Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 21 oktober 2014

De kindervriend.

Hij werd opeenvolgend nonkel, vader en peter van jongetjes in januari en nu opnieuw peter van een meisje. Van iemand die babies liever in de armen van hun ouders liet liggen, zag ik hem veranderen in de man die vertederd met zo’n kersvers prutske in zijn handen staat. Hij aait en kirt en schaterlacht. Als er ziekte intreedt, zoals in elk huishouden, vindt hij het de logica zelve dat hij ook hier en daar een dag thuisblijft bij het zieke kind. ’s Avonds krijg ik dan heelder verhalen over wat de zoon allemaal heeft uitgevreten, wat voor schattige dingen hij heeft gedaan en wat er is veranderd in zijn kunnen. Van de mens die liever doodvalt dan ergens iets te gaan vragen, is hij veranderd in iemand die op het winkelpersoneel afstapt om te weten te komen of ze misschien ergens in stock de brandweerwagen hebben staan die hij op een website heeft gezien. Hij droomt wilde plannen met de zoon en de petekinderen en hij schildert verhalen van neefjes en samen op uitstap. “Ik wil dat al die kindjes mij goed kennen”, zegt hij, “en dus wil ik daar regelmatig naartoe en mogen zij hier dan komen spelen met Kasper.” Ik vind het verschrikkelijk jammer dat ik hem meer moet missen dan voorheen, ook al is hij hier net zo vaak fysiek aanwezig als voor onze eigen babyboom. Maar als ik hem bezigzie of –hoor met die kindjes, dan zie ik hem alleen nog zoveel liever. Hij is een topvent. En een superpapa. De zaligste nonkel en de heerlijkste peter. En hij is van mij! #geluk

maandag 20 oktober 2014

De krant.

Ooit hadden wij een abonnement op het Nieuwsblad. De echtgenoot las die krant iedere dag, ik alleen als er eens ergens tijd was. Op een bepaald moment besloten we over te gaan naar het online lezen. Intussen is onze geliefde krant gewoon één en al reclame en is het Dag Allemaal-niveau vaak niet ver weg. Ik heb echter nog altijd niet gekozen welke krant ik dan wél zou willen lezen. Vandaar dat ik even jullie hulp nodig heb ... .


Create your free online surveys with SurveyMonkey , the world's leading questionnaire tool.

zondag 19 oktober 2014

Een dag in het leven van een diabeet.

We beginnen de dag gisterenavond.

16u: Ik ben op een familiebijeenkomst voor moederdag – rijkelijk laat, I know – en ik sta te kokerellen met de zussen. Ik heb verschrikkelijke dorst en ik denk: “Even meten, het zal wel weer veel te hoog zijn.” Ik wil mijn meter uit mijn handtas halen, maar merk dat ik hem niet bij me heb. Crap. Die meter vertelt me niet alleen hoe hoog mijn waarde is, maar berekent meteen ook voor mij hoeveel insuline ik zou moeten geven om die dan weer tot een mooi cijfer te corrigeren. Goed, dat wordt hier nattevingerwerk dus. Dat belooft, want er staan frietjes en taart op het menu. Allebei gerechten die sowieso niet meteen diabetesvriendelijk zijn en die mijn suikerregeling dus wel eens in de war zouden kunnen sturen.

16u05: Ik besluit om toch maar al wat extra insuline te geven om de vermoedelijke hoge waarde recht te trekken. Als het te veel was, dan merk ik dat vanzelf. Cola genoeg in mijn handtas, dus dat lossen we dan wel weer op.

17u15: We eten lekkere vol-au-vent met frietjes. Frieten worden extreem traag opgenomen door de vetten, dus ik geef mijn insuline dit keer pas na de maaltijd in plaats van ervoor. Met mijn pomp kan ik er ook voor zorgen dat een stukje meteen wordt gegeven en een deel over een paar uur verspreid. Ik weet intussen al dat dat de beste optie is voor mij, alleen heb ik na vier jaar pompgebruik nog steeds niet gevonden hoe ik dat het best doe. Voor frieten moet ik sowieso ook veel meer insuline geven dan dat je zou berekenen als je naar de officiële koolhydraatwaarde van de aardappelen kijkt. Lekker handig. Ik had voor de maaltijd niet geweldig veel honger, dus ik kon de hoeveelheid frietjes echt beperkt houden. Toch geef ik 6 eenheden insuline, wat in mijn geval overeenkomt met 72 gram koolhydraten. Een equivalent van 6 boterhammen dus. Hallelujah!

