Follow by Email

maandag 29 september 2014

Ten huize Up werd een beslissing genomen.

Een slordige negen jaar geleden ontmoette ik een man en dat bleek een blijvertje te zijn. Ik woonde op dat moment in een belachelijk kamertje in Antwerpen, dus ik trok vrij snel bij hem in. Hij woonde al zijn hele leven in de randstad en hij vond het daar goed. Toen we een paar jaar later op zoek gingen naar een huisje, was diezelfde plek dus gegeerd. Het was er minder belachelijk duur als op andere plaatsen goedkoop, we vonden er iets supertofs en ik vond niet dat ik echte banden had met het dorp van mijn jeugd. We deden een bod, kochten ons huis en waren de hemel te rijk. Op een dag sprak ik af met een hele goede vriendin en ik ging met haar uit eten. We babbelden en lachten en ik genoot. Ik ging ook naar huis met het gevoel: “Shit, ik wil terug naar mijn hometown.” Dat zei ik ook aan de echtgenoot, die eens lachte. Na een tijdje merkte hij dat ik het méénde. Ik wilde kunnen binnenspringen zonder eerst agenda’s naast elkaar te moeten leggen. Ik miste het verenigingsleven, het feit dat iedereen iedereen kent. Ik verlangde naar de dorpsmentaliteit, die de tegenstelling moest zijn van de stadse mentaliteit hier. ‘We moeten hier toch eerst minstens vijf jaar gewoond hebben, hoor’, sprak de echtgenoot en ik snapte hem wel. Na vier jaar en een paar maanden begon ik dus immoweb af te zoeken. Ik stelde zoekfuncties in en liet dagelijks updates in mijn mailbox komen. Van ‘mijn dorp’, maar ook van de buurdorpen. Ik moest ook niet té kieskeurig zijn, hé. De echtgenoot moest nog wat wennen aan het idee, maar ook hij begon ijverig mee te zoeken. Toen duidelijk werd dat we een kindje zouden krijgen, besloten we helemáál hier weg te trekken. We waren het over één ding wel eens: als we zouden verhuizen, moest het een verbetering zijn. Het zou ons sowieso veel meer geld kosten, dus dan moest er toch een meerwaarde aan vasthangen. We keken en zochten en droomden ... . Intussen haalde het leven ons in. Plots woonden drie van de vier grootouders hier op maximum vijfhonderd meter vandaan en waren zij dus onze uitgelezen kinderopvang. Mijn werk verhuisde en was plots veel dichter bij onze huidige woonplaats. Etc etc.

Twee weken geleden hebben we nog eens door mijn droomdorp gereden en huisjes gekeken. Vandaag hebben we beslist dat we hier blijven wonen. We zullen wél de tuin laten heraanleggen, onze voordeur laten vernieuwen en vliegenramen plaatsen. In een later stadium zelfs nog de badkamer eventueel aanpakken. Als er ooit een tweede kind komt, moeten we ook eens goed nadenken hoe we het dan kamergewijs moeten doen. Maar we blijven. Het verstand wint dit keer van het hart. Nu is het aan mij om te zorgen dat mijn hart ook hier komt te liggen. Ik weet nog niet zo goed hoe, maar we gaan ervoor.
 
En u, lieve lezer, hoe zou u dat aanpakken?  

zondag 28 september 2014

Maandbrief - acht maanden.

