Over Upje.

Follow by Email

maandag 12 december 2011

26. Mijn angsten

Toen ik nog diep in mijn eetstoornis zat, toen het leven alles behalve gemakkelijk was en er eigenlijk veel redenen waren om voor vanalles en nog wat bang te zijn, kende ik geen angst. Ik geloof dat het mij ook allemaal niet echt kon schelen. Zelfs het ergste dat ooit zou kunnen gebeuren – doodvallen – maakte me helemaal niets uit. Dokters die probeerden me weer op het rechte pad te krijgen, begrepen dat aspect niet helemaal. Ze dachten me te overtuigen door me te wijzen op de risico’s op diabetescomplicaties, door met afschrikwekkende verhalen aan te komen draven over de schadelijke gevolgen van een eetstoornis (stoma’s, onvruchtbaarheid, blijvende maagdarmproblemen, … ), door te zeggen dat ik later zo veel spijt zou hebben van al mijn littekens, … . Maar ze snapten dus niet helemaal dat er wat mij betreft helemaal geen later zou komen. En als je niet gelooft dat je ouder wordt dan achttien, en daarna die leeftijd even bijstelt tot eenentwintig, wat kunnen jou al die complicaties, vruchtbaarheid of ‘later’ schelen? Het feit dat ik het ook allemaal niet meer zag zitten, maakte dus dat ik nergens bang voor was. Ik hoorde laatst op een lezing nog dat elke angst op de één of de andere manier te herleiden is tot ‘angst voor de dood’. Wat dus ook maakt dat het gebrek aan angst voor de dood, of zelfs een soort verlangen naar die dood, alle angsten wegneemt.

Vandaag is de situatie natuurlijk helemaal anders. Ik heb weer toekomstperspectieven, ik maak ook op de één of andere manier wel plannen voor een nabije en verdere toekomst, ik droom van een leven als oud omaatje samen met mijn opaatje als we pakweg een jaar of twintig op pensioen zijn, … . Met het terugkomen van de levensvreugde, de plannen en de dromen, is ook de angst terugkomen. Soms zelfs in grote mate.

Er waren de onnozele, kleine dingetjes. Telefoonangst. Vreselijk! Maar het is wel geminderd, vermoedelijk ook door mijn job in de customer service, waar ik dagelijks ettelijke keren moet bellen ;-). Maar ook een verschrikkelijke faalangst; bij solliciteren, bij het zingen, bij sport (as if … ), bij schrijven, zelfs bij het naar de dokter gaan en zoveel andere dingen. We proberen dit onder controle te krijgen, hoor. En ik weiger al helemaal om het me van dingen af te houden! Er is ook nog het niet helemaal op je gemak zijn bij groepen mensen, etc. Maar dat past misschien ook weer onder die faalangst.

En dan hebben we de grotere dingen. Ik ben doodsbang om auto te rijden. Ik wil echt niet weten dat ik iemand anders schade berokken. Mijn grote schrikbeeld is dat ik in een smalle straat rijd met allemaal geparkeerde auto’s en dat er een kindje plots tussenuitgelopen komt. Man, man, man. Of gewoon een dwaze volwassene, natuurlijk. Maar ook fietsers die ik niet gezien heb, of andere auto’s die iets deden dat ik niet zag aankomen, ik heb het in gedachten allemaal al zien gebeuren.

De angst voor diabetescomplicaties die ze me toendertijd wilden aansmeren, is intussen ook wel aangekomen. Het kan bijna niet anders dat ik er vroeg of laat mee te maken krijg, want zoveel jaren zo ernstig slecht geregeld zijn … kan bijna niet ongestraft gebeuren. Maar goed, daar kan ik vandaag de dag niets meer aan doen, behalve proberen nu zo goed mogelijk geregeld te staan. En jups, dat doen we!

Ik ben ook wel bang voor financiële problemen. Ik heb al bewezen dat ik met heel weinig kan rondkomen in de tijd dat ik een leefloon had. Maar omdat ik zoiets toch liever niet meer meemaak, wil ik allerlei buffers inbouwen. De echtgenoot lacht me superhard uit als ik zeg hoeveel duizenden euro’s ik altijd zeker op onze rekening wil hebben staan, hij vindt het belachelijk als ik een beetje paniekerig reageer als hij wel héél vlotjes over grote aankopen of dure reizen gaat, en als ik zo voorzichtig vraag of het bedrag dat op onze rekeningen staat wel ‘safe’ genoeg is, dan zucht hij tegenwoordig al eens diep. Ik ben mij er heus wel van bewust dat wij het vandaag de dag goed hebben. Heel goed zelfs. Maar een mens weet toch maar nooit wat er nog allemaal op zijn pad komt? Misschien raakt iemand zijn werk kwijt, wie weet wordt er iemand ziek, er kan vanalles stuk gaan en wie weet wat nog allemaal. Ik wil ook daar op voorbereid zijn. Maar ook hier leer ik al bij. Ik sla niet meer tilt als ik schoenen van honderd euro koop – dat lukt al héél aardig tegenwoordig *kuch* of als ik kleren koop voor grote bedragen. En zelfs me laten gaan op de boekenbeurs of in de Fnac of Boekenvoordeel gaat bij momenten écht vlotjes. We komen er dus wel.

Maar misschien is de allergrootste angst gewoon geliefden te verliezen. In het bijzonder natuurlijk mijn liefste lief. Het zou mijn wereld zodanig op zijn kop zetten, dat ik nu niet zou kunnen zeggen hoe ik ermee om zou gaan en wat het allemaal zou veranderen. Het zou zo allesomvattend zijn, daar wil ik gewoon niet aan denken. Zelfs complicaties, zelfs financiële problemen, zelfs vijftig keer moeten solliciteren of voor mensen spreken, zelfs zware gezondheidsproblemen zullen op de één of andere manier wel te dragen zijn. Zolang hij er maar is en we er samen door kunnen gaan. Ik wil er even ook niet over nadenken hoe moeilijk dat allemaal zou zijn en wat dat allemaal zou betekenen, hoor. Maar zolang het gevoel van ‘samen’ maar blijft, geraken we er wel.

Maar als ik hem kwijt zou raken … wat er dán zou gebeuren, dat is mijn allergrootste angst!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen