Over Upje.

Follow by Email

zondag 15 juli 2012

E.

Zij en ik leerden elkaar kennen in een minder geslaagde situatie. Omstandigheden – geen leuke – hadden ervoor gezorgd dat we beiden getekend hadden voor een verblijf in de psychiatrie. Wij lagen elkaar wel, op de één of de andere manier. Het was geen gemakkelijke periode, maar we wisten allebei dat we ervoor wilden gaan. Hoe, dat was nog zo niet meteen duidelijk, maar we waren de ellende zo stront- en strontzat. In die periode waren er veel conflicten in de groep, omdat wij anderen confronteerden met wat nog niet helemaal goed ging. Daarvoor dient groepstherapie toch, niet? Zij mocht iets vroeger afzwaaien dan ik. Wankel, maar toch met goede hoop. Ze had een lieve echtgenoot, ze droomde van kindjes, ze zou een andere job gaan doen, plannen ten over dus.

Helaas bleek het vechten thuis toch te zwaar, dus niet zo heel erg lang na datum zat ze er terug. In nog slechtere toestand. Nog wanhopiger, met nog wat extra symptomen bij die ze onbewust had opgepikt van anderen. Die kans op die nieuwe toekomst was weer kleiner. We schreven wel nog brieven naar elkaar. Een status van ons leven, maar soms ook met echte diepgang. “Hij heeft gezegd dat hij me gaat verlaten als ik niet beter word, en ik begrijp hem.” “Ik wil zo graag een kind, maar als ik ben zoals nu is dat helemaal geen optie.” “Zal het ooit nog goedkomen? Het duurt nu allemaal al zo lang, ik heb al zo hard gevochten ... “

Na een periode van stilte kwam er dan plots toch een brief; ze had een baantje gevonden bij de Delhaize en daarnaast was ze gaan studeren voor herboriste. Het was superinteressant en gaf haar nieuwe energie. Na weer eens een opname had ze toch weer meer vertrouwen dat ze het ging kunnen. Vanop afstand supporterde ik, en hoopte ik uiteraard dat het nu ook écht zou gaan. Zoals bij mij. Ik had ook verschillende keren echt aan de grond gezeten, ik had er ook verschillende opnames voor nodig gehad, en op het punt dat ik echt álles had verloren en dus eigenlijk echt niéts meer leek te hebben om voor te vechten, ging dan plots die knop om. Ik wenste vurig dat dit bij haar ook het geval zou zijn.

We werden allebei wat moderner en schakelden dus over op e-mail. Plots was er weer die gigantische stilte. Ik vroeg me heel sterk af of het toch niet wéér was foutgegaan – je moet er helaas altijd rekening mee houden -, maar het bleef stil. Misschien wilde ze dat hoofdstuk uit haar leven gewoon afsluiten en liet ze daarom niets meer van zich horen, redeneerde ik. Waarschijnlijk was ze een actief leven gaan leiden en was e-mailtjes sturen of brieven schrijven niet meer aan de orde.

Weer een hele tijd later ontdekte ik facebook. Na wat aanpassingsproblemen ging ik eens op zoek naar mensen van die periode. Je bent toch altijd nieuwsgierig hoe het hen is vergaan, nadat jullie afscheid hebben genomen. En toen zag ik ook haar. Ze accepteerde mijn vriendschapsverzoek meteen, dus ik stuurde een bericht met de vraag hoe het nu ging.

En of het was foutgegaan. Niet eetstoornisgewijs, hoor, dat niet. Haar lichaam bleek het op te geven. Op nauwelijks zes maanden tijd was ze in een rolstoel beland en moest ze aan de zuurstof. Ze leefde in een ziekenhuisbed bij haar in de living. Ze wisten niet zo goed wat er precies misging, maar het verschlechterde alleen maar. Dokters konden weinig doen en ook geen prognoses vooropstellen. Ze hadden net op het punt gestaan om dan toch eens aan die kinderen te beginnen, toen dit gebeurde. Ik was in shock. Hoe oneerlijk kan het leven zijn? Dan ben je eindelijk in staat om alle miserie uit het verleden achter je te laten, en dan krijg je zoiets?! Na een tijdje schreef ze ook haar e-mails niet meer zelf, maar haar echtgenoot moest dat voor haar doen. Te vermoeiend.

Laten we eerlijk zijn, ik wist niet meer hoe te reageren. Een e-mail sturen was misschien geen goed plan, want dan zou ze zich misschien toch verplicht voelen om te gaan reageren en dat was zo’n belasting. Maar niets laten horen, dat is ook niet echt de oplossing natuurlijk. Ik zou een heel verhaal hebben kunnen sturen over hoe mijn leven eruitzag, maar is dat niet tiendubbel pijnlijk? Als jij niets anders kunt dan doodziek in je bed liggen, wil je dan wel horen dat een ander een nieuwe job heeft, een huis heeft gekocht, gaat trouwen, ... ? Ik heb twee keer een kaartje gestuurd om te zeggen dat ik aan haar dacht, en dat ik haar veel moed wenste. Het voelde als een belachelijk falen, maar het was toch iéts. Als ze dan toch eens een status op facebook postte, reageerde ik regelmatig. Ik wist het verder niet. Je zou zoveel willen doen, maar wat?

Eerder deze week lag er plots een e-mail op mij te wachten. Een soort ‘nieuwsbrief’, door haar man geschreven. Nieuwe testen zouden hebben uitgewezen wat nu écht het probleem is. Er is een behandeling tegen, gewoon antibiotica! Uiteraard niet zoals u en ik dat moeten nemen voor een stomme ontsteking ergens. Het zou één à twee jaar duren om de bacterie die ze heeft opgelopen te bestrijden. Hoe ze er erna aan toe zal zijn, is wederom niet geweten. Zal alle schade die al is geleden kunnen verdwijnen? Of zal het alleen niet meer verder verslechteren? Mag ze weer voorzichtig beginnen dromen van een leven zonder zuurstof, mét uitstapjes, mét werken en wie weet ook met die kinderen? Kan er in die één à twee jaar ook nog vanalles foutlopen, of is de rechte lijn naar het licht aan het eind van de tunnel nu eindelijk ingezet?

Binnenkort sta ik in een grote kathedraal in Riga. Wees maar zeker dat ik er een dikke, vette kaars voor haar zal branden. Het geluk mag haar ook wel eens gaan toelachen! Ze heeft het meer dan verdiend ...

1 opmerking:

  1. Wat schrijf jij je gevoelens voor haar hier prachtig neer. Die kaartjes zullen zeker en vast geholpen hebben. Weten dat er iemand aan je denkt doet toch altijd wat met je. Ik hoop mee voor haar dat ze nog een goed leven krijgt.

    BeantwoordenVerwijderen