Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 13 maart 2012

#wijvenweek - Guilty pleasures en kleine kantjes

Bon. Ik vrees dat mijn leven zo’n beetje aan elkaar hangt van dit soort dingen, dus smijt ik er hier een aantal totaal ongeorganiseerd en los van elkaar neer. Het is overigens wel grappig te zien hoe veel andere blogsters géén samenhangend tekstje hebben geschreven vandaag, maar ook aan een opsomming doen! ’t Moet toch zijn dat er veel kleine kantjes en toestanden verborgen worden op gewone dagen …

·         Ik lees veel en graag. Helaas gaat het wel voornamelijk over de meest belachelijke rommel. Echte chicklit. De Shopaholic!-reeks van Sofie Kinsella, alle boeken van Kluun, schrijfsels van Chantal Van Gastel. Het erge is dat ik ze zelf vaak ook te idioot voor woorden vind, maar toch kan ik het niet laten. Je wéét eigenlijk al dat het op het einde allemaal wel goed zal komen, en toch wil je altijd maar weten hoe het verhaal verder gaat en kijk je uit naar een paar uurtjes tijd om verder te lezen. Ik toch. Daarnaast kies ik in de bibliotheek ontzettend vaak voor waargebeurde verhalen. Na het zoveelste boek heb je het wel gehad met de verkrachtingsverhalen, vluchtelingenstory’s of ziektetoestanden, hoor. Maar het moest maar eens gebeuren dat je eens iets zou lezen dat je volledig van je sokken blaast.
Soms denk ik wel eens terug aan de tijd dat ik wél intellectuele boeken las. Als kind, en in mijn puberteit. Ik kan lezen sinds ik drie was, dus ik had altijd een schat aan informatie ter beschikking. En omdat ik er zo bedreven in was, had ik altijd wat voorsprong op mijn leeftijdsgenoten. Toen ik tien was, kon ik vlotjes meepraten met de vijftien- en zestienjarigen in mijn muziekschoolklas. Ze hebben altijd gedacht dat ik gewoon lichamelijk wat onderontwikkeld was voor mijn leeftijd, maar verder dachten ze dat ik even oud was als zij. Ik genoot er echt van.
Maar sinds ik een werkende mens ben, primeert maar één ding voor mij: totale ontspanning. Lachen, brullen, gieren, of anders keihard bleiten. En vooral niet moeten nadenken. Voor een intellectueler exemplaar moet je al wel eens moeite doen om het opzet en de achtergronden te begrijpen, dat is bij mijn huidig genre dus niet van doen. Beginnen te lezen en je meteen thuisvoelen in de wereld van het hoofdpersonage. En regelmatig denken: “Maar enfin, wat is me dat hier allemaal. Dat is er nu toch écht wel over.”. Maar vervolgens wel vrolijk verder lezen en achteraf ook gewoon weer een boek kiezen van hetzelfde niveau. Ik schaam mij daar niet meer voor. Op de bus lees ik dus openlijk verder en bij mijn superintelligente vader zit ik ook gewoon met mijn eigen rommel in de zetel.

·         Het kan helaas nog erger. Met periodes lees ik ook heel graag van die onnozele doktersromannetjes. Niets te boek, alleen wat gerecycleerd papier in één of ander prutserig papieren omslagje. Vier verhaaltjes samen geplakt, weet u wel? ‘Dokter Anne Maas’ en ‘Kinderziekenhuis’, dat soort toestanden. Elke keer als ik in een ziekenhuis moet zijn – in mijn geval nogal regelmatig – schaf ik me daar een voorraad aan. En ik moet het toegeven, als ik tussendoor eens in een krantenwinkel moet zijn, laat ik me daar ook volledig gaan. Die verhaaltjes zijn vaak verschrikkelijk, dus ik moet mezelf dwingen na vier zeker te stoppen. Anders treedt er plots een degout op. Eens gelezen, zwier ik die hele handel gewoon bij het oud papier. Zoiets wil je echt nooit meer herlezen, hoor. Niet ecologisch en al, die boekjes, maar bon. Hersendode lectuur, noem ik dat altijd. En deugd dat ge daar kunt van hebben … .

·         De televisieprogramma’s die ik kies, liggen helemaal in dezelfde lijn. De echtgenoot zegt altijd: “Oh nee, ’t is weer iets met zieke kindjes, dat zult ge wel moeten zien, zeker?!”. Uhm, ja, sorry, dat moet gewoon. Dat van die kindjes kan ook vervangen worden door dikke mensen / diertjes / ziekenhuizen / mensen in de schulden, daar doe ik niet moeilijk over. Het resultaat is wel dat ik belachelijk veel ziektebeelden herken en dat je mij zelden kunt verrassen met één of ander medisch verhaal. Meestal heb ik er al wel eens van gehoord, en heb ik gezien wat zo’n ziekte met de patiënt doet. Eigenlijk kunnen we die programma’s dus nog educatief noemen, toch?

·         Ik bleit op tijd en stond ook nog een oog uit met de meest melige films. VijfTV en Vitaya zijn mijn favoriete zenders daarvoor. ’t Mag ook in ’t openbaar te doen zijn, hoor. Ne keer goed snotteren in de cinema, daar draai ik mijn hand niet voor om.

·         Ik ben volledig verslaafd aan kusjes en knuffels. Wel vijftig keer op een dag smeek ik de echtgenoot “een kusje alsjeblieft?” al dan niet met puppyblik erbij. En ik word behoorlijk slechtgehumeurd als ik alleen moet gaan slapen en dus geen knuffel meer krijg voor het slapengaan. Ik kan dan ook heel overdreven reageren als hij daar allemaal even geen zin in heeft, alsof hij me net volledig heeft afgewezen.

·         In de periode vlak nadat ik uit huis was gegaan, heb ik helemaal bewezen dat ik zelfstandig kan wonen. Mijn rekeningen werden tijdig betaald, ik kreeg op de één of andere wijze mijn belastingsbrief wel ingevuld, en als er iets geregeld moest worden, deed ik dat gewoon wel even. Maar in ons tweepersoonshuishouden moet mijn lief dat allemaal doen.

·         Als mijne vent niet thuis is, durf ik spinnen vermoorden. Sorry, laten leven is niet meer aan de orde sinds de gigantische joekel die mijn vriendin voor me had buitengezet diezelfde avond gewoon vrolijk weer op mijn muur zat. Maar dan doe ik gewoon koelbloedig wat gedaan moet worden. Is hij echter wél in de buurt, dan schiet ik weg als een pijl uit een boog en laat hem het werk opknappen.

·         Tot grote wanhoop van de lieve echtgenoot praat ik graag. En veel. Uiteraard voornamelijk over mensen die hij niet kent, over allerlei gevoelens en over softe onderwerpen. Dat spreekt. Op de koop toe is bondigheid niet mijn sterkste kant. Als hij dan al gewillig zit te luisteren, kan er soms wel eens een oogrol passeren omdat hetgeen ik allemaal sta te broebelen in vijf zinnen ook wel gezegd kon zijn. Maar om de achtergrond helemaal te kunnen snappen, is het uiteraard belangrijk dat hij elk detail weet. Hij is het daar vaak niet mee eens. Dus dan probeer ik het kort te houden, maar helaas meestal niet met succes.

·         Nieuwsgierigheid! Op een sollicitatiegesprek is dat zoiets dat je probeert als een kwaliteit te verkopen, maar in het echte leven moeten we toegeven dat het ook een handicap kan zijn. Ik moet altijd en overal het fijne van weten. Vanuit een gigantische interesse in mensen in het algemeen, echt waar. Het gaat er ook niet om dat ik nadien iets zou willen gaan doen met al die informatie. Laat staan iets slechts, godbetert. De pech voor weer diezelfde echtgenoot is natuurlijk dat ik dan ook elke keer als hij thuiskomt allerlei vragen begin te stellen. “Amai, en wat zei dieje dan?” “Maar alé, hoe reageerde die dan? Die kon daar niet mee lachn, zeker?” “En wat gaat er dan nu gebeuren?” Negen van de tien moet hij antwoorden: “Euh, dat weet ik niet?” Of ook, elke keer weer, als één van zijn vrienden een kindje heeft: “En is het vlot verlopen?” of soms zelfs “Hoe heet het kindje?” “Dat heb ik niet gevraagd.” OK, dan …

·         Ik kan altijd prima voor anderen zeggen hoe ze dingen best zouden aanpakken, maar zelf bak ik er dan niets van.

·         De muziek van Kinderen voor Kinderen is zalig! Op tijd en stond ga ik nog eens naar hun website om sommige van die liedjes nog eens opnieuw te kunnen horen. Mijn Boom, De Lek, Kerstezel, Annemiek, Met één been op de stoep, Het afwaslied, De Slappe Lach, Ik krijg tieten, … Eén voor één zijn ze hilarisch en cool. Als ik op de fiets met zo’n liedje in mijn hoofd zit, durf ik dat gewoon luidkeels meezingen, hoor!

·         Elke ochtend sta ik trouwens aan een buskotje ten velde te wachten om over te stappen. Als er niemand anders staat, durf ik regelmatig mijn klep volledig open te zetten. Diepe altpartijen of mijn hoge sopraanstukken passeren dan luidkeels de revue. Het is een beetje gênant als er dan plots een fietser voorbijkomt, maar dan draai ik me altijd subtiel een beetje om met mijn gezicht naar het bushok. Soms ga ik wel eens aan de buitenkant van het kotje loeren of er niet per ongeluk een extra reiziger bij is komen staan. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd, want ik zou wel niet weten hoe ik zou moeten reageren! Maar zingend de dag ingaan, dat moet helemaal kunnen, volgens mij.

·         Soepjes uit de automaat op het werk. Ze smaken zo chemisch als wat, maar op het werk staan ze als bekend als mijn verslaving.

·         Slapen. Slapen. Slapen. Slapen. Een dutje doen. En slapen. Slapen. Slapen.

Over eten schrijf ik bewust niet, omdat ik eigenlijk vind dat ik dat prima onder controle heb. Chocolade eet ik zelden of nooit, frietjes alleen maar als er geen uitweg is of soms op restaurant, snoep al helemaal niet en koeken zijn beperkt tot één mini-Leo’tje elke maandag.

Bovendien zal het zo al wel volstaan, zeker?!   


5 opmerkingen:

  1. En je vergeet er eentje. Schrijven! Want dat doe je geweldig goed :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. *Als je dat puntje van dat liedje in het bushoekje eventjes weglaat, dan heb ik er een dochter bij.
    *En dat zo vroeg lezen, mag er ook uit.


    *Bestaat de Bouquetreeks nog?
    *Stop je gelezen boeken in een doos en zet die op een openbare plek.
    *Vanavond was er geen Grey's Anatomy, jammer.
    *En Addison is niet zwanger.
    *Ken je "het oinkbeest" van Elly en Rikkert ik ben hun familienaam vergeten?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het oinkbeest ken ik niet, maar de kauwgomballenboom is het eerste liedje dat ik ooit helemaal grijs heb gedraaid! :D

    BeantwoordenVerwijderen
  4. dit was een superblog. Moet ik mijn "Anoniem" rommel voor je aan de kant zetten?

    BeantwoordenVerwijderen