Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 19 oktober 2012

Ziek.


Als ge op uw werk zit kou te lijden en de hele dag met uw jas aan blijft rondlopen, dan weet ge dat dat niet echt normaal is. Als ge ondertussen ook zit te niezen en iedere dertig seconden ongeveer uw zakdoek moet bovenhalen, bevestigt dat bovenstaande stelling. Als ge dan in een meeting zit en iedereen staart u aan en vraagt of alles in orde is, valt er ook al een kleine frank – aan centjes doe ik nog altijd niet. Ge zegt wel dat ge u niet zo goed voelt, en ge denkt de hele tijd door: “Ik wil naar huis, ik wil naar huis, ik wil naar huis.” Dan zou het natuurlijk zomaar kunnen dat naar huis gaan zou inhouden: twintig minuten stappen naar de bus, daar staan wachten tot er hopelijk een bus komt, dan overstappen op een andere – die hopelijk ook niet te lang wegblijft – en dat ge dus een kleine twee uur later in uw living staat. Het is ook best mogelijk dat ge beseft dat op uw stoel blijven zitten en wachten tot uw allerliefste u gewoon komt ophalen zoals iedere dag twee uur en een hálf nog gaat duren, en dat ge een kwartierke later ook thuis gaat staan. En dat ge dus besluit uw lijf – intussen een gloeiende, bibberige vod – die hele wereldreis niet aan te doen en gewoon op uw stoel te blijven hangen. Het is best mogelijk dat ge dan rillend thuiskomt, toch eens naar een thermometer grijpt, ne keer stevig fronst en besluit om een dutje te doen. Eerst steekt ge nog iets van eten binnen, omdat het moet, want ge voelt u eigenlijk niet alsof ge ooit nog honger zoudt gaan krijgen. Ge ligt dus om kwart na vijf in uw bed en slaapt, slaapt, slaapt. Tussendoor trekt ge wel eens een oog open, verbindt ge uzelve ne keer met het wereldwijde web en slaapt ge daarna verder. Ergens halverwege de nacht voelt ge dat alle ellende – een bonkend hoofd, rauwe keel, oor dat zeer doet, een bijzonder pijnlijke linkerkant van uw gezicht (?!), een ambetant doende neus, … - er nog is, maar dat het koortsige gedeelte precies toch verdwijnt. Ge wordt elk uur wakker, ligt dan efkes naar ’t plafond te staren of de verveling te verdrijven met uw smartphone, maar in totaal hebt ge een nacht van dertien uren slaap. En aan ’t begin van de nieuwe dag voelt ge al dat de koorts is verdwenen, maar ge pakt toch efkes den thermometer om zeker te zijn dat ge uzelve niet bedriegt. Ge had gelijk, dus ge beslist dat ge toch maar gaat gaan werken. Ellendig en wel, maar van een valling zijt ge toch nog nooit doodgegaan.

Uw ochtendritueel verloopt vlot, dus ge ziet het helemaal zitten. Maar na een half uur op de bus begint ge u al wat minder geweldig te voelen, eens aan uw bureauke wilt ge precies toch liever terug naar huis, op een teamonbijt draait uw maag zijn eigen een paar keer om bij de gedachte aan eten en voelt ge hoe gesprekken volgen een bijna onmenselijke inspanning van u vraagt. Ge hebt al lang spijt dat ge uwe jas hebt uitgedaan, want ge lijdt kou.  Iedereen lacht met u en met uw snotterig stemmeke, en ge hoort uzelf precies ne keer of tien zeggen dat ge u niet zo goed voelt. Ge wurmt het kleinste boke van een rond brood naar binnen, om de schijn op te houden en de organisator van het heerlijke ontbijt niet voor het hoofd te stoten, ge forceert uzelve om een babbelke te doen tegen de mensen rond u en ge sleept uw lijf daarna maar terug naar uwen bureau. Dan weet ge het eigenlijk al: ik ga hier niet blijven. Ge werkt nog de dringendste dingen weg, ge informeert al ne keer wat er moet gebeuren als ge ‘ziek’ naar huis teent (is er een doktersbriefke nodig?) en ge meldt dat ge dat gaat doen. Iedereen loopt in zijn t-shirt rond, want het is die dag toevallig die ene dag in de maand oktober dat het boven de twintig graden is, maar gij staat daar met een dikke trui, een sjaal en uwe jas aan te melden dat het precies toch niet zo goed gaat en dat ge naar huis gaat. “Ah, is ’t echt?” vragen ze dan, en ge denkt: “Gij zijt blind ofwat?!” Ge typt nog een mailke voor uw collega’s met de ieniemienie kleine dingskes die ze nog zouden moeten opvolgen en ge zet er nog efkes bij dat ge het jammer vindt, maar dat ge vreest dat ge ’s morgens wat te enthousiast zijt geweest van te denken dat de koorts verdwenen zou zijn. Dat ge dus naar huis gaat en in uw bed kruipt. En dan krijgt ge de reactie: “Oe, denkt ge dat ge koorts hebt ofwat?” Nee, ge zegt dat zomaar. Nee, ge loopt hier voor de lol aangekleed alsof ge naar de Noordpool gaat, terwijl het buiten stralend weer is.

Uiteindelijk komt ge thuis en blijkt de koorts nog wat hoger dan de dag voordien. Ge hebt ook het gevoel dat ge maar één ding kunt doen: in uw bed kruipen. Dat doet ge dan ook meteen, ge wordt wakker omdat uw telefoon gaat, bijvoorbeeld om te zeggen dat uw nieuwe fiets binnen is, ge gaat efkes wat drinken pakken en doet een verse outfit aan – de andere hebt ge kletsnat gezweet – en ge plant om efkes op uwe computer te gaan en een poging te doen van een blog te schrijven. Maar ge passeert op de weg daarnaartoe eigenlijk langs uw bed en het roept zo hard, dat ge er maar terug inkruipt. In een mum van tijd zijt ge weer vertrokken tot een uur of halfzes. Intussen is uwen echtgenoot al gearriveerd, maar ge hebt niks gemerkt. Ge gaat naar beneden en valt prompt in de zetel in slaap. Als ge na een uur weer wakker wordt, voelt ge u nog altijd een vod, maar ge merkt op dat er toch iets veranderd is. Het voelt meer als een normále verkoudheid.

Ge zijt er nog niet, maar het gaat misschien wel de goeie kant op. Veel minder koorts, de meeste pijnlijke onderdelen zijn terug tot hun normale staat verworden (onopvallend aanwezig, weet ge wel). Ontbrekend hongergevoel, een overproductie aan snot en een vodgevoel blijven. Maar ge krijgt hoop dat ge tegen morgen toch genoeg hersteld gaat zijn om naar de cinema te gaan. Tot veel actie moet ge daarvoor toch niet in staat zijn, denkt ge. Ge gaat niet dezelfde fout maken als de dag voordien, dus ge zult de definitieve beslissing pas nemen als ge een uurtje ‘up en running’ zijt om zeker te zijn dat symptomen niet gewoon een beetje minder zijn omdat ge maar net wakker zijt. Maar ge hoopt héél hard dat het kan doorgaan. Ge wilt immers naar ‘The Broken Circle Breakdown’, waar hier al zo mooi over werd geschreven, en hier en hier en waar half facebook duidelijk ook zo van onder de indruk is. Tussen al dat gesnotter zal het toch niet opvallen dat ge uwe neus ne keer moet snuiten, denkt ge niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen