Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 11 mei 2012

30.

[Ik wilde dit eigenlijk gisteren al bloggen, maar toen was er iets met een noodgeval op het werk, een heerlijke maaltijd met een vriendin en een bus naar huis die plots een andere weg bleek te nemen vanaf halfnegen. U mag eens raden hoe laat ik aan één van de niet-bediende haltes stond, uiteraard. Een tip: ’t is iets met één minuut enzoverder.]

Over exact een maand is het zover ; dan word ik dertig. Je hoort daar vanalles over, natuurlijk. Dames die een hele dag hun bed niet uitkomen en de totale depressie nabij zijn, anderen die een knalparty geven om het positief te houden, en de rest blijft er gewoon onverschillig onder. Wat onderzoek in mijn nabije omgeving leert me dat vooral dames die zwanger zijn of die al een kind hebben voor hun dertigste tot die laatste groep behoren. Zij zullen zich al langer echt “vrouw” voelen, zeker?

En hoe zit dat bij mij? Helaas ben ik nog steeds geen moeder en ook niet zwanger, dus dat maakt die dertigste verjaardag al niet ‘draaglijker’ voor mij. Wilt dat dan zeggen dat ik al met angst en beven naar die dag uitkijk, en al helemaal naar de periode achteraf? Natuurlijk niet. Helemaal onverschillig laat het me echter ook niet.

Dertig ... dat betekent het einde van ‘iemand zijn met potentieel’. Onder de dertig ziet een werkgever je als jong en veelbelovend, erna is het toch de bedoeling dat je je al hebt bewezen. Uiteraard is er nog ruimte om te groeien, maar de fundering moet toch al gelegd zijn. Er wordt een zekere maturiteit verwacht en veel dingen die ze aan een beginneling op de arbeidsmarkt nog uitvoerig uitleggen, worden nu plots als een vanzelfsprekendheid en algemene kennis beschouwd.

Voor je dertigste vinden mensen het ook logisch dat je al eens vragen hebt over huishoudelijke kwesties. Hoe onderhoud je een tuin? Wat vang je aan met delicate was? Waar moet je naartoe als je wc is ontploft of als je wasmachine de geest lijkt te hebben gegeven? Hoe zit dat eigenlijk met containerparken, wat mag daar naartoe en wat niet? En een glasbak, in welke staat moet dat glas daarvoor zijn? Wat moet ik allemaal doen om mijn verzekering in orde te krijgen? En die verdomde belastingsbrief, kan iemand me daarmee helpen, want euh ... ?
Maar dan ben je plots dertig en dan is het vanzelfsprekend dat je dat allemaal weet. Ik verzin dat niet, hé. Ik hoor hoe men praat over ‘onvolwassen’ dertigers, over de moederskindjes die niets alleen gedaan krijgen of de onbenullen die voor alles hulp nodig hebben.

Voor een tiener of een twintiger vindt iedereen het normaal dat je wat fladdert op relatiegebied. “Kijkt maar ne keer goed wat er allemaal op de markt is, menneke. En probeert maar wat uit, dan weet ge zeker dat ge voor het beste gaat.” Na je dertigste word je geacht de ware gevonden te hebben, of er anders toch zeker naarstig naar op zoek te zijn. Als er ooit nog kinderen moeten komen, is ’t ook maar best dat je er wat spoed achter zet, want oeioei, anders zal het niks worden. Vaste relaties en standvastigheid, dat vindt men normaal vanaf je dertigste. (Ik besef dat er na je veertigste dan weer geblaat zal worden dat je in een midlifecrisis zit, als je het liever vrijblijvend houdt of een beetje van de één naar de ander loopt. ;-) )
Maar als je in de dertig bent en je hebt nog geen partner, dan beginnen mensen je plots aan te raden om misschien eens op zoek te gaan op datingsites, om je in te schrijven voor speeddating of je omgeving misschien wat blind dates te laten organiseren. Als je bezwaren hebt tegen de kandidaat, wordt er al snel gezegd: “Ach, je kunt er toch eens iets mee gaan drinken / eten / doen en dan nog zien? Wie weet valt het wel heel goed mee?” Ze zeggen er nog net niet bij “Want zoveel keus heb je niet meer op deze leeftijd, hoor!”, maar je hoort het ze wel denken.

Ikzelf héb gelukkig een vaste partner, ik begin stilletjesaan toch hier en daar wat kennis over huishoudelijke taken te vergaren en kan me ten gepaste tijde wel volwassen gedragen. In dat opzicht komt het wel goed. En toch voel ik mij nog altijd een meisje van 23. Vorige week ging ik naar het ziekenhuis en een verpleger riep mij eerst als ‘mevr X’, maar toen hij me zag, schakelde hij gewoon over op mijn voornaam. Dan voel ik mij jong. Zo lang de mensen het nog durven om mij bij de voornaam aan te spreken als ze mij niet kennen, voel ik me fris en jeugdig. Vermoedelijk zullen ze dat ook wel terug gaan doen als ik 80 ben ofzo: “Seg Marjetje, we gaan u ne keer wassen éé...” . Maar nu ... hoop ik dat ze het toch nog even volhouden.
Aangezien ik me nog 23 voel, ben ik altijd helemaal in shock als zo’n piepjong ding zegt dat ze pakweg 22 of 23 is. Oei, even realitycheck. Zo jong zie ik er heus niet meer uit, en ik bén het dus ook niet meer. Ergens in mijn achterhoofd zit nog steeds het idee van een halve generatiekloof met mensen van achterin de dertig, laat staan begin de veertig, maar in werkelijkheid ben ik gewoon zelf heel hard op weg daarnaartoe. (Even ter verduidelijking: het is niét zo dat ik mensen met die leeftijd als oud beschouw, of dat ik ook écht een generatiekloof voel, hoor! Maar ’t is zo meer een abstracte gedachte ... als u nog kunt volgen.)

Maar goed. Die dertigste verjaardag ... hoe ga ik hem dan doorbrengen? Met een zak over mijn hoofd en vooral hopend dat iedereen vergeet dat ‘het moment’ is aangebroken? Of zet ik een megafeest op? Wrong, and wrong again. Ik vermoed dat het een doodgewone verjaardag zal worden. Ik heb mijn geliefden (vooral mijne vent dus) uitdrukkelijk gezegd dat ik NIET gediend zou zijn van een verrassingsfeest ofzo, en ik ben er honderdduizend procent zeker van dat hij me dat ook niet gaat aandoen. (Iets met zoiets zelf haten en vrezen voor revanche etc.) Ik hoop op de gebruikelijke wensen van mijn vrienden en familie, en stiekem wens ik gewoon dat de echtgenoot mij ergens mee naartoe neemt. Hij weet dat al honderd jaar, dat ik niet persé cadeautjes wil, maar liever quality time met hem. Een uitstapje naar hier of ginder, met een afsluitend etentje. Of gewoon een pick-nick aan de kaaien, dat is misschien nog beter. Zo lang ik het niet moet organiseren of niet moet zeggen waar ik naartoe wil. Dat is het gedeelte dat ik namelijk haat aan uitstapjes. Zal het dit jaar lukken? Ik weet het niet. We zullen het allemaal wel zien. Ik zal in ieder geval niet depressief rondlopen.

Misschien is het ook gepast aan de vooravond van zo’n nieuw decennium even na te denken over hetgeen (bijna) achter je ligt. Ik denk dat ‘the twenties’ voor de meeste mensen de tien jaren zijn waarin hun leven het meest verandert. Je wordt student, of ook niet, je gaat aan het werk, je krijgt een vast vriendje of vriendinnetje in de meeste gevallen, misschien verander je wel nog eens van werk, ga je samenwonen of trek je toch in ieder geval uit het ouderlijke huis, koop je waarschijnlijk je eerste eigen vastgoed en beslis je op zijn minst of je kinderen wilt of niet. Mogelijks krijg je er al een nest, maar dat is sterk persoonsgebonden. Ik generaliseer, I know, maar voor héél veel mensen komt het toch allemaal de buurt. Bij mij was het niet anders. Ik begon al studerend, ik denk ook zonder vriendje, met veel dromen en plannen, en ik woonde bij mijn ouders. Later ging ik op kot, studeerde ik nog wat, ging op eigen benen staan, studeerde nog wat meer en kreeg een vriendje. Daar ging ik vrij snel mee samenwonen, ik studeerde nog altijd wat en kreeg dan toch eindelijk een diploma. Ik vond meteen een baan, besliste na een jaar om mijn geluk elders te zoeken, woonde plots ‘wettelijk samen’, kocht een huis, besliste dat we gingen proberen een kindje te maken (hoewel ik bij onze kennismaking meteen had duidelijk gemaakt dat ik er geen wilde!), trouwde, veranderde nog eens van job en toen waren we zo ongeveer nu.

Klein detail: ergens in de eerste helft van die tien jaar worstelde ik met een aantal fikse problemen, zocht ik voor het eerst hulp, groeide het aantal hulpverleners dat met mij bezig was angstwekkend snel, en doorstond ik uiteindelijk drie (!) psychiatrische opnames. Maar ook ergens in die eerste jaren ging de knop om en besliste ik eindelijk eens voor een toekomst te gaan. Ik smolt alles wat ik van die hulpverleners en in de psychiatrie geleerd had samen, overgoot het met een sausje van eigen inzichten en knokte mij een weg terug. Ik heb schepen achter mij moeten verbranden, beslissingen moeten nemen die ik niet wilde en al helemaal niet durfde, en ik heb eerst nog dieper moeten zakken dan ik ooit mogelijk had geacht. Maar ik deed het, en voorzichtig ging ik zo dan maar verder. Het heeft nog wat jaren geduld gekost, een beetje extra tijd om alles goed te laten garen en inkoken, zoiets. Maar rond mijn vijfentwintigste was ik er wel. De laatste vijf jaar heb ik een doodnormaal leven geleid, met doodnormale wensen en gevoelens. Geen mens hoefde zich zorgen over mij te maken, ikzelf hoefde niet bezig te zijn met vechten, en zelfs het verleden achtervolgde mij niet langer echt. Great job, ik zeg het zelf.  

Wat plan ik voor de volgende tien jaar? Geen idee. Misschien word ik uiteindelijk toch nog mama, misschien ook niet. Het is allebei goed voor mij. Ik hoop nog een ander huis te kopen, in een streek die mij meer ligt. Als we iets betaalbaars vinden naar onze smaak en het kopen, is het wel met de bedoeling nu voor het laatst te verhuizen. Als er geen kinderen komen, bestaat de kans dat ik dan toch eindelijk eens iets anders ga studeren. En dan wil ik ook meer hobby’s uitoefenen: meer zingen, een nieuw zangkoor, iets muzikaals ‘samen doen’ met anderen, wie weet naailes of dansschool, ... . Niet alles tegelijk uiteraard, een mens heeft maar een beperkt aantal uren vrije tijd zo in een doorsnee week. Dan ga ik ook gewoon meer reisjes doen met de echtgenoot. We willen nog zoveel zien! Komen er toch kinderen, dan zal dat allemaal minder evident zijn. Dan is de toekomst minder duidelijk (hoewel ... ), maar daarom niet minder mooi. Het is lastiger je daar een voorstelling van te maken: wat kan een mens nog doen buiten met zijn kind bezig zijn en proberen het op de één of andere manier heel en toch liefst ook wat welopgevoed groot te brengen? Dat er nog tijd zal over zijn, lijkt me vanzelfsprekend. Maar hoeveel, waarmee zal je die dán willen invullen, welke behoeftes zal je hebben nadat je leven toch redelijk drastisch veranderd is (alé ja, zo een kind krijgen .... )? Daar heb ik minder zicht op.

En verder? Verder hoop ik nog meer te genieten. Méér te voelen dat het allemaal goed zit, dat ik stevig op mijn poten sta en dat mijn dromen echt niet altijd zo onbereikbaar zijn. Dat eens goed in het diepe springen misschien wel eng is, maar ook zo bevrijdend. Een soort van rust vinden. Niet de behoefte voelen nog vanalles te veranderen, maar tevreden zijn met wat is of gebeurt. Dat lijkt me wel iets voor een dertiger.

Maar nu ga ik er eerst nog eventjes van genieten dat ik nog negentwintig ben, hoor. ;-)

3 opmerkingen:

  1. Ik mag er niet aan denken dat ik dertig word! Net 26 geworden en dat voelde al eng genoeg aan. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. 39 is de beste leeftijd, ik ben daar gestopt, en ik heb er nog altijd geen spijt van. Dus je hebt nog 9 jaar te gaan.
    Annabelle

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Zelf ben ik vorig jaar 30 geworden en loop ik dus als dertiger rond... Kinderloos... net in een nieuwe relatie... ik had het er idd ook best moeilijk mee... Al jaren spendeer ik mijn verjaardag in het buitenland en dat was vorig jaar dus niet anders. Ik besloot toch feestjes te houden, en een vriendin van me had dan ook nog eens een verrassingsfeestje gepland... (die mijn late beslissing van feestjes te houden een beetje in het niets deed vallen), maar toch... die 30e verjaardag, die lijkt op voorhand zwaar... maar uiteindelijk... eens je 30 bent, is er eigenlijk allemaal niets aan, en is het leven toch weer gewoon 1 jaar verder. Net zoals andere jaren...

    BeantwoordenVerwijderen