Over Upje.

Follow by Email

woensdag 10 december 2014

Wacht nog een beetje. #projectblogboek

We zaten met zijn vieren te praten. Het onderscheid begeleider-patiënt viel even weg en we vroegen honderduit naar haar kersverse huwelijk. Ze straalde en vertelde over haar moeder van vijfentachtig en over de wandeling van het stadhuis naar de feestzaal samen met iedereen die ertoe deed. “Ik had gewoon deze rode botjes aan”, giechelde ze, zoals enkel dames van in de vijftig dat kunnen. We schertsten heen en weer en warmden onze harten aan haar geluk. “En voelt dat nu anders, zo na twintig jaar samen zijn?”, vroeg iemand. “Ja,” verzuchtte ze, “ik had dat niet verwacht, maar echt. Ik was zó gelukkig die dag, dat had ik op voorhand nooit kunnen denken.”

Ongemerkt sloopt het gesprek toch weer naar ons en hoe we dachten het te gaan doen als we weer in de grote, boze buitenwereld geworpen zouden worden. Meisje één kreeg een wijs advies op haar verzuchtingen en meisje twee kreeg een hart onder de riem en de zekerheid dat er nog hard gewerkt zou worden aan de struikelblokken voor ze haar zouden laten gaan. Ze waren allebei toch ietwat gerustgesteld, want zo’n nakend ontslag brengt toch vaak heel wat onzekerheden met zich mee. Ikzelf was nog niet zo lang op de afdeling. Het ging verbazingwekkend goed en ik bleek ook de nodige inzichten te hebben. In groepstherapie verkondigde ik de ene wijsheid na de andere en ik vertoonde een geweldig groot relativeringsvermogen. Net daarom zochten de twee dames steeds vaker mijn gezelschap, omdat ik met de voeten op de grond stond en hen met een paar laconieke opmerkingen ook weer die richting uit kon duwen. Ik had mezelf op een paar dagen gedwongen weer fatsoenlijk te eten, ik spoot mijn insuline opnieuw (nog onder toezicht wel) en ik deed mijn best om mijn uitdijende lichaam te accepteren. “Ach,”, had ik gezegd, “het is gewoon niet eerlijk. Ik ben sinds ik hier aankwam al vijftien kilo aangekomen, terwijl dat helemaal niet hoefde. Ik krijg intussen alleen nog maar dieetporties en toch blijven de kilo’s er aanvliegen. Ik kan er nu nog tegen, maar ik weet niet hoe lang dat gaat duren. Wat als het nooit stopt? Want als blijkt dat ik gelijk had en dat ik enkel een gezond gewicht kan hebben als ik héél weinig eet? Wat als insuline overslaan de enige mogelijkheid is voor mij om in normale kleren te blijven kunnen? Wat als mijn gewicht nooit gaat stabiliseren?”

Intussen was het al schemerdonker geworden en de meeste groepsgenoten waren al lang naar hun kamer getrokken. De televisie speelde nog op de achtergrond, maar er zat niemand meer te kijken. De andere begeleidster was al aan haar pillenronde begonnen en eigenlijk moesten wij ook maar eens richting bed. Toch wilde ze eerst nog op mijn bedenkingen reageren. “Geef het eens een kans, meisje.” “Ja maar, ik” en ze onderbrak me. “Ik weet het, je hebt het al vaak geprobeerd. Honderden keren ben je er al voor gegaan. Maar hoe lang hield je dat vol? Je lichaam reageert nu eenmaal wat anders dan andere, dat is waar. Je kwam aan en je besloot dat het te veel was en dan sloeg je hier weer eens een spuit over, daar minderde je wat met eten en zo hield je altijd het hele systeem in stand. Geef het een kans. Spreek met jezelf af dat je zes maanden lang alles doet zoals het hoort. Eten én insuline spuiten, de hoeveelheid die moet. Het zal niet makkelijk zijn en je zult ongetwijfeld aankomen en vloeken en ermee willen stoppen ... maar zet door. Geef je lichaam de tijd om eraan te wennen en om opnieuw te stabiliseren. Als je na die zes maanden constateert dat het nog altijd maar blijft doorgaan of dat je het echt echt niks vindt, dan kan je nog altijd besluiten om het roer weer om te gooien en alle wijze raad te laten voor wat hij is, niet?” Ik werd er stil van. Die nacht kon ik niet slapen. Zou ik het écht proberen? Zouden het de zes rotste maanden van mijn leven worden en zou ik achteraf toch genadeloos hervallen?

