Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 18 mei 2012

Organiseert u anders is wat.


Het lijkt of ze als paddestoelen uit de grond geschoten komen tegenwoordig, die mensen die gaan stoppen met shoppen. Typ het maar eens in bij Google, en val omver. De één pakt het al wat rigoureuzer aan dan de andere, maar het doel lijkt me duidelijk: de vrouw (en man) van vandaag beseft dat het kopen om te kopen een beetje de spuigaten uitloopt en dat ge daar dus eigenlijk dringend iets aan moet doen. Want zo’n paar shopbeurten zorgen al meteen voor kasten die nog méér uitpuilen, bergen rommel bovenop eigenlijk gewoon oude bergen ongebruikte rommel, en vooral voor zoveel keuze dat ge van pure armoe ... niet meer weet wat ge moet kiezen. Bon, onder het motto “een opgeruimd bureau / huis / ... zorgt ook voor ruimte in het hoofd” beginnen ze er dus aan. Enkel dingen die nodig zijn, worden nog aangekocht. En wat ‘nodig’ dan inhoudt, hangt zo’n beetje van de persoonlijke situatie van ’t moment te maken, natuurlijk. Nee, “ik voelde me ellendig dus ’t was efkes nodig” telt natuurlijk niet.

Ik zie u al denken: “Alé, gaat ze er ook aan meedoen of wat?” Awel, nee. Ik ben verdekke nog maar pas begonnen met kopen! In mijn jeugd waren excessen echt uit den boze. Twee keer per jaar kreeg ik naar de solden 3000 frank mee, en daar moest ik het mee doen. Voor ondergoed, kledij, schoenen én jassen. Hard rekenen zult ge niet moeten doen om te beseffen dat ik dus niet echt veel kleren in mijn bezit had. Voor andere dingen moest gespaard worden aan het tempo van het zakgeld. Toen ik het huis uitging, bedroeg dat de volle 18,5 euro per maand. Dat was dan elk jaar al opgebouwd, want ieder jaar was er ‘opslag’. En daar moest ik alles mee betalen behalve die kleren natuurlijk en behalve het dagelijkse eten dat er thuis op tafel werd gezwierd. Ge begrijpt dat er nogal lang gespaard moest worden voor eender welke aanschaf mogelijk werd. Overdaad was dus niet aan de orde. (Ge snapt ook dat op café gaan, een cinemake of godbetert smssen ongeveer nooit voorkwamen, maar daarover gaat het hier nu efkes niet.) Gelukkig verjaart ne mens zo soms ook al eens, en kunt ge ook bij de kerstfeestlijkheden meestal wel rekenen op een cadeau. Een boek, of een heel uitzonderlijke keer een fischermanwalkman. Oh, en de Sint passeerde ook wel nog tot mijn achttiende. Met een singlecd’ke ofzo, maar alles was beter dan niets.

Hoewel ik nooit iets te kort ben gekomen, kon ik met al het bovenstaande toch vaak niet lachen. De keuze aan schoenen die ge voor minder dan 1000 frank kon vinden was nu éénmaal niet zo groot, en ruimte voor ‘een folieke’ (als: een topje in een hip kleurtje) was er niet, aangezien dat ene stuk altijd met de rest gecombineerd moest kunnen worden. Ik kreeg wel nog kleren van mijn tante, zo’n dingen zij niet meer moest hebben. Mijn tante van zestig jaar. Ze was wel nog vrij hip, maar dat kent toch ook zo zijn grenzen. Dus ik droomde van de tijd dat ik zélf eens zou gaan bepalen welke kleren ik kocht, en dat ik niét meer naar het budget zou zien. En onnozele prullen, dat zou ik ook ne keer gaan kopen, sé. ’t Zou gedaan gaan zijn met al dat gierig gedoe.

Alleen blijkt zo’n opvoeding toch nogal onder uw huid te kruipen. Ge legt die gewoontes niet zomaar af. Dus in den beginne dwong de echtgenoot mij om nieuwe schoenen te kopen. En op klerenjacht sleepte hij altijd nog tien extra stukken mee het paskot in, en peperde hij mij in dat het te onnozel was om een perfect zittende en mooie broek terug te hangen omdat je er ook al een andere goeie vasthebt. En de eerste keer dat mijn gsm de geest had gegeven, lachte hij mij héél hard uit omdat ik het goedkoopste prul wilde kopen aangezien ik 100 euro toch wel wat veel vond voor de iets toffere met wat meer functies. Maar intussen zijn we zeven jaar samen, en ik denk dat ik het nu wel kan. Ik zal nooit thuiskomen met een rekening van 300 euro na een middagje shoppen, maar ik zit er ook niet meer mee om nog een extra kleedje te kopen gewoon omdat het nu toch zo mooi is en zo leuk zit. Mijn schoenencollectie is ook gestaag uitgebreid, zodat ik nu toch én botten én zomerschoenen én schoenen met hakken én botjes met een hakske en zo nog wel ’t één en ander heb staan. En jaja, zo heel soms loop ik door het Kruidvat en grabbel ik één of ander cremeke mee waarvan ik wel weet dat ik het echt niet trouw elke dag op mijn gezicht ga smeren. Of een haarmaskertje, dat er dan drie maanden later nog altijd ligt. En een tof kettingske dat welgeteld één keer is gedragen.