Lief, klein Kaspje,


Hahaha, alsof ge lief en klein zijt! Lief kunt ge zeker zijn, dat is waar. Groot van gestalte zijt ge niet echt. Toch vinden wij dat het kleine er echt wel af is ondertussen. Ge hebt weer zoveel grote stappen gezet de afgelopen maand! We trokken naar het buitenland, waar ge ook voor het eerst de zee te zien kreeg. Waar wij doodsbang waren dat ge niet gingt willen slapen, hebt ge dat allemaal schitterend gedaan. Ge zijt eens een nachtje bij de moeke gaan logeren en dat is ook prima verlopen. Mama en papa overwegen nu dus om u regelmatiger eens op logement te laten gaan ;-). Ge hebt héél veel tijd doorgebracht met ‘hoefgetrappel’, wat wilt zeggen dat ge met uw voetjes zo hard ligt te trappelen dat het (veel) lawaai maakt. Dat is namelijk uw nieuw motto precies: als er maar geluid van komt, is het tof. Met uw handjes kloppen op tafel, met uw beentjes trappelen, met uw voeten ‘tappen’, met uw tut tegen uw fles slaan als we vergeten zijn die eerst uit de weg te leggen, ... . Met alles wat ge vastkrijgt, probeert ge ook uit of ermee gerammeld kan worden. Plots kunt ge ook zitten, al is mama daar niet altijd helemaal gerust in. Ge kunt het wel prima en ge houdt het minutenlang vol, maar ge laat u gewoon boenk vallen als ge plots besluit dat er ergens iets te zien is. Ik ben nu niet meteen een overbezorgde moeder, denk ik, maar op die momenten staat mijn hart toch eventjes stil! Ge hebt tegenwoordig continu blauwe plekken, bij voorkeur op uw gezicht. Tsja, wij zijn het niet die u onverschrokken overal tegen laten vallen, hoor ... ! Na onze vakantie was de herstart op de crèche niet meteen een succes. ‘Hij kan nogal goed hysterisch doen, hè’, kreeg ik te horen toen ik u de eerste keer weer ophaalde. Hmm. Laten we afspreken dat we dat niet meer doen, ok? De tweede dag was ook niet zo top, maar de derde hadt ge een excuus: ge waart ziek. Toen ge twee nachten niet hadt geslapen (en wij natuurlijk ook niet) door een vreselijke hoest en toen ge ook weer boven de 39° koorts hadt, is papa toch maar eens met u naar de kinderarts geweest. Valse kroep, was het verdict. Gelukkig niet het soort waarbij het lijkt of kindjes stikken, want dat zagen we nu ook niet meteen zitten. Om te zorgen dat ge ’s nachts zoudt kunnen ademen en dus slapen, moesten we drie dagen aërosollen. Hallelujah, wat was me dat! Vanaf de eerste seconde begont gij superhard te wenen. Ge zijt duidelijk ook geen uil, want ge hadt heel rap door dat dat masker niet groot genoeg was om én uw neusje én uw mond te bedekken ... als gij uw mond wijd opensperde of op de rand van dat maskertje beet. Hmmmm. De eerste avond moest papa dat nog alleen doen, dus toen hebt ge mogelijks niet geweldig veel binnen gekregen. Hij moest uw handjes vastklemmen en dan proberen dat ding op uw gezichtje te houden, terwijl gij hem heel hard stampte en de hele tijd probeerde uw hoofdje weg te trekken. Ik kan me al voorstellen hoe leuk dat was. De tweede dag deed hij hetzelfde, maar ik kon dan toch proberen om uw hoofd stil te houden. Na één minuutje stondt ge al volledig in het zweet van het hele gevecht. Ik stel toch voor dat ge ervoor zorgt dat we dit niet te vaak meer moeten doen, hoor! Eén voordeel had het wel: ge waart zo uitgeput achteraf, dat ge gewoon flink gingt slapen en toch voor een paar uur onder zeil waart. Gelukkig deed het precies ook wel zijn werk en waren de nachten heel wat beter. Van uw hoest zijt ge nog altijd niet helemaal af, maar ge lijkt er weinig last van te hebben.


Ge zijt ondertussen ook echt beginnen kruipen ... of misschien is ‘sluipen’ een beter woord. Eerst ging het alleen achteruit, maar momenteel is het hilarisch om te zien hoe ge heel doelgericht overal naartoe schiet. Ge hebt nog niet beet dat op uw knietjes steunen handiger zou zijn, maar op uw armkes en met wat ‘watertrappelen’ geraakt ge er. Als we dat als trotse ouders aan iemand willen laten zien, moeten we gewoon mijn computermuis op een paar meter afstand leggen. Zodra ge die gespot hebt, vliegt ge direct in de startblokken en zijt ge onderweg. Zalig is dat! Papa heeft dus toch maar een traphekje geïnstalleerd en heeft vandaag samen met opa geprobeerd een loshangend stopcontact te repareren, zodat gij er absoluut niet met uw kleine vingertjes in zoudt kunnen peuteren. Ge slaagt er zelfs in om recht te staan met enkel de steun van twee vingers. Ook als ik alleen uw truitje vanachter vasthoud, lukt het. Ge vindt dat geweldig tof, want dan begint ge triomfantelijk rond te kijken. Dan ziet ge pas hoe klein ge eigenlijk nog zijt qua gestalte. Het maakt niet uit, Kasper, wij zijn ook geen reuzen, hé! De afgelopen week hebt ge trouwens ook ijverig geoefend om papa en mama te kunnen zeggen. Ge beseft nog niet dat ge een woord zegt dat we zo graag willen horen en dus ook niet dat ge ons er eigenlijk mee aanspreekt, maar ge zegt het echt. Vooral ‘papa’ doet ge op een supergrappige manier: een beetje fluisterend. De eerste keer smolt uw vader uiteraard ter plekke! Intussen wachten we vooral op het moment dat gij ook beseft wie of wat met die woordjes bedoeld wordt. Sinds dit weekend hebben we ook op eetvlak wat nieuwigheiden geïntroduceerd. Het was tijd voor eten met stukjes ... . Mama en papa waren toch wat ongerust dat ge zoudt gaan kokhalzen en doen alsof ge stikt – we hebben in het verleden al gezien hoe overtuigend ge dat kunt -, maar ge hebt dat verdekke heel goed gedaan! Gisteren at ge gewoon spaghetti met tomatensaus uit een potje en die stukjes waren echt behoorlijk. Toch hebt ge heel dat potje vrolijk naar binnen gewerkt! Ook de fruitpap liep prima en het lukte allemaal. Ik werd zo enthousiast, dat ik u ook een stukje brood wilde aanbieden. Dat was precies toch nog wat veel van het goede, want de grote “help, ik stik”-blik kwam weer in uw ogen en de bijbehorende geluiden waren ook niet mis. Maar kijk, ge hoestte het stukje brood terug op en alles kwam weer in orde. ;-) We gaan blijven oefenen hé mateke en dan komt het wel goed. Deze maand was eigenlijk gewoon een fijne, liefste vriend. Ge hebt doorgaans flink geslapen, ge hebt gewoon heel veel gelachen (giechelen dat ge kunt! :D) en we hoeven niet meer bang te zijn om stevige ritten met de auto te doen, want ge zit precies graag in die maxi cosi tegenwoordig. Ook uw buggy is een echte hit, waarmee we u instant stil kunnen krijgen. Doe zo voort, mateke. Ge doet dat gewoon goed! Zo goed, dat mama en papa tegenwoordig vaak in een deuk liggen. Of smelten. Of u zo graag zien, dat ze u zouden willen opeten. ;-)
 


Op naar de negen maanden, zou ik zeggen. Wij kijken er alvast naar uit!

Dikke zoen,
mama

 

 

zaterdag 27 september 2014

Procrastinatie.

