen ik ’s ochtends had gegeten. Zegt nu nog ne keer dat saaiheid soms geen voordelen heeft. Er zaten boterhammetjes met kip curry in dat zakje, trouwens. Ook weer iets dat ik zelden eet, dat brood. Straf, hé! Maar Kasper moet leren boterhammen eten en aangezien het een beetje dwaas is om alleen voor hem een heel brood te kopen, probeer ik het af en toe dan zelf toch ook maar te eten. Mijn suiker lacht er meestal niet mee, vandaar ook mijn lichte tegenzin. Daarnaast vind ik het zo lekker, dat ik altijd veel meer wil eten dan de aangeraden twee boterhammetjes en dat ik dus ofwel te veel eet en daar gefrustreerd om word, of dat ik me er anders aan houd, maar daardoor ook gefrustreerd word. De boterhammen waren wel goed, maar het beleg was echt niet te vreten. Jammer dan.

Dit is een van de posts in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.

woensdag 29 oktober 2014

Wat hebben we de afgelopen dertig dagen geleerd?

Het is wel makkelijk om te roepen dat ge iets gaat doen, maar daarom lukt het nog niet meteen. Als ge aan iets begint, denkt ge daar best eerst eens over na. Ge moet een beetje plannen hoe ge het allemaal gaat aanpakken, wat er nodig is om het te doen slagen en ge moet mogelijke struikelblokken toch al wat op voorhand incalculeren. Doet ge dat niet, dan moet ge ofwel uzelf in zesentachtig bochten wringen, of anders lukt het gewoon niet. Ook ondanks bochtengewring kan het nog altijd mislukken trouwens.

Toen ik dus hier zei dat ik dertig dagen op rij zou schrijven, had ik daar beter even over nagedacht. Ik had mij misschien toch éventjes moeten beraden over mogelijke onderwerpen en al op voorhand wat uitwerken voor die dagen waarop ik iets aan de hand had, te moe was of geveld was door een buikgriepje of een verkoudheid van de lamleggende soort. Dat deed ik niet, dus hier en daar kwam er al eens een dag of twee toch geen post. Ik heb dus geleerd dat ik moet plannen. Dat dertig dagen ook wel ... zot veel is om iédere dag te schrijven, dat ook. Zoveel interessants heb ik nu ook weer niet te melden. Dat het anders wel bijna iedere dag wel lukt om iéts te zeggen, dat was toch een openbaring. Inspiratie komt trouwens ook gewoon met te schrijven, heb ik gemerkt. Bizarre constatatie! Het zou dus haalbaar moeten zijn om iets vaker met iets op de proppen te komen dan iedere achtentwintigste van de maand voor een brief aan de zoon.

In al mijn enthousiasme riep ik ook dat ik een maand lang geen cola light zou drinken. Ge kont al een beetje vermoeden dat het toch niet helemaal gelukt is ... of beter gezegd helemaal niet. Op het werk ging het doorgaan best goed – dat flesje van de foto was echt een éénmalig feit, maar daarbuiten leek het een onbegonnen opdracht. Thuis en op café werd er voornamelijk cola light of pepsi max naar binnen gegoten. Het is dus niet gegaan zoals gehoopt, maar mijn consumptie is wél drastisch geminderd door overdag al van het godendrankje af te blijven. Oh, en water is geen waardige vervanger voor mij. Als dat mijn drank van de dag moet zijn, drink ik gewoon véél te weinig. Dan kom ik ’s avonds volledig uitgedroogd thuis en zou ik meteen een sloot willen drinken.

Ik leerde ook dat het nog zo evident niet is om iets aan uw gewicht te doen. Het was niet meteen een ontdekking, maar ik vond het wel een teleurstelling te constateren dat het nog steeds zo lastig is. Ik at kerstomaatjes met hopen, yoghurt en droge koekjes, maar het resultaat bleef uit. Een buikgriepje dwong me een week lang nauwelijks te eten en hoera, hoera, een schamel kilootje was daardoor weggesmolten. Uiteraard kwam dat er al terug bij toen ik weer eten binnen kreeg. Daarna volgde er een uitputtende week met comfortfood: chinees, pizza, frietjes van de frituur, ... en het hek was natuurlijk van de dam. Toen besloot de echtgenoot dat hij zelf iets aan zijn gewicht zou gaan doen (ik wacht er nog maar op vanaf de eerste seconde dat ik zwanger was – juni 2013 dus ... ) en smeekte om dan eerst nog een paar dagen volledig ‘los’ te mogen gaan. Ik besef dat dat een verschrikkelijk dom plan is, maar als hij daardoor gemotiveerd kan worden ... waarom niet dan. Ik vrat dus mee ongezonde brol en intussen zijn er in plaats van minder alleen maar meer kilo’s. Mijn lichaam heeft de fijne eigenschap namelijk om buitenproportioneel te keer te gaan als ik mij eens laat gaan. Plus drie extra kilo’s dus. Ik heb geleerd dat proberen af te vallen toch wat tijd kost. Nadenken over wat er gegeten zal worden, plannen en uitdokteren wat er moet gebeuren op die dagen dat ge echt steendoodstikkapot zijt en niet meer wilt koken of dat ge gewoon geen tijd hebt om iets klaar te maken tussen de dagelijkse avondrush en één of andere activiteit. Ik wil nog altijd iets aan dat verdomde gewicht doen, dus zal ik het anders moeten aanpakken. Dat de echtgenoot nu mee gaat doen, zal alvast helpen. Niemand meer die bij elke gezonde keuze zeurt om ze om te bouwen in gefrituurde brol, ik mag hopen dat het zal helpen. En plannen. Plannen, plannen, plannen. Het weekmenu zal terug intensiever gebruikt moeten worden en ik overweeg om ook lunch en ontbijt er mee in te verwerken. Een voorbereid vrouw is er twee waard?

Tot slot werd me bijgebracht dat mijn diabetes terug beter onder controle krijgen geen evidentie is. Mijn gemiddelde waarde is wel weer wat gezakt, dat klopt. Ik heb echter verschillende episodes gehad van lage waardes waar ik bijna niet meer uitraakte. Een halve liter cola en een berg koeken verder zijn en nog steeds niet op uw eigen brein kunnen vertrouwen, no fun. Een zoon horen huilen, maar beneden eerst niet één, niet twee, niet drie, maar vijf cola’s moeten drinken uit angst dat ge anders met hem de trap af zult stuiken, het zijn niet de leuke kanten van de ziekte. Ik begin patronen te zien in mijn waardes, maar ik ben er nog lang niet. We doen dus maar voort en hopen op extra verbetering. Ook hier zal ik er gewoon wat meer tijd aan moeten besteden nog. Gewoon hopen dat het beter gaat, dat werkt dus niet. Regelmatig uw meter en pomp uitlezen en analyseren waar patronen zich herhalen, dat geeft tenminste kans op succes. Ik ben op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Ik zal dus moeten plannen wanneer ik dat allemaal ga doen, of er gebeurt niets.

Plannen. Ik denk dat het dat is. Ik moet het meer doen, in alle mogelijke situaties. Ik ga er alvast voor. Kwestie van af en toe nog tot iéts te komen.

En u, lieve lezer, hoe plant u de dingen in uw leven? Hoe gaat u te werk?


 

 

dinsdag 28 oktober 2014

Maandbrief - negen maanden.

Lieve zoon,

Het is heel bijzonder om u te zien opgroeien. Het ene moment vallen we nog omver dat ge al negen maanden zijt, het andere lijkt het alweer eeuwen geleden dat we u als ieniemini prutske in onze armen hielden. Als we zien wat ge al allemaal kunt, is het bijna niet meer voor te stellen dat ge ooit zo hulpeloos waart. Hoewel er natuurlijk nog héél veel dingen zijn die ge zult moeten leren in uw leven, vinden wij namelijk dat ge al heel goed zelf kunt zorgen dat ge krijgt wat ge wilt. Een speelgoedje spotten ergens zorgt ervoor dat ge op een paar seconden de hele living doorkruist. Elektriciteitsdraden die per ongeluk een héél klein beetje hangen te bengelen zijn meteen goed voor een sessie trekken. Daarnet hebt ge zowaar mijn muis uit mijn laptop gesleurd?! Jawadde. Als ge ergens een speelgoedje ziet liggen dat u wel interessant lijkt, dan doorkruist ge tegenwoordig de hele living en begint er de zotste dingen mee te doen. Dat speelgoed mag net zo goed een plastic tasje met een stuk of dertig dvd’s erin zijn, of een loodzware handtas, of een vol pak pampers.

Het allerallerschattigste dat ge tegenwoordig doet, is trouwens komen zeggen dat we u moeten pakken. Ge zit te spelen en dan plots komt ge op ons afgekropen. Snel en doelbewust sluipt ge tot aan onze voeten en gaat aan onze broekspijpen hangen. Ge probeert zelfs een beetje eraan naar boven te klimmen en maakt er de nodige dwingende geluiden bij. Als we niet snel genoeg reageren, dan richt ge uzelf helemaal op op uw armpjes en kijkt ons heel strak aan. Natuurlijk smelten wij keer op keer en nemen wij u in onze armen. Wat hadt ge nu gedacht!

Ge haalt te pas en te onpas uw bandietenglimlach nodig en fotomodelallures hebt ge vast en zeker. Er moet nog maar een camera in de buurt zijn of ge zet uw meest fake glimlach op. Niet te geloven! Ge zegt ook heelder dagen mama en papa, volgens mij gewoon omdat ge ziet hoe tof wij dat vinden. Ge hebt helaas nog geen enkel besef hoe of wat, dus toen ik u vanochtend uit uw bed kwam pakken, begroette gij mij enthousiast met “papa”. Hmm. ;-)

Deze maand hebt ge weer veel nieuwe dingen geleerd; zelf gaan zitten, los zitten (al doet ge dat hier thuis precies niet graag op de grond), staan met steun van een zetel of tafel, een boterham eten, over uw vader klimmen door op uw voeten te steunen, zelfs half hangend ministapjes zetten om iets te pakken, ... . Ge slaat nu ook echt uw armpjes om ons heen, ge komt zélf met uw gezichtje tot tegen dat van ons en begint dan te schaterlachen, ge grabbelt uw vader zijn oren vast of onderzoekt mijn haar. We zién u groeien en dat een heerlijk proces om mee te maken.

Ge zijt intussen ook gedoopt, trouwens. De pastoor was een neef van uw grootvader, hoe cool is dat? De beste man hield een fijne mis, eentje waarin zowel de gelovige mensen in het gezelschap als ook de anderen zich konden vinden. Uw peter en meter en wij natuurlijk moesten komen vertellen wat het betekent dat gij nu in ons leven zijt en het werd alleen maar duidelijk dat ge met uw gat in de boter gevallen zijt. Alle aanwezigen willen gewoon dat gij opgroeit tot een leuke, gelukkige kerel, Kasper. Steekt dat maar in uw hoofdje, voor als het er ooit eens dik tegenzit en ge het gevoel hebt dat iedereen tegen u is.

Eigenlijk moeten we zeggen dat deze maand een heel aangename was. Ge kunt steeds vaker minstens een uur op uw eentje spelen, ge eet beter, ge slaapt toch redelijk en ge kunt echt heerlijk vrolijk zijn. Het enige werkpuntje blijft de crèche. Ge zijt enthousiast als ge er aankomt, ge springt bijna uit mijn armen en wipt al vrolijk op en neer als er nog maar iemand aan de deur verschijnt, maar toch krijg ik ’s avonds vaak te horen dat het allemaal niet van een leien dakje is gegaan. Ge kunt het nochtans, hé. Dat bewijst ge als ge bij ons thuis zijt, zelfs bij oma en moeke en ook bij opa gaat het steeds beter. Ik zou gewoon graag weten dat gij daar tevreden zijt, mateke, want die mensen doen toch hun best voor u. En in ruil moogt ge écht uw allerzaligste lachjes en uw allerflinkste gedrag ook wel op hen loslaten, hoor. Mama zal niet jaloers zijn!

Oh, trouwens, makker. Wat is dat met dat doorslapen?! Vijf goddelijke nachten lang hebt ge het gekund. Tussen 19 en 20u staken we u in bed en ’s ochtend som 6u waart ge daar weer. We moesten wel nog tutjes komen terugsteken, maar eten hoefde niet langer. Vijf zalige nachten ... en toen was het voorbij. Waarom? Geen idee. Er was wel wat hoesten, er was een minibuikgriepje, nog wat meer hoesten, nu weer een groeispurt ... , excuses zat dus. Maar alsjeblieeeeeft, kunt ge het dringend nog eens opnieuw doen?
 
Ge wordt graag gezien, Kaspertje. Vergeet dat nooit. 
Honderdduizend kusjes,
x
  

zondag 26 oktober 2014

10x klein weekendgeluk.

1. Een boek in één ruk uitlezen.



2. Uitslapen op zondag. Een uur langer nog deze week!

3. Kasper die met gemak een uur helemaal op zijn eentje kan spelen tegenwoordig, zo lang er over heel de living maar wat speelgoed verspreid ligt en hij rond kan sluipen.

4. Meneertje staat.
 
 
5. Meneertje eet steeds vlotter boterhammen. Al begint hij nu misschien wat te overdrijven ... ?
 
6. Een stuk broodpudding dat nog een klein beetje warm is.

7. Een chinees die aan huis levert.

8. De echtgenoot die zelf zegt dat het tijd wordt om af te vallen en zegt wanneer hij eraan gaat beginnen en hoe. Ik denk dat ge niet kunt begrijpen hoe opgelucht ik daarover ben en dan gaat het mij echt niét om het uitzicht.

9. Een middagje met de echtgenoot alleen thuis, zodat we nog eens een beetje konden oprommelen.

10. Zingen. Ik doe het veel te weinig de laatste tijd, maar zelfs wat kinderliedjes geven al meteen een fijn gevoel.  

zaterdag 25 oktober 2014

Upje maakt een simple, doch zalige broodpudding.

Ik weet niet hoe dat bij u thuis zit, maar hier bij ons gebeurt het regelmatig dat er brood over is. Keiharde boterhammen, da’s niet meteen iets dat ik graag eet. We laten dat dan een tijdje liggen en soms eh ... beschimmelt dat gewoon, maar het gebeurt ook best vaak dat dat daar dan in steenharde vorm ligt te liggen. Dat is verschrikkelijk jammer, want met oud brood kan je iets zot lekkers klaarmaken: broodpudding! In andere streken krijgt dat ook heel verschillende namen, maar iedereen weet wel wat het is, toch? Zoals er veel namen zijn voor dit baksel, zijn er ook heel veel verschillende recepten. De één gooit er nog fruit bij of chocola, de ander gebruikt een speciaal soort brood of wie weet wat voor bewerkingen er nog allemaal uitgevoerd kunnen worden. Ik hou het simpel. Héél simpel.

Wat hebt ge nodig voor een broodpudding à la Upje?

300 gr oud brood, liefst witte varianten (boterhammen, pistolets, croissants, ... )
1 eetlepel vanillebloem (of dus ook wel puddingpoeder genoemd)
200 gr suiker
500 ml melk
5 eieren
kaneel
een ovenschotel
bakboter

Wat doet ge ermee?

Het moeilijkste en rottigste onderdeel is het verkruimelen van het oud brood. Het is toch best van de stukken zo klein mogelijk te maken, dus uw handen worden op den duur wel wat pijnlijk. Er kan natuurlijk ook altijd een echtgenoot of een iets ouder kind ingeschakeld worden om te helpen, dat kiest ge nu zelf. Ge zwiert daar de eetlepel vanillebloem bij, ge kapt de 200 gram suiker erbij en ge overgiet het geheel met 500 ml melk. Probeer dat een klein beetje gelijkmatig te doen, zodat al het brood goed doorweekt kan worden en de suiker ook kan smelten. (Er zijn recepten waarin ge die melk en die suiker eerst moet zitten opwarmen, maar dat doe ik dus allemaal niet en het komt ook iedere keer goed. Dan maak ik het mij dus precies liever niet te moeilijk ... .) Doe er ook de vijf eitjes bij en een goeie snuif kaneel. Plet het geheel al eens met een pureestamper en laat het minstens een kwartier staan. In die tijd kan het vocht het brood lekker wak maken en gij kunt dan eventjes iets anders doen, hé. Als ge terugkomt, verwarmt ge best al de oven voor op 200°. Ge plet uw brij goed met die pureestamper en ge zorgt dat alle ingrediënten goed vermengd raken. Zorg dat de stukken brood vooral niet meer als dusdanig te herkennen zijn; één massa moet dat worden. Ge zijt waarschijnlijk rapper klaar dan dat de oven is voorverwarmd, dus dat geeft u tijd om een ovenschaal in te vetten en uw deeg erin te storten. Zodra de oven klaar is, zet ge de broodpudding erin en ge wacht ongeveer 45 minuten. Dan haalt ge uw baksel uit de oven en ge wacht nog wat, minstens tot het voldoende is afgekoeld om te eten. Hier duurt het alvast nooit echt lang voor heel dat ding is opgesmikkeld. Lekker!