Maar ik vind dus dat ik niet terug naar af moet. Zo lang ik blijf kopen zoals ik nu doe, zit ik wel goed, geloof ik. Geen stoppen met shoppen dus voor mij, maar gewoon vrolijk doorgaan. Zo af en toe.

Er is echter nog een tweede onderdeel van het hele project: gooit uwe rommel ne keer buiten. Want hoe ge het ook draait of keert, rommel verzamelt ge. Dat begint als een schoon bergske papieren, dat verhuist dan naar een schuif in een bureau, daar worden dan gaandeweg nog wat andere papieren op gekeild. Ge krijgt dan nog ne keer ergens eens iets cadeau dat ge eigenlijk helemaal niet moet hebben, dus dat smijt ge al maar rap mee in die schuif. En het zoveelste aandenken van een trouw wordt na een paar maanden pronken op de kast dan ook maar mee in die ene schuif geduwd. Intussen is die natuurlijk vol, dus dat gaat allemaal niet zo gemakkelijk meer. Maar die schuif uitrommelen? How maar! Doe dit hele proces x10 in zowat elke kamer in uw huis, en ik denk dat ge aan een redelijk realistisch beeld komt.

En dáár wil ik wel iets aan doen. Ik word zot van die bergen papier overal, die twintig pottekes met ‘kleine rommel’, die tien plastieken zakjes met “dingen die naar boven moeten en daar dan wel op hun plaats gelegd gaan worden”, maar in werkelijkheid gewoon in datzelfde plastieken zakske stof blijven vergaren ... Dan heb ik het nog niet over die tonnen kleren die niet meer passen en het ook nooit meer zullen doen. Of de paren schoenen die nu echt wel té versleten zijn om nog mee over straat te lopen. Denk daarbij de apparaten die stuk zijn en intussen al lang vervangen. Dié dingen wil ik ofwel mijn kot uit, of anders netjes op een welgedefinieerde plaats. Niet zomaar los, maar in een doos / potje / rek / kast.

Maar begin er maar aan, hé. Dat gaat meestal met één klein stukje huis tegelijk, en dan weet ge niet meer hoe het verder moet en geeft ge het maar op. Ik weet nog hoe we onze keuken een beetje reorganiseerden, en heel blij waren met het resultaat. Dat resultaat is er nog steeds, maar toch al een pak minder. Een hele tijd geleden ruimde ik ook twee planken van onze livingkast helemaal leeg met het oog daar andere dingen te kunnen opbergen, maar er is nog steeds niets in de plaats gekomen. Ik heb ook al twee grote zakken kleren “voor ’t stort” naar beneden gesleept en ben al door mijn schoenkast gegaan en heb de échte rommel eruitgegooid. In ons washok hebben we trouwens een heel Ikea-rek geïnstalleerd om als soort van berging te laten fungeren. De bakken die we in diezelfde Ikea echter al maanden voordien hadden aangeschaft om eindelijk eens van al onze losse rommel verlost te geraken, staan nog altijd doelloos in onze rommelkamer. Die uiteraard niet als rommelkamer bedoeld is, want ze is de doorgang naar onze tuin. De goeie wil is er duidelijk wel, héél af en toe eens een greintje moed om eraan te beginnen, maar nooit genoeg energie, hoop of plannen om het allemaal af te maken.

Bij onze vrienden in Amerika is het in bepaalde streken blijkbaar veel meer ingeburgerd dat vrouwen thuisblijven bij de kinderen, eventueel van thuis uit werken (en geld verdienen met hun blog bijvoorbeeld) en vaak ook aan ‘homeschooling’ doen. Ze maken heel veel zelf (de DIY topics vliegen moeiteloos uit hun vingers), koken dagelijks de meest formidabele maaltijden (recipes) en beschrijven dat allemaal vrolijk. En blijkbaar proberen ze dat dus op een erg georganiseerde manier te doen. Ik kwam toevallig op een website terecht, klikte door en door en door en zat met een hoofd vol ideeën. Nederlandstalige equivalenten vind je zo goed als niet, dat vind ik wel vreemd. Mme Zsasza komt misschien in de buurt, maar ’t is toch niet hetzelfde.

Zoals die dames zal ik het waarschijnlijk nooit krijgen, voornamelijk omdat ik natuurlijk wél gewoon werk, en daarnaast ook omdat de echtgenoot hier iets minder in dat soort toestanden geïnteresseerd is. En misschien ook omdat ik echt niet handig of creatief ben, en zeker ook omdat ik soms gewoon lui ben. Maar, zo al klikkend tussen al die websites en starend naar al die formidabel uitgedokterde ideeën, dacht ik zo bij mezelve: “weet ge, organiseert u anders is wat”.

Ik heb een hele spreadsheet opgesteld om de huidige situatie weer te geven, want ge moet eerst uw terrein wat verkennen voor ge ten oorlog trekt, hé. Voorzichtig staat er ook al wat bijgeschreven wat er eventueel misschien mogelijkerwijs aan zou kunnen gebeuren. Ik hoop echt voor mezelf een duidelijk beeld te krijgen van wat we allemaal in ons huis hebben, wat daar liefst zo rap mogelijk ook weer uit verdwijnt, en waar en hoe we hetgeen mag blijven gaan stockeren. Ge begrijpt dat het niet volgende week allemaal klaar zal zijn.

To be continued ...

1 opmerking: