Over Upje.

Follow by Email

zaterdag 17 maart 2012

#wijvenweek - Het multitaskende superwijf

Ik ben ik. Is dat speciaal? Maar nee, gij. Is dat een multitaskend superwijf? Verre van. Maar ’t is wat ervan kan maken. Ik doe mijn best om een aangename persoon te zijn, om te doen wat er moet gedaan worden, om een fijne vriendin te zijn, om een ijverige werknemer te zijn, dat soort dingen. En als iemand het niet eens is met wat ik zeg of doe, dan moet die dat maar zeggen. Ik ben namelijk ook bijzonder flexibel. Altijd bereid na te denken over mezelf. En indien nodig ook aanpassingskes door te voeren.

Ben ik trots op die ik? Eigenlijk wel, ja! Het heeft me heel wat uurtjes therapie gekost, heel veel jaren zwaar worstelen met het leven en met mezelf, maar ondertussen doe ik het toch maar. Ik heb mijn demonen achter me gelaten en leid een doodnormaal leven. Eentje met een job, een echtgenoot en een eigen huis. Het is er ook eentje met onzekerheden, angsten en complexen, maar die beheersen mijn leven niet meer. Ik kan zomaar besluiten om me over een angst heen te zetten en iets te doen dat ik verschrikkelijk vind. Telefoneren, bijvoorbeeld. Wel handig bij een klantendienstjob. Maar ook presentaties geven. Een mening uiten op tijd en stond. Eerlijk zeggen wat ik denk, ook als ik vrees dat dat niet echt zal zijn wat de ander wenst te horen. Nieuwe mensen leren kennen. In een groep komen als nieuwke en toch wat durven babbelen. Iets gaan vragen aan een verkoopster in de winkel. Reserveren voor ’t één of ’t ander. Uit mijn eigen comfortzone stappen. Ik kan ook mijn grote vijand weegschaal hoge toppen zien scheren en toch besluiten dat gewoon zo te laten. Als ik heel erg verdrietig ben, keer ik dat niet meer tegen mezelf. Ik slik, slik nog eens, en ga voort.

Ooit was ik eens totaal ontmoedigd toen ik een test terugkreeg. Wéér een buis voor Latijn. De leerkracht zag de impact van dat resultaat op mijn gezicht, en vroeg me bij het verlaten van de klas nog eventjes te blijven. Zij wist niét dat ik daar stond met twee verbonden armen, omdat ik mezelf de nacht voordien weer zwaar had toegetakeld. Of dat ik al vier dagen nauwelijks had gegeten en veel te weinig insuline had gespoten. Dat de wanhoop diep van binnen welig tierde. Maar ze begon tegen me te praten, en ze wist perfect wat ze moest zeggen. Dat die test het einde van de wereld niet was. Dat ik er wel zou komen in het leven. Dat ik veel in mijn mars had. En dat ik minstens even ver zou gaan schoppen als al die bollebozen uit de klas. Dat ik een stuk bijzonderder zou zijn dan al die dames. Het hoeft waarschijnlijk weer geen uitleg dat ik daar stond te snotteren als een klein kind. Ik heb geen woord teruggezegd, maar het kwam wel allemaal binnen.

Het is niet vanzelf gegaan, en ik heb niets wereldschokkend verwezenlijkt. Maar voor mijn vrienden en familie doe ik wel bijzondere dingen. Een woord hier, een opmerkzame vraag daar, een prik door een opgetrokken schild, dat ben ik allemaal. Iemand met een groot hart, dat open staat voor iedereen die het goed meent. Ook de zwakkeren in deze maatschappij. Of voor degenen die niet altijd gemakkelijk ‘te hanteren’ zijn. Ik heb lang en hard aan mezelf moeten werken, ik ben vaak gestruikeld en zal dat ongetwijfeld nog doen.

Maar vandaag kan ik wél zeggen tegen die leerkracht van toen: “Ik geloof u.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen