Over Upje.

Follow by Email

donderdag 19 januari 2012

In de wachtzaal

’s Ochtends in de wachtzaal van de dokter begonnen, aangevuld na thuiskomst

Acht uur 's ochtends, wachtzaal van de dokter. Hij is pas om kwart voor met zijn afspraken begonnen, hoewel dat om half acht had moeten zijn. Beter nog: er was een dame die beweerde om kwart na zeven al eentje te hebben, maar dat stond niet opgeschreven. Die mocht eerst. Volgende keer ga ik ook gewoon vroeg en zeg dat ik toch echt wel een afspraak had! :p     

Dan komt een arts in opleiding vragen wie de volgende is. Niemand. Klein detail: hij is allochtoon. Mijn schoonmoeder vertelde gisteren dat exact hetzelfde was voorgevallen bij de allochtone vrouwelijke arts in opleiding. Terwijl iedereen zit te zuchten en te klagen dat ze zo lang moeten wachten, grijpen ze deze kans om snel weer buiten te staan niet. Vreemd, toch?    

Maar laten we eerlijk zijn, ik heb het ook niet gedaan. Ik ben al eens bij beide nieuwkomers geweest - meer dan eens zelfs - maar kon niet anders dan constateren dat het niet vlot. Reden: de taal. Hij begrijpt wel wat je zegt, maar krijgt zelf weinig uitgelegd. Daardoor kreeg ik bijvoorbeeld eens telefoon van de secretaresse dat hier wel nog voorschriften op mij lagen te wachten. Hij had niet geweten hoe hij moest uitleggen hoe of wat, dus had hij mij gewoon zonder laten vertrekken en dan maar gehoopt dat de secretaresse actie zou ondernemen als die er na een paar dagen nog lagen. Hallo?! Zij babbelt dan weer vlotter - al is het wel nodig zelf een woordje Latijn of medisch jargon te kennen om het te begrijpen - maar snapt dan weer moeilijker wat je allemaal vertelt. Als je dus gewoon koorts hebt en keelpijn, dan zal het wel lukken. Maar als je een waslijst aan symptomen hebt en eigenlijk zelf niet zo goed weet wat er aan de hand is, dan wordt het erg lastig. Dus ik wilde toch ook liever 'een Vlaamse' dokter.

Negen uur. Ik zit nog steeds in de wachtzaal. Het is hier behoorlijk koud, dus ik zit nog steeds met mijn jas aan en met mijn handen heel sexy in mijn zakken gepropt. Het was wel mijn bedoeling om nog te gaan werken vandaag, dus dit komt écht slecht uit. Gelukkig had ik mijn collega al verwittigd om twintig voor acht dat ik wat later zou zijn. Intussen zal ze zich al beginnen afvragen waar ik blijf, vrees ik.

Twintig na negen. Het is eindelijk aan mij. Ik ben wel blij dat ik inderdaad die ‘Vlaamse’ dokter heb, want als het één van die twee artsen in opleiding was geweest, had ik zeker gedacht dat ze me niet begrepen hadden! Ik kom gewoon vertellen dat ik mij al een week vrij belabberd voel door een stevige verkoudheid. De eerste dag had ik ook keelpijn en koorts, maar daarna was het enkel nog die verkoudheid. Alleen verwacht ik daarvan dat je er steeds minder last van gaat krijgen, maar dat gebeurde dus niet. In tegendeel. Ik ging me elke dag belabberder voelen, kreeg meer kwalen (een hese/slijmerige stem, oorpijn, hoofdpijn, hoestje, … ) en mijn energieniveau werd ook met de dag minder. Voor dat laatste had ik overigens wel een verklaring, want ik had tijdens die hele week eigenlijk nauwelijks geslapen. Een uurtje hier, dan weer een uurtje daar, maar de nachten waren vooral een aaneenschakeling van wakker liggen, even indommelen en wéér wakker liggen. Dat vertelde ik dus allemaal aan de dokter, die me dus wel eens ging onderzoeken.

Na een paar misverstanden (‘Heeft u koorts?’ Euh, nee, ik denk het niet. Twee minuten later. ‘Heeft u koorts?’ Nee, ik denk het niet. Een minuut later, tijdens het onderzoek: ‘Hoeveel koorts heeft u?’ Euh … geen? Twee minuten later weer: ‘Hoeveel koorts heeft u nu?’ Bij mijn weten geen. (Ik krijg al veel zin om te zeggen ‘goh, veertig graden, geloof ik.’ Of anders om zijn thermometer van zijn tafeltje te nemen en te zeggen: ‘Als u mij niet gelooft, zullen we eens zien?!’) kijkt hij toch eerder bezorgd en schrijft me al meteen drie dagen thuis. ‘U kunt Dafalgan nemen tegen de koorts’ (……) ‘en verder gaan we antibiotica opstarten.’ Wat, voor een stomme verkoudheid?! ‘We moeten ten allen tijde voorkomen dat dit een longontsteking wordt. Hopelijk lukt dat met die antibiotica.’ OK, nu heeft hij me toch even stil gekregen. Longontsteking?! Die had ik wel even niet zien aankomen. Maar daar heb ik natuurlijk echt geen zin in. Thuisblijven dus. En antibiotica en nog wat medicatie nemen. I will. Tot slot spreekt hij me nog toe: ‘En als het maandag niet over is, NIET gaan werken’ (hier kijkt hij nogal streng) ‘maar eerst terugkomen.’  

De dag nadien

Hoewel hij me toch wel wat schrik had aangejaagd, voelde ik me een werkontduiker door hier thuis te zitten. Al de vorige dagen was het me toch ook gelukt om te gaan werken, waarom zou het dan nu niet gaan? Echt fris ben je niet, maar ach. Dat zijn we al gewoon.

Maar in de namiddag moest ik hem misschien toch nog gelijk gaan geven dat thuisblijven verstandiger was. De namiddag en avond waren alles behalve ok. Ik was blij dat ik niet weer aan mijn bureau zat te ploeteren en te hopen dat het einde van de dag snel zou gaan komen.

Vannacht heb ik wél heel goed geslapen, en vanochtend voelde ik me al weer wat meer mens. Ik had honger, en dat was ook al dagen geleden. Hoera!

En nu … ga ik toch nog maar wat slapen. ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen