De laatste
jaren daalde mijn enthousiasme eigenlijk gradueel, omdat ik de stukken die ik
kreeg vaak één pot nat vond. Mooi, maar altijd hetzelfde. Ik wilde ook woeste,
Russische stukken doen of snelle of ... maar steeds werden mijn kleine handen
als excuus aangehaald waarom het een en ander niet zou lukken. Nu ik dit jaar –
mijn eindexamenjaar dus – wel minstens zeven stukken dolenthousiast was
beginnen oefenen, maar ze uiteindelijk toch werden afgevoerd na een paar weken,
had ik er al helemáál geen zin meer in. Waarom zou ik me er nog op toeleggen,
als de kans toch groot was dat het uiteindelijk toch weer allemaal voor niets
was geweest? Uiteindelijk werd er maar net voor de paasvakantie beslist wat ik
zou gaan spelen: één relatief leuk ding, één stom stuk van een voor de rest wel
geweldig componist en dan nog één prachtig werk, dat ik alleen wel al vorig
jaar heb gespeeld.
Na die
paasvakantie moest ik echt een stevig tandje bijsteken, want door al die
demotivatie had ik echt niet voldoende geoefend. Ik heb dan nog het geluk dat
ik vrij snel iets behoorlijk kan spelen, maar om écht af te werken en ook nog
muziek aan het stuk te kunnen toevoegen, was toch echt meer toewijding vereist.
De afgelopen weken heb ik dus heel ijverig piano gespeeld. Zelfs als ik maar
een half uurtje thuis was, kroop ik nog even achter mijn instrument, al was het
maar om mijn stukken nog eens gauw door te spelen.
In principe
moet ik het kunnen. De snelle en moeilijke passages zitten in mijn vingers, de
muzikaliteit van de romantische of dromerige passages komt helemaal over, het
tempo van ieder stuk is acceptabel en ik ben in staat over te brengen hoe het
stuk zou moeten klinken. Hier thuis op mijn eigen stoeltje dan toch. In de les,
op een goeie dag. Zonder stress. Alleen ken ik mezelf en weet ik uit ervaring
dat een examensituatie rampzalig is voor mijn prestaties. Ge kunt er donder op
zeggen dat iedere ‘riskante’ plek zal foutgaan, met daarbovenop nog een stuk of
tien plaatsen waar alles normaal altijd goed gaat. Ge weet nu al dat ik met
spierpijn in mijn nek en schouder van achter die piano zal komen, puur van
gespannen te zitten spelen. En ge kunt nu dus al zeggen dat het geen geweldige
vertoning zal worden, maar een geploeter waarvan iedereen – ikzelf misschien
nog het meest – zal hopen dat het maar gauw voorbij is.
En toch ...
is er al een grote last van mijn schouders gevallen. De laatste les is achter
de rug. De belangrijkste raadgevingen die ik nog kreeg, hadden te maken met
ontspannen en proberen rustig te zijn en wel te zien hoe het gaat. “Bekijk het
filosofisch”, werd er gezegd, “en verwacht gewoon niet van uzelf dat ge alles
foutloos gaat spelen.” Er is weinig dat ik nu nog kan doen, behalve de lastige
trekken nog iedere dag eens met extra aandacht doorspelen, de metronoom nog
eens aanzetten om mijn inwendige tik-tak in de maat te laten lopen en daarmee
is het wel gezegd. Vrijdag mag ik nog eventjes snel tussendoor komen om nog
eens op “de piano in de zaal” te spelen, want die is toch net iets anders dan
die van mij thuis of zelfs die waarop we wekelijks les hebben. En dan is het al
dinsdag voor ik het weet, waarschijnlijk.
Ik kijk
ernaar uit, dat het gedaan zal zijn. Ik denk wel al na over hoe het hierna
verder moet, hoor. Het zou te stom zijn om die piano nu weer te laten
verstoffen, maar ik weet ook van mezelf dat ik niet gemakkelijk nieuwe stukken
zal gaan instuderen op mijn eentje. Ik overweeg dus om bijvoorbeeld privéles te
nemen, al is het maar eens in de maand. Misschien kan ik wel iemand vinden die
op wisselende basis wat quatre-mains met mij wilt spelen, of wie weet zijn er
ergens projectjes waarvoor een pianospeelster wel van pas kan komen.
Eerst nu nog
even dat examen overleven. Maar na dinsdag ... *gelukzalige glimlach*.