Over Upje.

Follow by Email

zaterdag 2 januari 2016

Verhuis.


Ik verhuis.
Alwéér.
Wie me nog steeds wilt volgen,
kan dat doen op https://upje.wordpress.com .
Wees welkom allemaal!

donderdag 26 november 2015

Goed nieuws.

Op zeven september trok ik naar de dokter om te zeggen dat het eventjes niet meer ging. Het waren zware weken en er waren momenten dat ik dacht dat het nooit ging beteren, maar toen ineens ging het steil bergop en kreeg ik weer hoop. Vanaf dat moment probeerde ik ook iets meer activiteiten in te lassen en toch nog voldoende te rusten ... allemaal met het doel van afgelopen maandag terug aan het werk te gaan. Dat is intussen gebeurd. Het is heftig en uitputtend, maar toch zie ik het wel goedkomen. Mijn baas is zich ervan bewust dat ze me nu nog eventjes niet te hard met vanalles moet overstelpen en mijn collega’s volgen hopelijk wel. Momenteel werkt mijn systeem niet eens, dus ik heb de afgelopen dagen enkel mails bijgelezen en achterstallige trainingen gevolgd. Prima om er weer in te komen dus.

Het was tijd dat ik terug ging werken. Gewoon omdat thuiszitten en huisvrouw spelen helemaal niets voor mij is, maar ook omdat er anders wel eens een erg pijnlijke situatie zou kunnen ontstaan. Ik had namelijk een nieuwtje dat ik dan niet lang meer zou kunnen verbergen ... in mei volgend jaar wordt Kasper grote broer!

De timing is op zijn zachtst gezegd vreemd en toch ook weer niet. De terugplaatsing stond al gepland in de eerste week van mijn ziekteverlof. We hebben nog getwijfeld of we ze zouden laten doorgaan, maar aangezien ik anders toch weer al die hormonen voor niets in mijn lijf gepompt zou hebben, besloten we ervoor te gaan. Als het niet zou lukken, zouden we met een volgende poging wachten tot ik me weer wat meer mens voelde. We gingen ervan uit dat het niets zou zijn, want stress is zogezegd toch nefast voor de kans om zwanger te worden. Toch niet helemaal, blijkt dus ... want het was gewoon prijs. Ik ben er altijd vanuit blijven gaan dat het nog zou mislopen, want hoe kan een torenhoge bloeddruk, heel weinig eten, totale uitputting en een gigantische spanning nu ooit goed zijn voor zo’n babytje? Maar kijk, toen was er op zes weken een echo en alles was ok. Op negen weken een volgende en ook daar zag alles er prima uit. Vorige week was er dan de twaalfwekenecho en de nekplooimeting en zowaar, ook daar was alles in orde. Het kindje heeft al vingertjes en teentjes, je kon twee hersenhelften zien, het buikje is mooi dicht ... De nekplooi was mooi dun, er is een neusbeentje en de risicobepaling gaf dan ook het allerlaagst mogelijke risico als resultaat. ‘Vanaf nu is de kans op een miskraam echt minimaal’, zei de gynaecoloog. Wel, dan beginnen we het heuglijke nieuws maar eens te verspreiden, hé! ;-)

maandag 9 november 2015

Heerlijke taferelen.

Jeidi kijken! Ja zoon, we gaan naar Heidi kijken.

Meneer staart geboeid naar de televisie. Plots vindt hij het nodig om mij te vertellen wat er gebeurt.

Oei, Lara vallen! Ik zie het, Klara is gevallen.

Jeidi Lara pakken. Toel. Jep, Heidi probeert Klara op te heffen en terug in haar rolstoel te krijgen.

Beker kome? Oh boy, bedoelt die nu echt dat Peter moet komen om de meisjes te helpen?!

Mneer Lara pakken. Ik zie dat ook wel, jongen, maar vertel rustig verder.

Mneer tinken tas. Mvouw ook tinken. Inderdaad, om van het avontuur te bekomen, drinken ze even een kop koffie.

