Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 13 juli 2012

Een oefening in geduld.


In juni 2005 leerde ik de echtgenoot kennen, in juli waren we samen, in september woonde ik de helft van de tijd bij hem en in november woonden we echt samen. Het voelde allemaal formidabel en al heel vlug groeide de hoop dat dit wel eens ‘voor altijd’ zou kunnen zijn. Ook vrij vlug werd er voorzichtig gepolst of trouwen eventueel ooit een optie zou zijn. Uiteindelijk moest ik daar nog vele jaren op wachten, maar het antwoord toen helemaal in den beginne was al wel positief. Over kinderen werd dan weer niét gedroomd, want dat hadden we allebei al vanaf onze eerste e-mails duidelijk gemaakt: dat hoefde allemaal zo niet. Ze zijn schattig en lief, maar daarom hoef je er zelf toch niet meteen te hebben, hé. We waren allebei blij dat we dat zo vroeg – zelfs nog voor onze relatie – al hadden besproken en het er ook nog eens over eens waren. Voor ons geen pijnlijke situaties waar je pas na jaren samen ontdekt dat de wensen op dat vlak toch erg ver uit elkaar lopen.

Laten we zeggen dat het 2008 was, maar het kan ook vroeger of later zijn geweest, toen we eens voor de onnozeliteit namen voor onze nooit-komende-maar-toch-toekomstige-kinderen zochten. Vijf of zes uiteraard. De kinderen zouden zeker heel blij zijn met hun namen, want ze zouden naar snoep en chocola genoemd worden. Steeds vaker vlogen de grappen over idioot ouderschap over en weer. Tot op een nacht in het donker toch voorzichtig de vraag werd gesteld: “Wil jij kinderen?” Het bleek dat er een verschuiving had plaatsgevonden, van “neenee, echt niet”, naar “goh, het mag wel, maar het moet niet”. We zagen wel nog allerlei problemen en obstakels, dus we behoedden onszelf voor al te veel teleurstelling en hielden het dus nog vaag. We beslisten wel om die moeilijkheden eerst eens te proberen aan te pakken. Als dat onmogelijk bleek, zou het kinderverhaal gewoon weer in de kast gestopt worden. En anders ... dan zouden we wel zien.

Omdat zelfs ‘oefenen’ nog een groot probleem vormde, werd er een seksuoloog bezocht. Een bekkenbodemtherapeute ook. De klus werd geklaard en de actie op zich kon uitgevoerd worden. In theorie kon er dus een kind verwekt worden, al hoopten we wel dat het allemaal nog wat vlotter zou gaan en dat er wat meer plezier bij zou komen kijken. Tenslotte leven we niet meer in de tijd dat seks enkel voor de voortplanting hoeft te dienen, toch?

Er was ook nog de kwestie van mijn diabetes. Die hoeft geen belemmering te zijn voor een zwangerschap, maar het is wel erg belangrijk dat ge bijzonder goed geregeld zijt. Op dat moment was dat alles behalve het geval, dus ik probeerde nieuwe dingen. Gewoon mijn best doen bleek niet te volstaan, dus begon ik zelf met mijn behandeling te experimenteren. De mensen van het diabetesforum hielpen me daar bij, zij schenen allemaal veel beter op de hoogte dan ikzelf. Ik stelde mijn arts voor om koolhydraten te tellen en daar mijn insuline op aan te passen. Ik mocht eraan beginnen, maar ik zou wel alles zelf moeten uitzoeken. OK, dat deden we dan. Er was duidelijk een verbetering, maar toch was het resultaat nog lang niet goed genoeg. Langzaam rijpte het idee om een insulinepomp te nemen, omdat anderen daar blijkbaar toch positieve ervaringen mee hadden. Mijn ziekenhuis liet me een jaar lang geloven dat een pomp bij hen mogelijk zou zijn, maar toen bleek het RIZIV plots geen geld te hebben om daar een pompconventie op te starten. Ik nam de belissing om dan elders te gaan aankloppen, kreeg een pomp en zag mijn HbA1C (gemiddelde waarde van de laatste 6 à 8 weken) drastisch dalen.

In februari 2011 besloot ik met de pil te stoppen, omdat ik die graag helemaal uit mijn lijf wilde voor we ‘ervoor gingen’. Mijn HbA1C was goed genoeg om te mogen zwanger worden, maar ik wilde zelf de bevestiging dat dit geen toevalstreffer was en wachtte dus tot het ook drie maanden later nog steeds volstond, voor ik ervoor ging. In juni werd dus het startschot gegeven.

Intussen zijn we ruim een jaar verder, en zoals jullie al lang weten, is er nog steeds geen kind. Omdat het toch wel begint te wegen soms, en ook omdat ge graag ne keer wilt weten of het eigenlijk allemaal wel zin heeft om elke maand op de ‘geschikte’ dagen uw nummerke op te voeren, teent ge ne keer naar de gynaecoloog om te vragen of alles wel in orde is. Ge ondergaat dus een kijkoperatie om uw vruchtbaarheid te bepalen, de echtgenoot brengt een staal binnen in het labo en het wachten begint. In uw hoofd houdt ge al rekening met doemscenario’s, en ge kunt u daar precies wel bij neerleggen. Maar dan zit ge daar voor die mens zijn bureau en die zegt dat eigenlijk alles eruit ziet zoals het zou moeten. Gij zijt volledig in orde, ge hébt eisprongen, doorgankelijke eileiders, geen endometriose, ontstekingen of cystes, dus da’s allemaal goed. En die echtgenoot heeft geen topzaad, maar het is zeker wél goed genoeg om zomaar spontaan zwanger mee te worden.

En dus proberen we nog maar wat voort. We oefenen ons geduld nog wat verder en hopen vlugger dan de afgesproken termijn terug daar te kunnen staan. In dat geval is het immers eindelijk eens prijs. Al bij al is dit natuurlijk goed nieuws, het had er momenteel veel slechter kunnen uitzien.   

Ik hoop alleen dat die toekomstige kleine beseft dat ik geen geduld meer zal over hebben tegen den tijd dat hij of zij hier eindelijk is!

3 opmerkingen:

  1. Ja, eens die kinderwens er is, is dat intens hé. Geduld hebben is ook niet mijn sterkste kant. In ieder geval goed nieuws dat alles bij jullie werkt zoals het moet. ;-) Veel succes!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Keigoed nieuws, al snap ik de dubbelheid wel. Ik heb ook geen geduld ;) Het klinkt zo wat raar in de context, maar veel succes!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Good luck samen. Jullie komen er wel.

    BeantwoordenVerwijderen