18u45: De slagroombiscuit die we hebben gemaakt, moet ook nog verorberd worden. Ik eet niet zo’n supergroot stuk, dus ik houd het bij 2 eenheden insuline of 24 gram koolhydraten. Ergens vermoed ik wel dat er meer zit in dat stukje taart, maar ik wil ook niet het risico lopen nog de hele avond met te lage waardes te zitten. Als het echt de spuigaten uitloopt in de hoogte of de laagte, zal ik het wel merken. Vorig weekend heb ik echter vier uur continu veel te laag gezeten, waardoor ik continu moest bijeten en uiteindelijk zelfs de hulp van de echtgenoot nodig had. Dat wens ik niet te herhalen.

0u10: Na wat vervoersperikelen – de Lijn, uw grote vriend – ben ik thuis en kan ik dus eindelijk meten. 214 is het verdict. De richtwaardes zijn tussen 70 en 130, toch ben ik niet geheel ontevreden. Na frieten vind ik dit al bijna een normale waarde. Na frieten én taart én geen meter om tussentijds te corrigeren, kan ik hier dus best mee leven. Ik corrigeer met 3 eenheden insuline en kruip in bed. Ik zet mijn basale patroon (hetgeen dus gewoon de hele dag doorloopt, ook als ik niets zou eten) voor 8u op 120%, omdat de voorbije dagen me hebben geleerd dat ik ’s nachts misschien wel eens wat meer insuline nodig zou hebben. Als dit blijkt te werken, kan ik dan de volgende dagen dat basaal patroon definitief aanpassen.

3u49: Nadat ik Kasper eten heb gegeven (dat doorslapen was verdorie maar van heel korte duur), besluit ik toch nog eens te meten voordat ik weer in bed kruip. 230, hoera. Dat laatste shot insuline heeft blijkbaar niet geweldig veel uitgehaald. Ik vond al dat ik weer zoveel dorst had. Ik geef een nieuwe correctie van 3,4 eenheden en probeer verder te slapen.

7u27: Hoewel het mijn uitslaapochtend was, ben ik met de echtgenoot en Kasper mee opgestaan. Onze mini moet aërosollen en hij vindt dat zo heerlijk, dat we hem echt met twee in bedwang moeten houden. Na het gevecht mag ik nog even terug in bed kruipen, maar ik besluit toch nog maar eens te meten voor de zekerheid. 155 is het verdict. Niet slecht, maar toch nog zeker niet wat ik had gehoopt. 1,1 eenheid extra insuline en ik slaap nog wat verder.

10u27: Ik heb me overslapen! Ik zou om 10u opstaan. Voor ik in de douche spring, meet ik nog snel even en het resultaat is 128. Dat valt toch binnen de marges, zie ik u al denken, maar voor een maaltijd hoop ik toch altijd lager dan 100 te zitten. Dat geeft wat extra marge, want pieken door de maaltijd zijn nauwelijks te voorkomen. Als het startpunt dan al net iets lager ligt, dan blijft dat allemaal binnen de perken. Ik corrigeer dus nog maar eens met 0,6 eenheden en verdwijn in de badkamer.

10u28: Euh, waarom zit er bloed op mijn t-shirt? Nader onderzoek leert me dat het van mijn katheter komt. Dit verklaart al meteen waarom mijn verhoogd basaal en mijn ontelbare correcties niet hebben uitgehaald wat ik had gehoopt. Zometeen dan maar de hele handel vervangen.

10u53: Ik vervang mijn infuus en zie dat er een lelijke blauwe plek zit op de plaats waar de katheter in mijn buik zat. No worries, dat trekt wel weg.

11u: Tijd voor ontbijt. Gisteren heb ik met wat oude appels en veel te bruine bananen muffins gemaakt. Ik voelde me een echte huisvrouw toen ik dat stond klaar te maken, weg met verspilling en al. Toen ik mijn baksels uit de oven haalde, zakte het enthousiasme wel wat ... net zoals die muffins blijkbaar hadden gedaan. Ik had verwacht een luchtig ding te krijgen, maar ze waren zo plat als wat en loodzwaar. Hmm. Ik had al stiekem één hapje geproefd en geconcludeerd dat het smaakte naar broodpudding met een fruitsmaakje. Wel bijzonder, maar best eetbaar. Zo eentje ziet er toch maar héél klein uit, dus ik besluit er twee te nemen.
 
 
Eerst moet ik nog even uitdokteren hoeveel gram koolhydraten er in zo’n ding zit, zodat ik kan bepalen hoeveel insuline ik hiervoor moet geven.
 
 

Hallelujah, 31 gram koolhydraten per stuk, dus voor twee zelfs 62 gram?! Pfoe. Op normale dagen eet ik tussen 20 en 30 gram per maaltijd. Slik. Even overweeg ik nog om ze allemaal aan de echtgenoot te laten, maar dan besluit ik ze toch maar gewoon zelf op te eten. Ik heb dan tenminste mijn best gedaan om de niet-verspillende-huisvrouw te spelen. In de voormiddag heb ik driedubbel zoveel insuline nodig als de rest van de dag, dus voor dit grapje moet ik 16,3 eenheden geven. Meteen de helft van mijn gemiddelde dagdosis insuline. Slik again.

12u40: Zoals altijd, meet ik even anderhalf uur na de maaltijd. Zo ben ik er snel bij als de waarde te hoog is en blijf ik niet uren met die slechte cijfers rondlopen. 82. Hmm. Dat valt wel weer mooi binnen de grenswaardes, maar ik vind het toch wel wat riskant. Er is nog namelijk best veel insuline aan het werken op dit moment. Deze snelwerkende soort blijft ongeveer 3u werkzaam namelijk. Zou ik nu iets bijeten om een te lage waarde te voorkomen? Of zou ik afwachten? Ik doe uiteindelijk niets en dat blijkt de juiste keuze.

15u10: 86, zegt mijn meter. Hoera! Eindelijk de eerste waarde van de afgelopen 24u waarbij ik me geen zorgen hoef te maken, me niet hoef af te vragen wat ik nu weer moet doen of wat voor consequenties ze wel zou kunnen hebben.

15u30: Ik maak fruitpap voor Kasper en we hebben voor meloen gekozen. Uiteraard eet meneertje niet zo’n heel geval, maar ik weet niet zo goed of ik de rest wel zelf zou opeten. Ik lust graag fruit, daar niet van. Alleen geeft het zo’n grote pieken in mijn waardes en ik eet het eigenlijk nog maar heel weinig daardoor. Ik heb nu juist een mooi cijfer op mijn meter gezien, zou ik dan het risico lopen dat ik het om zeep help door dat fruit? Ik besluit het niet te doen en leg de halve meloen afgedekt in de koelkast. De kans is groot dat ik hem daar over een paar dagen zal weghalen en in de vuilnisbak zal moeten gooien. Het knaagt, maar ik denk dat het voor mij belangrijker is om mijn waardes weer beter onder controle te krijgen dan zorgen dat ik echt niets verspil.

vrijdag 17 oktober 2014

Twee vliegen in een klap: #Projectblogboek en D’ruitdaging.

Ik keek nog maar voor de zoveelste keer om mij heen en ik dacht: “Ik ben het kotsbeu! Er moet iets veranderen.” Nee, ik ging de echtgenoot niet buitensmijten en ook de zoon mocht toch nog wel blijven. De rommel, beste mensen, daar heb ik het over. Op dit moment is het absoluut rampzalig, want de poetsvrouw is door ziektes hier en daar al drie (!) weken niet kunnen komen. Het moment waarop ik het weer eens niet meer kon zien, was echter al een hele poos geleden. Het ging mij niet eens om de vuilheid van mijn kot – ah nee, als ze dat elke week voor u poetsen, valt dat best wel mee – en zélfs niet over de rommeligheid – ook hier: als ze iedere week komen poetsen moet ge toch al minstens wekelijks opruimen, maar wel over het feit dat er zo veel dingen in huis zijn die we echt, echt, echt niet nodig hebben. Ze zijn misschien stuk, of we hebben dat in duizendvoud, of het ligt hier gewoon al jaren doelloos te liggen. Ge begrijpt waar ik naartoe wil.