Je moet natuurlijk zien wat hij ziet, maar dan kan je écht volgen wat hij allemaal bedoelt. Heerlijk vind ik dat.

*****
 
Heer zoon legt al zijn dieren één voor één plat. Hij doet zijn vingertje voor zijn lippen en fluistert: ‘diere lape’.
Wij liggen volledig gesmolten in de zetel, maar laten hem rustig doen. ‘Ollika aaien *hij aait hem ook echt*. Laapwel ollika.
Paard ook aaien. Laapwel Paard.’ Hij gaat het hele rijtje dieren af, aait ze heel lief en zegt slaapwel.
Drie minuten later moeten ze allemaal weer wakker worden, zet hij ze allemaal recht, murmelt ‘moge dieren’ (cfr. goeiemorgen) en na een tijdje mogen ze weer een dutje gaan doen. Op een andere plaats natuurlijk, dat is duidelijk. 
Als wij uiteindelijk besluiten dat hij misschien zelf toch ook maar eens naar bed moet, zegt hij ook slaapwel. Aan de figuren op tv, aan de dieren, aan zijn boeken, aan de auto’s. Nee, niet aan mama of papa die beneden blijft, dat niet.
 
*****
Kasper is ziek en daarom mag hij wat meer tv kijken, vinden we. Papa is gaan tennissen, dus is het even quality time met mama. We kijken samen naar Billie en Bambam, twee figuurtjes van babytv. Ze spelen met een stokpaardje, op een bepaald moment mag Bambam niet meer meespelen, ontstaat er een trekken en duwen en natuurlijk gaat dat paardje stuk. Ik gaf hier en daar dus een klein woordje uitleg, maar meneer de zoon begreep goed waar het om draaide. De papa komt thuis en we willen even vertellen wat er gebeurt. Een heel verhaal doen is natuurlijk nog wat te vroeg, dus ik help wat.
Wat was er bij Billie en Bambam gebeurd, Kasper?
Paadje pelen Billie Bambam.
En toen, wat gebeurde er toen?
Kapot! Kan nie maken!
Ja, inderdaad, het paardje was kapotgegaan. En hoe kwam dat?
Afpakken! Nee afpakken, mag nie! Kan nie maken paadje.
Ja, dat klopt. Maar ze hebben daarna dan maar met iets anders gespeeld, hé.
Ja. Blokken. 
Hé hallo, mijn zoon heeft hier zomaar een verhaal verteld aan zijn vader! Mijn mond viel toch heel efkes open ...
 
 
 
 


maandag 12 oktober 2015

Gezondheidsbulletin.

Het gaat beter. Niet goed, niet voldoende om morgen te gaan werken, maar echt beter. Dit is dan ook geen klassieke burn-out-achtige toestand, aangezien de extreme stressperiode al een tijdje voorbij is. Mijn lichaam kreeg alleen niet door dat het wel weer kalmer was en bleef in stressmodus. Toch heeft het waarschijnlijk op de één of andere manier wel een beetje kunnen recupereren in de afgelopen maanden, waardoor de schade toch iets minder groot zou kunnen zijn dan bij een ‘doorsnee’ burn-out. Volgens de psycholoog zou ik over vier tot zes weken weer aan het werk kunnen, al heeft hij natuurlijk geen glazen bol en moeten we nog maar zien hoe fel het allemaal betert de komende weken.

Intussen vallen we hier ten huize Up allemaal om de beurt ziek. Sinds ik thuiszit (nu vijf weken), ben ik al drie maal écht ziek geweest en één keer ‘alleen maar’ heel zwaar verkouden. De echtgenoot is al een week thuisgeweest met twee verschillende ziektes. Momenteel is die ook weer geveld en dus vandaag terug naar huis gekomen van het werk. De zoon is dan nog degene die het langst overeind bleef, maar nu is hij toch stevig geveld. Nachtelijke scènes met boven de veertig graden koorts, hoestbuien die een iel stemmetje doen piepen ‘mama helpen, mama helpen’, dat is niet goed voor het moederhart. Vooral omdat er zo weinig te helpen valt. Een stoveke dat mee in je bed ligt en daar ocharm maar wroet en geen houding weet te vinden, het zorgt voor drie geradbraakte individuen. Middagdutjes met hysterische crises, alweer dat piepende ‘mama, mama’ en dan boenk in slaap vallen van zodra hij met zijn hoofdje op mijn romp mag liggen, waardoor hij gelukkig goed slaapt, maar jij niks van de gemiste uren kunt inhalen. Smeekbedes voor ‘melk maken’, maar het beetje dat hij dan naar binnen krijgt, komt er bij de eerstvolgende hoestbui integraal uit. Gelukkig tesamen met een massa slijmen, waardoor er nadien een paar uur iets betere slaap volgde. Het is toch heerlijk. We verwachten ons trouwens ook nog aan de windpokken en een ander virus met uitslag, die momenteel allemaal in de crèche heersen. De herfst is aangebroken, dat is duidelijk.

God zij dank is meneer de zoon over het algemeen geweldig vrolijk en tatert hij ons de oren van het hoofd. Iedere keer als ik naar de crèche ga, krijg ik straffe verhalen over hoe hij de kindjes in de slaapkamer geruststelt dat de verzorgster wel gaat komen, dat ze het licht gaat aandoen en dat ze dan hun bedje (aka konijnenhok) gaat opendoen. Hoe hij de baas is over de meeste kindjes, alleen maar omdat hij de enige is die zich fatsoenlijk kan uitdrukken. Hoe hij de verzorgsters komt vertellen als er iets misgelopen is en ze een kindje moeten komen helpen. Als zelfs de kinderarts volledig verbaasd uitroept: “Excuseer, die spreekt hier al in zinnen van vier woorden?!”, dan veronderstel ik toch dat dat inderdaad wel knap is. Het is ook fijn, want op goeie dagen kan ik het zelf voorlezen al eens ontlopen door te zeggen “en ga jij nu aan mama vertellen wat er in het boekje gebeurt?” en dan praat hij over beer ‘wroaaaa’ en muisje ‘piep piep’ en daar ‘hahahaha’. Beer lijje, beer moe. Beer lapen, mama. Of hij haalt een ander boekje boven en zegt dan ‘muis appele pakken’ en ‘oei, mauw’ en dan weer ‘mauw lache’. Ik krijg te horen wat hij bij zijn grootouders standaard te eten krijgt ook. Oma aadbei eten, moeke nanaan eten, opa koek eten. Bij navraag blijkt dat inderdaad vaak te kloppen. We genieten van meneer zijn vertelsels en staan nog regelmatig verbaasd over wat hij nu weer plots kan zeggen. Het ene moment zijn we supertrots, het volgende liggen we in een deuk om de woorden die hij consequent fout blijft zeggen. Zo is de ollika (anyone?) zijn lievelingsdier en is pejétti zijn lievelingseten. Qua groenten is hij vooral fan van de motaat. Hij geeft de dagen alvast heel wat kleur. :-)

woensdag 30 september 2015

De ochtendrush. #boostyourpositivity

Ik ga dat hier waarschijnlijk superhard jinxen door dit te schrijven, maar ... eigenlijk vind ik die ochtendrush hier bij ons nogal meevallen. Dat meneer de zoon voorlopig nog alleen met een grote fles ontbijt en dat hij nog niet in staat is zichzelf aan te kleden, zal ongetwijfeld helpen. Voor mijn vermoeide ochtendhoofd is het ook een godsgeschenk dat mijn teerbeminde – in tegenstelling tot in het prekasperiaanse tijdperk – gewoon samen met ons opstaat en wat langer thuis kan blijven, waardoor hij dus ook zijn deel van het werk doet.