Aangezien ik nauwelijks zes maanden na mijn ontslag alweer aan de deur stond, dit keer in nog veel slechtere staat dan voorheen, is het vrij duidelijk dat ik op dat moment niks met die raad heb gedaan. Of toch, maar ik heb het niet volgehouden. Ik kwam zelfs nooit in de buurt van die zes maanden. Toch bleven haar woorden altijd hangen. Een hoop ellende, veel familiale crisissen en een tweede opname verder stond ik op een keerpunt. Ik zat er compleet onderdoor en liet het zo ver komen dat ik niet zeker wist of ik mijn gedoe wel zou overleven. Ofwel ging ik dood of anders gaf ik het een kans. Dag per dag raapte ik moed bijeen en ging ervoor. Ik jankte regelmatig de ogen uit mijn hoofd, ik dacht dat het nooit zou beteren en ik vervloekte alles in mijn leven om de vijf minuten ... maar zes maanden later waren we een heel eind op de goeie weg. Ik was in tussentijd geslaagd voor mijn examens (tegen alle verwachtingen in), ik had mij een geweldig lief gevonden, de nabehandeling mocht gestopt worden, er hadden zich heel wat goede vrienden getoond op mijn weg en op de één of de andere manier zag ik het leven weer zitten. Vol angsten, met nog steeds een afkeer van dat veel te dikke lichaam, met regelmatig moeilijke momenten. En toch. De zesmaandenregel bleek een gouden tip geweest te zijn.

Na mijn studies ging ik aan het werk. Dolblij was ik dat er iemand mij een job had willen geven en ik begon er dus aan met goeie moed. Helaas bleken er hopen intriges, tonnen stress en collegialiteit was ver te zoeken. Na amper drie weken wilde ik daar helemaal niet meer gaan werken. “Geef het tijd”, hoorde ik de begeleidster in mijn hoofd herhalen. “Houd het zes maanden vol en dan kan je nog altijd besluiten dat je er niet mee wilt doorgaan.” Toen ik na zes of zeven maanden regelmatig had zitten huilen op de wc’s en ik iedere dag met lood in mijn schoenen naar kantoor trok, mocht ik dus van mezelf beslissen dat ik er niet langer wilde blijven. Het kostte me nog wat tijd om de teleurstelling daarrond door te slikken en ook daadwerkelijk iets anders te vinden, maar goed. Ik had het een kans gegeven en het was niets geworden. Bij job twee had ik ook wel wat tijd nodig om te wennen. Nieuwe kennis vergaren, plots heelder dagen in het Duits praten, je in een groep nieuwe collega’s gooien die elkaar al jaren kenden ... ook hier was het niet altijd prettig. Zes maanden later begon ik er de lol wel van in te zien. Die collega’s waren eigenlijk best sympathiek, ze waren toch vrij tevreden over mij en ik kreeg iets meer vertrouwen in mijn kunnen. Ja, hier wilde ik misschien toch wel blijven. Uiteindelijk bleef ik er vier jaar en dat ik wegging, was alleen maar omdat er te weinig werk was. Bij mijn huidige baan net hetzelfde. Ik heb lang getwijfeld of ik er wel goed aan had gedaan over te stappen. Ik werd er ingesmeten en had continu het gevoel te verzuipen. Ook hier kenden de collega’s elkaar al zo lang, dat het soms moeilijk was om me in de groep te wurmen. Zes maanden later begon het allemaal wel te lukken en een jaar verder wist ik dat het geen verkeerde keuze was geweest.

De gouden raad is natuurlijk ook aanpasbaar. “Ik zal ivf één keer proberen, maar als het zo erg is als gevreesd, dan houden we er daarna mee op.” [Het resultaat kruipt hier rond.] “Ik zal een insulinepomp nemen, maar als ze me na een jaar nog altijd hindert of het resultaat is niet noemenswaardig, dan geef ik de hele handel terug.” [Vier jaar and counting. Ik geef ze nooit meer af!] “Ik probeer de continue glucosemeting, maar ik doe de definitieve aankoop niet als ik geen voordeel zie tegenover gewoon meten.” [Aankoop niet gedaan toen, maar ik overweeg wel om er nu terug mee te beginnen na deze en deze grap.]

En dan surft een mens al eens wat rond op het internet en in het kader van het overlijden van Luc De Vos duiken er natuurlijk overal filmpjes op waarin de beste man zingt of een boodschap heeft. Hij was het met mij eens, denk ik. Op minuut 4:15 geeft hij wat raad aan de jeugd: “Hopen. En wachten, en hopen. Jongens en meiskes, wacht nog een tijdje. Er kan nog vanalles gebeuren.” Misschien moet je maar het hele filmpje eens bekijken, want hoewel het abominabel slecht gezongen is, zegt de beste man schone dingen.
 
 

Dit is een van de posts in het kader van #projectblogsboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.