Toevallig las ik net op dat moment dat iemand mails liet binnenkomen van Flylady. Ik snuisterde wat rond op de website en schreef me in. Ik wil mij natuurlijk niet moeien met uw e-mailbeleid, lieve lezer, maar eh ... niet doen dus. Tenzij ge het tof vindt om tientallen nieuwe berichten per dag toegestuurd te krijgen, waarvan 99% reclame, zelfbejubeling en dat soort gedoe. Mijn bescheiden mening, uiteraard. Daar ben ik dus niet in geïnteresseerd. De tips zijn absoluut nuttig, maar ik vond dat de dame in kwestie het toch allemaal nét iets te groots zag. Ze stuurde echter ook tips voor de kinderen en die waren meer op mijn maat geschreven. “Ga naar je sokkenla en kijk welke sokken geen paar meer vormen, welke er echt te schandalig uitzien en welke niet meer passen. Gooi die allemaal weg en leg de rest terug netjes per paar.” Kijk, daar kan ik iets mee. Of “Ga naar je slaapkamer en kijk eens rond wat er niet thuishoort. Denk aan snoeppapiertjes, lege glazen, vuile sokken.” Herkent u het ook niet? Elk van die taakjes is duidelijk, duurt geen halve eeuw en klinkt dus doenbaar. Die tips heb ik allemaal bijgehouden, maar na een tijdje merkte ik wel dat ze regelmatig terugkwamen. Da’s ook niet slecht, want zo kan het natuurlijk  niet zo geweldig ontsporen. Toch betekende het voor mij dat ik me dus uitschreef voor de dagelijkse mails van mevrouw Flylady.

Toch bleef ik een beetje op mijn honger zitten. En toen zag ik plots het licht. Ik las over D’ruitdaging. Als ge u aanmeldde, zoudt ge de hele maand oktober mails krijgen met een opdracht per dag. Doel van de hele zaak: zoveel mogelijk buitengooien, want er vielen punten mee te verdienen. Al vanaf de eerste mail voelde ik dat het goed zat. Dit waren taken naar mijn hart. De kids challenges voor volwassenen, zoiets. Alleen raakte ik niet in gang, want de zoon werd ziek, de echtgenoot, dan weer de zoon, dan ik, ... . Daarnaast was het gewoon druk, ge kent dat wel. Toch wil ik ervoor gaan. Niet met een opdracht per dag, dat lukt me nooit. Dan zal dit weer een stille dood sterven. Wel als nieuwe uitdaging voor mezelf: alle opdrachten uitvoeren, maar dan op mijn eigen tempo.

Zoals al eerder gebleken is, werken dat soort uitdagingen voor mij in twee richtingen. Ze geven me meer schrijfvoer, waardoor die blog hier toch af en toe nog wat stuiptrekkingen kan krijgen. Doordat ik erover schrijf, heb ik dan ook weer een stok achter de deur om er echt voor te gaan. Ik wil vooruitgang zien, alleen al om het te kunnen komen vertellen. Alleen zou dat dan natuurlijk betekenen dat ik stukken uit haar mails zou moeten overnemen. Aangezien Hilde met Yourganize natuurlijk ook gewoon geld verdient, wist ik niet of dat wel zou mogen. Wie niet waagt, niet wint, dacht ik deze keer, en ik stuurde haar gewoon een mailtje met de vraag. En kijk, het mag!

Er is dus een nieuw project geboren, project D’ruitdaging. Het zal niet altijd evident zijn, want op veel medewerking van de liefste echtgenoot hoef ik niet te rekenen, vrees ik. Die houdt niet van dingen in stukjes opdelen en wilt meteen drie dagen op rij alles tegelijkertijd onder handen nemen. Of ook niet, maar dat is een detail. Ik zie mogelijkheden als het om ‘taakjes’ gaat. Ik ga er dus voor ... !

En weet ge wat mijn oog dan plots zag, toen ik nog eens door het formidabele blogboek ging? Dat dit #projectblogboek nummertje 26 is. Twee vliegen in één klap dus!
 
 

donderdag 16 oktober 2014

Up en de moderne wereld: een terugblik [deel 2].

Ik schreef hier al over mijn eerste stapjes in de computerwereld. Ze waren niet erg succesvol, maar ik gaf niet op. In het zesde middelbaar had ik nog wel eens een stevig probleemke met mijn eindwerk. Ik zie u al denken dat ik zo stom was geweest om het maar op één plek op te slaan en dat het toen op miraculeuze verdwenen was, hé? Wel, ge zijt mis. Ik was goed geïnstrueerd en had mijn werk dus op twee extra diskettes (waar zijn die gebleven!) opgeslagen. Zo kon me niks gebeuren, toch? Mis, mis, mis. Als er zich dan een fout voordoet in uw document, dan slaagt ge die mee op op die floppy. Dan moogt ge nog zoveel kopies hebben als ge wilt, maar dan geraakt ge in een enkele fatsoenlijk in. Gevloekt dat ik heb! Gelukkig dat er een sympathieke leerkracht was die iets meer kaas had gegeten van het hele computergebeuren en die voorstelde om mijn reeds afgeprinte versies – internet hadden we allemaal niet, hé mannen, typen, opslaan en uiteindelijk printen als ge het wilde afgeven was de boodschap – in te scannen en dan hoefde ik ten minste niet van nul terug te beginnen. Hallelujah ende luidkeels dankuwel nog altijd daarvoor, trouwens. In het hoger onderwijs werd dan ‘het internet’ geïntroduceerd. Een mailadres, wat was me dat? En waarom zou ik dat allemaal nodig hebben, die lijn met de buitenwereld? Het heeft geen drie maanden geduurd of ik woonde zo ongeveer in het computerlokaal op school. Ik ontdekte er zoveel nuttige en interessante informatie! Ik maakte contact met volslagen onbekenden op dat vreemde medium en ik genoet met volle teugen.

Ook mijn zussen ontdekten stilletjesaan de wereld van het internet. We chatten erop los via icq, ik zette mijn eerste stapjes op die bewuste gedichten-freaks en kwam op de befaamde msn-communities terecht. Verslaafd was ik niet, want met vijf dochters en een moeder die allemaal op dezelfde computer hun ding moesten doen, was de tijd die ik werkelijk online kon spenderen uiteraard beperkt. Een half uurtje per sessie, herinner ik me. Niet meteen voldoende om zot te gaan doen.

Toen nog niet, nee ...

woensdag 15 oktober 2014

As we speak.


Lezen: Het staat nog steeds op een belachelijk laag pitje, helaas. Ik las vorige week ‘op kot’ van Kristin De Troyer en ik vond het op niets trekken. Dit was nu werkelijk zo’n boek waarvan ik me dan afvraag waarom iemand de schrijfster ervan ooit heeft verteld dat ze haar verhalen eens in boekvorm moest gieten. Het was maar dun, dus ik las het toch uit. De komende dagen ga ik ‘de weeffout in onze sterren’ nog eens herlezen, want ... *tromgeroffel* volgende week is het voor de eerste keer leesclub! Dat wordt ongetwijfeld vervolgd, want ik die zomaar toezeg voor iets met een bende ongetwijfeld veel hippere, meer belezen vrouwen dan ikzelf ... . Ik hoop alvast dat die leesclub ook dat lezen weer wat meer zal aanwakkeren.

Blij met: De bestelling die ik zonet deed bij Hema en waar stiekem toch weer wat schriftjes en prulletjes bijzitten, naast uiteraard babykleertjes. Als er trouwens iemand een plek weet om bodytjes maat 68 (dus niét 62/68) te vinden, let me know. Of pyama’s met voetjes in dezelfde maat. Liefst niet voor 25 euro per stuk, uiteraard, want over twee weken kan meneer er dan misschien plots niet meer in. Blij met een mail die ik stuurde en dan vooral het antwoord dat ik kreeg – nog een extra projectje is hier in de maak! Met de slimste mens ter wereld, ik heb vanavond toch weer goed gelachen. Thuiswerk, hoewel dat toch niet mijn hobby is. Een gelukt vol-au-ventexperiment. Een kindje dat nog eens doorsliep, maar dit keer heb ik mijn lesje geleerd en ga ik dat echt niet meer zo luid roepen!

Eten: Ik heb zoveel zin om te experimenteren, maar het lukt niet helemaal. Ik doe wel mijn best om gezond te eten. Ik merk dat het me thuis duizend keer makkelijker valt dan op het werk, trouwens. Hier eet ik geen koeken of snoep, op kantoor daarentegen ... .

Bezig met: Proberen overeind te blijven op werkvlak. Een poging doen om mijn huis aan kant te krijgen – het is een mesthoop hier momenteel. Rondhangen op het internet en proberen de tonnen inspiratie ook in posts om te zetten. Nadenken over privacy op het internet.

Plannen: Die leesclub dus. Een redelijk late moederdagactiviteit met de mama en zussen, waarover momenteel heel naarstig over en weer gemaild wordt. (Soms zou gewoon één zus toch gemakkelijker zijn, man, man.) Een zangles, als er dan toch eindelijk eens een datum geprikt raakt. Mijn kot beetje per beetje onder handen nemen. Een tuinaannemer bellen om te onderzoeken wat er aan ons mosveld gedaan kan worden.

Genieten van:  Verse mandarijntjes, die doorslaapbaby, ochtenden vol ‘mama mama mama’, een minute soup met pompoen-wortelsmaak om op te warmen, een kraakvers dekbed.


Hier schreef ik al eens eerder een as-we-speak.

dinsdag 14 oktober 2014

Stommiteiten.

Aan stommiteiten doe ik niet, hoor! Ah nee! Daarom dat ik gisteren naar de dokter trok en bij thuiskomst merkte dat de garagepoort niet meer openging. Altijd handig, zo’n automatisch geval. Een normaal mens heeft dan ook nog wel zijn huissleutel bij, maar ik dus niet. Ik had dit weekend mijn nieuwe handtas in gebruik genomen, maar ‘de rommel’ stak nog in het oude exemplaar. Edoch niet gevreesd, de schoonmoeder heeft ook nog een sleutel van ons stulpje. Slap en mottig en wel kroop ik op mijn fietske, ik deed de tocht terug die ik net al had gedaan, zwaaide eens opnieuw naar het dokterskabinet vanuit de verte en haalde de sleutel op. Eind goed, al goed. ’s Avonds beval ik de echtgenoot te onderzoeken waarom die stomme poort niet meer open ging en ik suggereerde dat het misschien de batterij zou zijn. Na vijf jaar intensief gebruik is dat misschien niet zo vreemd. Ik vermoed dat hij niet al te hard heeft verder gezocht naar andere oorzaken, want na een paar minuutjes stond hij terug boven met ... een batterij. We bleken nu net toevallig geen gelijkaardige in voorraad te hebben, dus ik moest maar zorgen dat ik ofwel de afstandsbedieningsknop (of hoe noemt ge zo’n ding) of anders mijn huissleutel meenam als ik op pad ging. Ik plande geen grootse uitstappen, want slap en mottig, weet ge wel, maar ik stak het in mijn hoofd.

Vanmorgen was ik slechtgezind, maar echt het soort dat soms tot gezinsdrama’s leidt. Ik schreef hier nog dat we een doorslaapbaby hadden, maar de teergeliefde zoon besloot dat niet langer dan zes dagen vol te houden. Zes dagen lang sliep hij van ergens tussen 19 en 20 u tot 6 u, halleluja! Eens sporadisch moesten we zijn tut nog terug gaan duwen, maar we waren zo euforisch, dat dat ons niet uitmaakte. In die zes dagen doorslapen werd dan de echtgenoot ziek en moest ik dus de verzorging van meneertje op mijn eentje op mij nemen, maar ook dan is het toch een genot als er al geen nachtelijke voeding meer hoeft te zijn. Maar toen werd Kasper zelf zwaar verkouden en hoestte hij zich elke nacht wakker, waarvoor we natuurlijk begrip konden opbrengen. ’t Ventje kon er ook niks aan doen. Daarna kreeg hij de buikgriep van zijn vader over en at hij overdag niet zo veel, waardoor het niet verwonderlijk was dat hij ’s nachts nog even moest bijtanken, toch? Zondag hadden we dan een beetje geknoeid met zijn eeturen om het te laten uitkomen met die doop, dus de schuld van het niet doorslapen moesten we bij onszelf zoeken. Maar gisteren was hij kerngezond, hij had flink gegeten, zijn avondfles was helemaal naar binnen gegaan, dus nu zou hij toch wel gaan doorslapen, hé?! De nacht begon met nog wat misselijkheid. Ik had het aangedurfd om voor het slapengaan toch iets kleins te eten, want zo een vod zijn, is toch ook niet mijn hobby. Het bleef wel binnen, maar mijn maag vond het toch duidelijk geen topplan. Toen ik dan een beetje bekomen was, snurkte de echtgenoot mij werkelijk halfdoof. Ik duwde, ik sloeg tegen zijn arm, ik schopte tegen zijn been, ik deed alles om hem te laten draaien of in een andere houding te krijgen, maar niets mocht baten. Ik werd slechtgezinder en bozer en kon dus helemaal niet meer slapen, natuurlijk. Nét toen ik de slaap had gevonden, begon Kasper te wenen. Tut erin en hij sliep verder. Zo ook de echtgenoot, natuurlijk. Iedere keer als ik éindelijk sliep, maakte Kasper me wakker. Om drie uur moest ik hem dan verdekke tóch nog eten geven en toen ik dan weer in mijn bed kroop, was de echtgenoot opnieuw aan het snurken geslagen! Man, man. Toen dus om vijf voor zes mijn wekker ging – en dat op een ziektedag! – was ik in staat een moord te plegen. Maar goed, ik dwaal af.