Hoe de gemiddelde dag er hier dan uit, zo eentje waarop moeder en vader gaan werken en Kasper naar de crèche of naar zijn grootouders gaat?

5u45 à 5u55:  moeder strompelt uit bed om te douchen. Levensnoodzakelijk wegens anders keivettig haar, maar ook gewoon om wakker te geraken. Ik moet het toegeven; ik slaap nog een beetje verder onder de douche en dat gebeurt dus niet zo efficiënt als mogelijk.

6u15: ik stap de slaapkamer binnen en tref daar nu al eens een wakker kindje aan dat heel erg zeurt voor ‘melk maken’ en ‘meneje’ (=beneden), de andere keer ligt dat ventje dan weer nog vredig te knorren en kost het heel veel moeite om hem uit dromenland weg te halen. Dat mijn hart dan iedere keer een beetje krakt, lijkt me duidelijk. Hoe dan ook, terwijl meneertje in ons bed een beetje bekomt (of soms ook wel spelletjes speelt op mijn gsm of naar filmpjes kijkt, als dat gezaag voor die melk en dat meneje me de strot beginnen uithangen, het is ook voor mij ochtend, weet je wel), spring ik dus in mijn kleren. De man des huizes verdwijnt intussen ook even in de badkamer.

6u25: we trekken met zijn drieën naar beneden. Papa zorgt dat Kasper een nieuwe pamper aankrijgt en dat het manneke niet naakt de straat op moet. Hij geeft vitaminedruppels en helpt bij het tandenpoetsen. Intussen maak ikzelf dan die felbegeerde fles melk en ik raap reservekleren bij elkaar voor de zoon. Ik gooi een paar ingrediënten voor mijn ontbijt en lunch in mijn tas, want daar blijft later vaak niet zo veel tijd meer voor over.

6u45: ik installeer mij in de zetel, de zoon kruipt op mijn schoot en sloebert zijn fles in één teug leeg. Soms gaat dat met tv kijken gepaard, soms niet. Ik heb wel principes, maar op zo’n vroeg uur zet ik die met graagte opzij als dat betekent dat ik niet iedere seconde een zeurende zoon aan mijn been moet hebben. Timmy Tijd (ofte ook ‘saapje kijken’), Heidi ‘jeiji kijken’, Sara en eend ‘eendje kijken’, meneer de Kasper weet het me nogal goed duidelijk te maken.

7u20: we trekken Kasper zijn schoenen, trui en jas aan en zetten zijn helm op zijn hoofd. We kruipen op mijn fiets en trekken naar de crèche. Sinds ik hem onderweg geen tutje meer geef, word ik op heelder verhalen getrakteerd. De kindjes van de crèche passeren de revue, oma, opa en moeke, hij tatert over auto’s en iesjen (fiets), over alle soorten fruit van het kraam dat we passeren, over de trein en de bus en de kindjes en de vogelkes en als er een hond ons pad kruist, dan houdt hij daar niet meer over op tot we er zijn. Oh, en de bloemekes, die moeten ook benoemd worden.

7u30: ik zet de zoon af. Soms stormt hij meteen van mij weg en roept in de vlucht alleen nog ‘dada mama’ (zijn teken dat ik weg moet). Tegenwoordig gebeurt het echter steeds vaker dat hij zich eerst nog aan mij vastklampt. ‘Neeeeeee mama’. Sommige verzorgsters willen hem dan al kordaat van mij afplukken, maar ik weet dat het meestal maar een minuutje praten vraagt. Als hij nu een kwartier zou staan brullen en niet voor rede vatbaar was, maar zo is het dus niet. ‘Mama moet gaan werken, hé jongen’, zeg ik dan. Regelmatig komt er dan een piepend ‘papa?’, waarop ik zeg: ‘Je weet dat papa ook moet werken, hé. Papa werk, weet je nog?’ Dan murmelt hij wat en uiteindelijk begint hij te wuiven en zegt hij: ‘dada mama’. Op dat moment kan ik hem ook zonder tranen aan de verzorgster overhandigen. Kijk, op die manier vind ik het prima. Daarna spring ik terug op mijn fiets en rijd naar het werk.