 
 En gij, lieve lezer, doet gij nog iets anders om het geheel extra lekker te maken?

vrijdag 24 oktober 2014

Dat bureau. #projectblogboek

Ik heb lang getwijfeld over welk bureau ik zou fotograferen. Dat van het werk ziet er al bij al nog behoorlijk uit, vind ik zelf. Dat thuis is eh ... anders. Daar heb ik een reepje van de tafel ter beschikking en de rest van de ruimte is in beslag genomen door een verzorgingskussen en een bak met tetradoeken en pakken pampers. Tsja, een mens moet het érgens kwijt, natuurlijk. Ik werk echter maar zelden thuis, dus eigenlijk is dat niet echt mijn werkplek, hé. Als ik vaker zou thuiswerken, zou ik me trouwens wel een écht plekje inrichten, denk ik. Daarom dus een foto van mijn bureau op kantoor.

 
Er is de linkerkant, die altijd gebruikt wordt als vuilnisbelt. Toen ons kantoor verhuisd is, bleek er plots geen budget meer voor de vuilnisbakken. Wel voor die dingen op zich, maar niet om de kuisploeg ze dan ook te laten leegmaken. Hmm. Nu moeten we dus ons eigen afval naar de keuken sleuren en daar in een grote vuilnisbak proppen. Als er nog plaats is toch. In mijn geval ligt er dus altijd wel iets, want ik begin mijn dag al met mijn ontbijt als bezigheid terwijl mijn pc opstart. Daarna passeert al eens een hypootje, getuigt het lege blikje cola. Of soms eet ik al eens een koekje of drink een soepje uit de automaat. Mijn rekenmachine zwerft hier altijd rond, want ik vertrouw nooit op mijn hoofdrekenkunsten. Ik kan dat nochtans goed, hoor, maar er zijn constant dingen die me afleiden en ik vind het risico op fouten dan echt te groot. Daarnaast liggen mijn pillen, kwestie van niet voor de honderdduizendste keer te vergeten ze te nemen. U ziet daar ook mijn laptop, zonder dat ding kan ik helemaal niets doen, dus die proberen we in ere te houden. Een lege tas, waar ik een paar keer per dag thee in ga kappen uit de automaat. Dit is toch net iets ecologischer dan al die plastieken bekertjes, hé. En oeps, betrapt, een flesje cola zero ... terwijl ik een maand lang geen cola ging drinken. Daarover later meer. Er ligt ook een berg draden, geen idee waarvoor ze allemaal dienen, maar als er eentje uitgetrokken wordt dan werkt er plots niets meer. Afblijven dus, is de boodschap. Ge ziet ook een hoop papier liggen en dat is schandalig. Ik werk namelijk paperless, eigenlijk zo. Ik heb zelfs een hele handleiding geschreven voor mijn collega’s over hoe ge dat het best aanpakt en met allerlei tips om te zorgen dat dat ook vlotjes verloopt. In principe doe ik dat dus ook, maar in dodelijk hectische tijden als deze, waarin ik klanten moet behandelen waar ik zelfs nog nooit van heb gehoord, print ik een beperkt aantal dingen toch. Als ge echt details moet controleren, vind ik dat toch makkelijker op papier. Ik kan er dan ook de klantcodes bijzetten, opschrijven om welk materiaal het gaat, dingen omcirkelen die ik absoluut moet ingeven in het systeem dat ik nog altijd niet helemaal onder de knie heb ... .
 
 
Tsja, er staat natuurlijk ook een scherm, er ligt gelukkig een toetsenbord – een azerty, waar ik hemel en aarde voor heb moeten bewegen! – en mijn supersonische muis maakt ook deel uit van het decor. Dat ding zou moeten helpen om mijn pols een beetje te sparen, maar ik ben het echt nog niet gewoon. Alles duurt duizend keer langer nu en tijd is echt niet iets dat ik te veel heb voor het moment. Ge ziet ook mijn koptelefoon en dat ding vervloek ik. Ik werk honderdduizend keer liever met een telefoonhoorn ... maar ik heb geen telefoon meer! “Euh, wat staat daar dan rechts op uw bureau?”, zie ik u denken? Juist, een telefoontoestel. Aangezien ik hier bekend sta als iemand met veel kennis van computer en IT (dat is nog een volgend stapje in mijn reeksje, dat wist ge nog niet, hé?), zit ik mee in een proefproject. Weg met het vast toestel en we gebruiken alleen nog een online variant. Het vaste toestel mogen we echter nog niet wegdoen, want het loopt allemaal nog niet zo gesmeerd en de kans blijft dus bestaan dat we toch terug naar de oude werkwijze zullen moeten. Rechts ziet u dan ook mijn glucosemeter liggen in dat grijze tasje en mijn iPhone normaal gezien (die ik nu dus vasthad voor de foto, hé slimmerds). Ik hoor dat onding niet als hij in mijn handtas zit, dus leg ik hem maar lekker ostentatief op mijn tafel. Onder mijn bureau ziet ge dan een ladenblok. Daarin zit ... niets. Of toch niets werkgerelateerds. Wat balpennen, een lading pillen en batterijen voor in noodgevallen, koekjes, een gsm-oplader ... en dat is het dan. Rechts ziet u iets dat op een kastje moet lijken en daarin zit ook ... niets werkgerelateerds. Of toch; een paar bakjes met plastic mapjes (die ik dus niet nodig heb als ik paperless werk), met papierwerk van trainingen etc en met wat persoonlijke paperassen. De papieren die ge er bovenop ziet liggen, zijn ook van trainingen of van meetings. Ik zou ze precies dringend eens moeten rangschikken, maar wanneer moet ik daar in godsnaam nog tijd voor vinden?! In de kast zelf ligt werkelijk waar een vuilnisbelt. Lege verpakkingen van colablikjes, een lege zak van letterkoekjes, een delhaizezak hier en een stoffen tasje daar, nog een verdwaald blikje van het een of het ander of misschien zelfs nog een pennywafel of twee. Daar waar ik dat vroeger meteen in mijn eigen persoonlijke vuilnisbak gooide, ga ik er nu eens om de zoveel tijd nog eens door en gooi ik dat allemaal weg. Geen paniek, het is niet in een staat die muizen of ander ongedierte zou aantrekken, hé. Het ziet er alleen niet netjes uit en ik moet dus ook angstvallig vermijden dat derden ooit in die kast zouden komen.
 
Ik zie het u al denken, hé. Waarom zijn er geen foto’s van geliefden? Van de echtgenoot of van die überschattige Kasper? Waarom hangen er geen vakantiekaartjes of weet ik wat voor vrolijke dingen? Ik ben sowieso niet van de foto’s, denk ik. Ik heb nu twee fotootjes van Kasper als screensaver ingesteld en ik word er al onnozel van. Dat manneke is daar vier maanden en ondertussen is hij al veel ouder en dus helemaal anders en dan zou ik dus volcontinu nieuwe foto’s erop moeten zetten en ... . Stress krijg ik daarvan! Bovendien moet ik ook om de haverklap ergens anders gaan zitten, dus vind ik het zo zinloos om dat plekje dan iedere keer weer te gaan ‘inrichten’. Daarnaast is dat hier gewoon mijn bureau, hé, en dus niet mijn thuis of geen plek die gezellig moet zijn. Mijn bescheiden mening, natuurlijk, en iedereen doet daarmee wat hij zelf wilt. Ik heb er alleen geen zin in ... . 

Voilà, dit was dus mijn bureau!

Deze post schreef ik in het kader van #projectblogboek. Gewoon omdat Lilith ons de volgende inspiratietip gaf:

 

dinsdag 21 oktober 2014

De kindervriend.

Hij werd opeenvolgend nonkel, vader en peter van jongetjes in januari en nu opnieuw peter van een meisje. Van iemand die babies liever in de armen van hun ouders liet liggen, zag ik hem veranderen in de man die vertederd met zo’n kersvers prutske in zijn handen staat. Hij aait en kirt en schaterlacht. Als er ziekte intreedt, zoals in elk huishouden, vindt hij het de logica zelve dat hij ook hier en daar een dag thuisblijft bij het zieke kind. ’s Avonds krijg ik dan heelder verhalen over wat de zoon allemaal heeft uitgevreten, wat voor schattige dingen hij heeft gedaan en wat er is veranderd in zijn kunnen. Van de mens die liever doodvalt dan ergens iets te gaan vragen, is hij veranderd in iemand die op het winkelpersoneel afstapt om te weten te komen of ze misschien ergens in stock de brandweerwagen hebben staan die hij op een website heeft gezien. Hij droomt wilde plannen met de zoon en de petekinderen en hij schildert verhalen van neefjes en samen op uitstap. “Ik wil dat al die kindjes mij goed kennen”, zegt hij, “en dus wil ik daar regelmatig naartoe en mogen zij hier dan komen spelen met Kasper.” Ik vind het verschrikkelijk jammer dat ik hem meer moet missen dan voorheen, ook al is hij hier net zo vaak fysiek aanwezig als voor onze eigen babyboom. Maar als ik hem bezigzie of –hoor met die kindjes, dan zie ik hem alleen nog zoveel liever. Hij is een topvent. En een superpapa. De zaligste nonkel en de heerlijkste peter. En hij is van mij! #geluk