Vanaf morgen, dan ga ik ... . Stoppen met roken, minder drinken, op dieet, stoppen met kopen, iedere week driemaal sporten. Het kan allemaal. Of die morgen dan ook de grote ommekeer betekent, dat is natuurlijk altijd maar de vraag. Een mens doet zijn best, zullen we maar zeggen. Hier sprak ik al eens over een nieuwe start, maar die is helaas een stille dood gestorven. 1 oktober wordt de datum waarop ik mezelf meteen voor drie uitdagingen ga stellen: opnieuw op dieet, opnieuw volledig voor de goede diabetesregeling gaan én – misschien nog het allermoeilijkste – een maand lang geen cola light. Uitzondering op de regel: op verplaatsing, dus op restaurant of op café doe ik het gewoon wél. Ik ga echter proberen het te laten als drankje voor de dorst, heelder dagen door. Niet omdat ik geloof in verslaving aan dat spul, want ik heb al eerder bewezen dat ik het prima kan laten. Wel omdat ik merk dat het een gewoonte wordt en eentje die moeilijk te doorbreken valt.

De doelen:

·         gewicht: Op dit moment weeg ik 5kg meer dan voor ik zwanger werd. Na de bevalling zat ik nochtans snel terug op mijn oude gewicht, dus het ligt echt niet aan die kleine patat. Inherent natuurlijk wel, want het is zijn bijdrage in ons leven die ervoor zorgt dat de energie om gezond te doen vaak ontbreekt. Vanaf 01.10 dus niet meer. In de praktijk zal ik wel weer heel veel koohydraten schrappen en ook de koeken en snoepachtigen laten voor wat ze zijn.

·         diabetesgedoe: Bij de laatste controle was alles nog prima, hoor. Ik mocht nog steeds zwanger worden als ik dat al zou willen (neeeeee, nog niet!). Toch loopt het alles behalve zoals het zou moeten. Veel pieken en dalen en ik zie hier toch ook gemiddeldes op mijn meter voorbijkomen die ik graag een heel stuk lager heb. Deels ligt dat gewoon aan mijn weerbarstig lijf, maar voor een groot stuk ook aan mezelf. Heel veel meten, elke gram koolhydraten nauwkeurig optellen en er insuline voor geven, tijdig infusen vervangen, het zijn allemaal dingen die energie vragen. En laat dat nu net mijn eeuwig zwak punt zijn, hé. Vanaf nu ook hier geen excuses meer. Ik wil dat gemiddelde heel snel weer naar 110 krijgen. Ik weet dat het in principe moet lukken, dus we gaan ervoor.

·         cola light: Dertig dagen dus enkel op verplaatsing nog het gouden vocht. Hallelujah! Ik word al slechtgezind als ik er nog maar aan denk! Water is zo saai, voor iedere kop thee moet je opstaan (en op het werk een hele voettocht aanvatten) en welke alternatieven zijn er dan nog ... ?

vrijdag 26 september 2014

Er zijn zo van die dagen ... .

Soms zijn er zo dagen dat ge geen goesting hebt om te werken. Ge zijt braaf op tijd verschenen, maar daar komt het eerste obstakel al; een collega die terugkomt van verlof. Eerst gaan we een babbelke doen dan, uiteraard. Helaas hebben we vrij veel te vertellen en niet alleen fijn nieuws. Daarna zullen we toch maar eens inloggen en opmerken dat de klanten deze nacht eens niet zo actief zijn geweest. Hoera! Daarna hangen we wat rond op facebook, doen nog eens een babbelke, mailen wat over en weer met de echtgenoot (die duidelijk even weinig goesting heeft als gij), spelen plaatselijke minibibliotheek en hangen nog wat extra rond op facebook. Misschien regelt ge ook nog wel een doop, da’s best mogelijk. Ge houdt een uitgebreide lunchpauze en ge stuurt wat mailtjes. Privé, wel te verstaan. Ge zijt precies al blij dat de klanten vandaag wel heel rustig zijn, want ge voelt nog steeds nul komma nul de behoefte om een poot uit te steken. Uiteraard stuurt ge hier en daar wel eens een mail of ge doet een minimaal telefoontje, maar daar blijft het dan wel bij. Misschien, heel misschien, was dit wel zo’n dag.
 
En raadt eens wat ik dan daarnet in mijn mailbox vond?!
 
 
 
Ik peins dat ik vaker geen klop ga doen!

donderdag 25 september 2014

Niet eens de tijd voor een geboortekaartje.

Tranen, om een kindje dat ik nooit heb gezien. Verdriet om wat zijn ouders moeten doorstaan. Ontreddering op de hele werkvloer, omdat de papa van de kleine krijger onze collega is. Omdat die iedere avond zo’n schitterende update schreef op facebook, zodat alle supporters mee konden volgen hoe alles verliep. Hoop was het kernwoord van de vijf dagen dat het jongetje heeft geleefd. Hij is compleet onverwacht geboren na amper vierentwintig weken zwangerschap, heeft meteen iedereen die dicht of ver bij zijn familie stond ingepalmd, maar het was gewoon te zwaar. Net op het moment dat ik zijn vader een mail stuurde om praktische hulp aan te bieden, schreef diezelfde waarschijnlijk zijn moeilijkste facebookpost ooit. Ikzelf heb gehuild toen ik die laatste statusupdate zag. De echtgenoot kreeg het ook te kwaad. Met ons waarschijnlijk heel veel anderen. We hadden het hen allemaal zo gegund ... maar het heeft niet mogen zijn.

De papa postte een prachtig liedje bij zijn afscheidspost. Tranen. Meer heb ik daarover niet te zeggen.
 
 
 

woensdag 24 september 2014

Dertig dagen bloggen: dag 1.


Ik las Lilith’s boek en mijn hoofd werd overspoeld met ideeën. Misschien kan ik wel schrijven zus of anders dan wel zo en ... . Maar zoals het altijd gaat bij mij, blijft het bij twijfelen en overdenken. Doen, dat is een ander paar mouwen. Achter de schermen heb ik mijn Evernote-account wel al eens nieuw leven ingeblazen en er allerlei losse gedachten in bewaard. Ik begon mijn dagen weer vol mogelijkheden te zien. Alleen het schrijven, daar kom ik maar niet toe. Het stroomlijnen, dat is ook nog iets waar aan gewerkt moet worden. Wie wil ik zijn in blogland en wat wil ik dat de mensen onthouden als ze hier toch eens per ongeluk langskomen? Wat wil ik bereiken met dit schrijven? Waar wil ik voor staan?

Het is uiteraard niet zo gek dat ik dat eigenlijk niet zo goed weet. In mijn dagelijks leven struikel ik namelijk over dezelfde dingen. Zoveel willen, zoveel dromen, maar zo weinig actie. Dat hoeft niet altijd een probleem te zijn. Het is gewoon iets om te overdenken. Ik heb al zoveel en in principe hoeft er niet persé iets anders. Voor mijn blog natuurlijk wel, want één post per maand is echt te weinig om de boel draaiend te houden.

Daarom begin ik met dertig dagen bloggen. Iedere dag zal er hier iets nieuws verschijnen, hoe kort of onbenullig ook. Op die manier raak ik er hopelijk weer een beetje in. Om de druk even niet te hoog te leggen, ga ik geen eisen stellen aan de onderwerpen. Als er dus een hele maand geen ‘meerwaardepost’ passeert, zoals Kelly het zo mooi noemt, dan is dat ook maar zo. Ik verplicht mezelf wél tot twee dingen: ik wil enkel foutloos Nederlands het wereldwijde web insturen en ik wil nu eindelijk eens werk maken van dat kort en bondig leren schrijven. Maximaal 500 woorden dus per post, met misschien een uitzondering voor vragenlijstjes of andere lijstjestoestanden.

Off we go!

vrijdag 5 september 2014

Alles komt goed.

Alles komt goed, beste vijf man en een paardenkop die hier komt lezen. Ge gaat niet langer alleen maandbrieven lezen en ook niet enkel onnozel gezwets. Er is redding in aantocht, in de vorm van een boek.


 
Voorlopig zit ik nog maar op pagina 19, dus nog even geduld. Maar als het uit is ... ;-).