7u50: arrival at work. Ik zet mijn computer aan en intussen haal ik thee en water en eet mijn ontbijt. Meestal hebben we wat yoghurt en pudding op het menu staan, soms ook yoghurt met havermout en eventueel wat fruit. Geen werk, weinig variatie, maar voor mij hoeft dat niet meer te zijn.

Vanaf dan is voor mij de ochtend begonnen. Mijn collega’s druppelen één voor één binnen, maar ik kan mijn mails al lezen en het is tenminste nog eventjes rustig op kantoor. Tussen halfnegen en negen raken we voltallig en vanaf dan is het helemaal gedaan met de rust. Laat de dag maar beginnen dan!
 

Ik schreef deze post in het kader van #boostyourpositivity. Meer uitleg kan je hier vinden, als je zelf wilt meedoen kan je je hier inschrijven. Ik deed in februari al mee aan de vorige editie en op dit moment komt wat positiviteit alvast van pas. Count me in dus!

vrijdag 25 september 2015

Even niet.

“Het is goed dat u hier bent, mevrouw,” zei de dokter. Hij schreef me twee weken ziekteverlof voor, voegde eraan toe dat dat waarschijnlijk niet zou volstaan en hij gaf me meteen ook het bevel een psycholoog op te zoeken. Overspannen of burn-out galmde intussen nog na in mijn hoofd. Paniek overviel me als ik er nog maar aan dacht hoe ik dat op mijn werk zou moeten aanbrengen. In mijn vlucht naar buiten zag ik nog dat ik bijna een uur had binnengezeten. Oeps. Ik vond zijn diagnose nu wel wat overdreven, maar ik was te moe om erover te discussiëren. Als ik het eens intype in google, moest ik toegeven dat heel wat symptomen me bekend voorkwamen. Toch bleef ik twijfelen, omdat je vaak verhalen hoort als ‘ik kon niets meer’, ‘ik liep als iemand van tachtig’ of ‘ik huilde heelder dagen’. Niets van dat alles hier. Toch concludeerde de psycholoog al bij gesprek één dat er veel symptomen van een burn-out waren en dat ik rekening zou moeten houden met een lange herstelperiode. Na de controle-afspraak bij de dokter werd het ziekteverlof voor twee weken verlengd. Opnieuw werd er herhaald dat dat misschien nog langer zou kunnen worden.

Ik begrijp er niets van, ik snap ook niet hoe het allemaal werkt en wat ik kan doen om dit te doen overgaan. Ik weet wel dat ik niét depressief ben en dat ik ervan uitga dat dit goedkomt. Hoe sneller hoe liever. Alleen nu dus even niet. Neem het me alsjeblieft niet kwalijk als ik wat minder actief ben op het internet, als je in real life minder van me hoort of als ik minder interesse lijk te tonen. Zodra ik meer energie heb dan om een paar uurtjes per dag wakker te blijven, ben ik er weer helemaal.

dinsdag 8 september 2015

De 25 Questions Tag.


Enkele dagen geleden kreeg ik mijn eerste tag ooit van lavieenmama: de 25 questions tag. 25 uit het leven gegrepen vragen… Hier gaan we dan!
maxresdefault
1. Heb je huisdieren?
Nee en wat mij betreft mag dat ook zo blijven. Ik begrijp perfect dat mensen allerlei beesten heel graag zien, maar ik ben van de meesten gewoon bang.
2. Noem drie dingen op die het dichtst bij je zijn.
Een glas bruiswater, mijn handtas, een briefje van de dokter met een doorverwijzing (hij heeft zijn best gedaan en gigantisch groot geschreven, zodat ik zijn hanenpoten toch zou kunnen lezen :P)