U begrijpt uit het bovenstaande dat ik toch lichtelijk moe was, ook niet direct een humeur had om aandachtig op alle details te letten, ik moest nog een zoon zien gekleed en gevoed te krijgen en uiteraard mocht ik niks vergeten mee te geven naar de crèche. Toen ik met Kasper beneden stond om te vertrekken, bleek het dan ook nog eens te regenen en moest ik hem dus met de buggy (mét regenkap) brengen in plaats van in de draagzak. Lang verhaal kort, ik trok dus de deur dicht en besefte dat de sleutel nog binnen op het tafeltje klaarlag. De batterij was natuurlijk nog steeds niet op miraculeuze wijze vervangen geraakt en daar stond ik dan. Een welgemeende f*ck borrelde in mij op toen ik besefte dat ik dit keer ook niet eens een vervoermiddel had. Geen fiets, enkel mijn twee benen die me ergens naartoe konden brengen. Ik bracht dus Kasper naar de crèche, ging naar de krantenwinkel voor een paar vrouwenboekskes en toog dan naar een broodjeszaak voor een thee en een pistoletje met ham. Ik stuurde voorzichtig een sms naar de schoonmoeder, maar ik durfde echt niet te bellen. Straks krijgt ze nog spijt dat ze mij meer dan negen jaar geleden zo met open armen heeft ontvangen! Een uur later zat ik daar nog steeds, mijn tweede thee was ook al op en ik kende intussen het seksleven van een stel vaste klanten, ik wist dat het meisje van de bediening klachten had gekregen en daar niet van gediend was en ik had vernomen dat de baas van de frituur met die broodjeszaak eraan in ’t gevang had gezeten voor fraude maar dat hij nu met een enkelband rondliep. Goed dan. Oh, en dat de kinderen van de mevrouw naast mij volgende week met de school naar een synagoge zouden gaan, stel u voor! Dat kan natuurlijk niet in deze tijden, met al die (?!) aanslagen. Daarna gingen ze dan ook nog naar een moskee op bezoek, de onbeschaamdheid! Haar vriendinnen waren het er roerend mee eens dat ze haar kinderen maar gewoon moest thuishouden, dat ge al die risico’ niet moet nemen in het leven. Ik dacht er het mijne van, ja. Ze vonden het ook niet kunnen dat al die activiteiten in het kader van de godsdienstles moesten plaatsvinden. Hoezo niet? Sinds wanneer bestaat er maar één godsdienst misschien? Maar ik dwaal alweer af. Ik had dus mijn maag meer dan gevuld, ik had het intussen toch wat koud en ik wilde stiekem ook wel weg uit het ietwat bekrompen broodjeszaakmilieu ... dus ik belde dan toch maar naar de schoonmoeder. Die sprong meteen in haar auto en kwam mij redden. Eind goed al goed, dit keer.


Of ik geleerd heb van mijn fout? De sleutel zit nu in mijn nieuwe handtas, ja. Zo lang ik die dus niet nog eens verander, is er voorlopig niks aan de hand!