3. Hoe is het weer nu?Grijs, zoals in België het grootste deel van het jaar, zeker? Toen ik net de zoon naar de crèche bracht, was het toch behoorlijk frisjes. De extreme wind van gisteren is wel gaan liggen en het regent niet, dus mij hoor je niet klagen.
4. Rij je met de auto?  Zo ja, heb je al eens een ongeluk gehad?Nee en ja. Huh? Ik heb een rijbewijs, toen ik de eerste keer op mijn eentje met de auto ergens naartoe reed, knalde ik al meteen tegen een andere auto en deukte heel hun flank stevig in. Ik reed nochtans maar één per uur, want ik was nog maar nét aan het proberen de rotonde op te rijden. Dit akkefietje deed mijn toch al gering vertrouwen geen deugd en nadien heb ik nog maar weinig gereden. Toen we dan een nieuwe auto kochten, een véél groter exemplaar, was het al helemaal om zeep. Nochtans is het plan wel om voor mij een kleine automatique te kopen als er een tweede kindje zou komen, want ik zie niet goed hoe ik dat anders ooit geregeld ga moeten krijgen. Voelt u mijn stress daarrond al tot bij u?
5. Hoe laat was je deze morgen wakker?Om halfvijf. Mijn sensor piepte me wakker en toen raakte ik niet meer in slaap. Ik had te veel te overdenken, vrees ik. Om zes uur liep dan de echtgenoot zijn wekker af, maar die knorde lustig verder en om twintig na zes besloot de zoon dan dat het tijd was om op te staan. Ik werd trouwens begroet door hem met ‘mama tut buiten ... pakken!’. Yes sir!
6. Wanneer heb je voor het laatst gedoucht?
Gisterenmorgen. Ik zit hier trouwens stiekem te wachten tot de poetsvrouw aka de schoonmoeder klaar is met ‘den boven’ te kuisen, zodat ik onder de douche kan springen. Ik word echt ongemakkelijk van mijn haar dat er als vettig pierenverdriet bijhangt. Op dagen dat ik niet moet gaan werken, is het voor mij al een hele overwinning als ik het douchen uitstel tot nadat ik Kasper heb weggebracht. En op werkdagen sta ik er iedere dag vijfentwintig minuten vroeger voor op. Die zijn wel nodig, want ik heb nogal de neiging om in de vroege uurtjes met mijn ogen open nog wat verder te slapen onder de douche ... ;-)

7. Wat is de laatste film die je hebt gezien?Ola, daar vraag je wat! De laatste die ik me nog herinner, was One day. Die werd eens uitgezonden op tv en omdat ik al zoveel goeds over het boek had gehoord, had ik hem opgenomen. Ik had op mijn eentje zitten kijken en op een bepaald moment toch echt een oog uitgebleit. Toen de echtgenoot op een later tijdstip ook eens zat te kijken, omdat ik had gezegd dat het wel een mooie film was, kreeg ik nadien verwijten naar mijn hoofd. ‘Maar seg! Ineens moest ik keihard wenen en gij hebt mij niet gewaarschuwd!’ Enfin, One Day dus. Tegenwoordig kijken wij nog weinig films. Ik ben te moe om er laat voor op te blijven en bovendien is het voetbalseizoen nu weer terug begonnen en worden daar dus veel tv-avonden mee gevuld.
8. Wat staat er in je laatste sms’je?
Oei, ik zie dat ik mijn laatste sms al 4 dagen geleden heb gekregen. ‘Een dikke knuffel voor jullie xxx’ naar aanleiding van mijn laatste blogbericht. Ik vrees dat ik er zelfs niet op heb geantwoord ... maar bij deze dan: Dankjewel!  

9. Wat is je ringtone?Oei! Ik heb er verschillende, afhankelijk van wie er belt. Degene die ik het vaakst hoor, is die van de echtgenoot: ‘Dagget wet’ van Axl Peleman. Voor de schoonmoeder ‘sheep’, voor de crèche ‘bell phone’ (da’s nogal luid, maar als die mij bellen wil ik dan ook meteen doorhebben dat ik telefoon krijg).   Voor al de rest: ‘digital phone’.
10. Ben je al eens in een ander land geweest?
Ja, toch wel. Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Hongarije, Italië, Spanje, USA. Misschien vergeet ik er nog wel enkele, maar deze waren dan toch alvast degene waar we ofwel vaker naartoe zijn geweest of anders die indruk hebben gemaakt.
11. Hou je van sushi?
Ik heb dat eigenlijk nog maar één keer eens geproefd. We zaten in een Japanner en aangezien ik nog nooit sushi had gegeten, durfde ik het niet meteen bestellen. Ik ging voor een ‘veilige’ noedeltoestand. Mijn tafelgenoten hadden me nog verzekerd dat de sojasaus apart op tafel geserveerd zou worden, want dat vind ik echt niet lekker. Helaas pindakaas, elke hap van mijn bord smaakte superhard naar dat gruwelijk goedje en ik heb dus echt maar een paar happen naar binnen kunnen werken. Nu hadden een paar overmoedige sushibestellers nog een massa over, dus mocht ik toch van hen eens meeproeven. Ik vond het best lekker, maar de gigantische hoeveelheid koolhydraten houdt me wat tegen om het zelf te gaan eten.
12. Heb je ooit medicijnen geslikt om sneller in slaap te vallen?
Ja. Twee of drie jaar lang. Na een leven lang aan grote slaapproblemen (drie uur per nacht is jarenlang een gemiddelde geweest), gaf ik toe dat zo’n groot slaapgebrek ook niet zou helpen om de stemming wat beter te krijgen. De nachten waren ook altijd het moeilijkst. Dan kwam alles wat ik overdag prima kon handelen toch plots op me af. En zo ‘gaf ik het een kans’. Jongens toch, wat een goedje was me dat. Ik moest dat innemen en dan maken dat ik binnen het kwartier zeker in mijn bed lag, of er gebeurden vreemde dingen! Stel je een compleet geschifte dronkaard voor en zo liep ik er dan bij. Het was heel goed om die pillen te nemen, want op die manier kon ik toch weer iéts van rust krijgen en raakte ik ook weer uit die vicieuze cirkel van niet kunnen slapen, piekeren, stress dat je niet gaat kunnen slapen, ... Alleen was het zo jammer dat ik er vaak een beetje mottig van bleef de volgende dag. Op een bepaald moment waren mijn slaappillen op en ik besloot er geen ruchtbaarheid aan te geven, maar dan gewoon eens te zien wat het gaf zo zonder. En kijk, ik sliep die nacht prima en sindsdien is het verleden tijd.
De laatste tijd zou het niet slecht zijn om er opnieuw mee te beginnen, maar een klein varkje dat mij ‘s nachts soms nog nodig heeft, houdt me tegen. Ik wil het risico niet lopen dat ik compleet slaapdronken hem laat vallen ofzo. Het komt vroeg of laat wel weer goed met dat slaappatroon van mij.
13. Waar doe je je boodschappen?
De wekelijkse boodschappen in de Carrefour en tussenin ofwel in de Delhaize of anders in een kleine Carrefour (die wij ‘de vierde wereld winkel’ hebben gedoopt). Tegenwoordig gaan we soms op zondagochtend ook naar de Albert Heijn, omdat ze daar heerlijke, verse broodjes hebben. Heel zelden trekken we ook naar de Colruyt, maar ik ben om de één of andere reden niet zo’n fan van die winkel. We komen er altijd nog duurder uit dan in onze Carrefour en dan hebben we nog de helft van onze producten niet gevonden. Da’s dus maar voor af en toe.

14. Heb je broers en zussen?Ja, vier jongere zussen. Of nu nog drie.
15. Heb je een computer of een laptop?
Laptop, we hebben er hier zelfs twee.

16. Hoe oud zal je zijn de volgende keer dat je je verjaardag mag vieren?34, maar dat duurt nog hééél lang. Oef!
17. Draag je een bril of lenzen?
Nee. Hoewel er over mijn ogen weinig goeds meer te zeggen valt, blijft mijn zicht voorlopig prima.

18. Verf je je haar?Ja, sinds kort. De eerste keer viel wel mee qua resultaat, de tweede vind ik al heel wat minder. We zullen wel zien of ik het blijf doen. Het hoéft alvast nog niet, want grijs is hier voorlopig niet te bespeuren.
19.Wat ben je vandaag nog van plan?
Proberen niet in de weg te lopen voor de poetsende schoonmoeder, want ik ben even ziek geschreven door de dokter en dus onverwachts thuis. Als ze boven klaar is, dus douchen en ik moet ergens in de loop van de dag ook nog naar de apotheek zien te raken en ergens een brood zien te vinden. Voor de rest ga ik proberen zo veel mogelijk rustig aan te doen, want die mens heeft me niet voor niets thuis gezet! Ik zou nog een boek willen lezen of wat mails beantwoorden, maar ik zal eerst eens zien wat mijn duizelig hoofd daarvan vindt.

20. Wanneer heb je voor het laatst gehuild?Zondag heb ik een traantje weggepinkt. De zoon had enkele dagen totaal niet meer willen stappen. Hij probeerde ook wel zelfstandig te gaan rechtstaan, maar het leek alsof hij niet doorhad wat de bedoeling was. En toen plots wandelde meneer mij voorbij, hij was op weg naar zijn vader. Hij koerste toertjes rond de tafel, draaide zich om en liep naar opa, viel op de grond, maar stond meteen zelf terug recht, om dan naar de keuken te stormen ... Ik was superfier en toen zei plots de echtgenoot: “Moet je nu niet wenen?”. De onnozelaar. Toén wel, ja. ;-)
Echt deugddoend huilen, dat is al weer even geleden. Ik denk dat het nog eens tijd wordt ...

21. Wat is je favoriete pizzabeleg?Turkish style van Dr. Oetker eet ik altijd. Wat zit daarop? Geen idee, maar dat dus.
22. Eet je liefst een hamburger of een cheeseburger?
Een hamburger, ik ben niet zo’n kaasfan. Van de markt, van de McDo of de Quick, gewoon op mijn bord ... . Een hamburger smaakt altijd!

23. Heb je al eens een nachtje doorgetrokken?Meer dan eens, maar het is al heel lang geleden dat ik daar zelf voor koos. Ik ben altijd moe en de gevolgen van zo één nachtje laten zich veel te hard voelen. De leeftijd waarop je dan puur op adrenaline kon blijven doorgaan, ben ik precies toch al wel gepasseerd.
24. Wat is de kleur van je ogen?
Blauwgrijs. Als je wilt weten hoe dat er dan precies uitziet, moet je maar eens naar die grote kijkers van mijn zoon kijken. Hoewel ik graag had gewild dat hij de ogen van zijn vader kreeg, zijn het helemaal de mijne.

25. Merk je het verschil tussen Pepsi en Coca Cola?Zeker, dat smaakt ook helemaal anders. Ik vind het allemaal lekker, ook de verschillende varianten van Coca Cola (wel altijd de light versie), maar waag het niet om dat allemaal door elkaar te serveren, hé. Dan vind ik niks nog lekker.
En nu is het dus de bedoeling van hier nog wat andere mensen deze lijst te laten invullen. Liese , go ahead. Haaike , voor jou hetzelfde. En voor de rest mag iedereen die zich geroepen voelt, er gewoon voor gaan! (Oh dames, als jullie hem al hebben gedaan, sorry dan! Ik heb een héél stuk door jullie blog gescrold, maar er komt een punt waarop je moet zeggen ‘ik denk dat ze hem nog niet hebben ingevuld’ :P)