Over Upje.

Follow by Email

vrijdag 30 november 2012

Even overschat.


Het ene moment schrijft ge nog over een gebeurtenis met impact, maar dat alles intussen weer onder controle is. Twee weken later schrijft ge nog een heerlijkheid neer. En dan komt de grote boze stilte. Een maand lang. Dat soort pauzes zijn er meestal niet omdat alles loopt zoals ge het wilt. Ge waart misschien iets te optimistisch toen ge dacht dat ge na een paar dagen wel weer bekomen waart van dat nieuwtje. Het feit zelf deed u niets meer, maar er waren wel oude wonden opengereten en oude gevoelens en verlangens doken weer op. En – for old time’s sake – hield ge het allemaal maar wat voor uzelf en zoudt ge dat wel zelf oplossen. Of heel hard hopen dat het vanzelf terug ging verdwijnen, dat was ook wel een goeie anders.

Na bijna een maand veel verdriet, nul concentratievermogen, heel wat moeilijke momenten en veel wanhoop, besloot ge dat het zo niet meer verder kon. Ge had al nagedacht wat ge nodig had. Moest ge terug professionele hulp gaan zoeken? Zou het helpen om niet meer alleen halfslachtige pogingen te doen om iets te vertellen aan uw omgeving, maar zoudt ge ook eens op uw strepen staan en gewoon zórgen dat ze luisterden en begrepen? Maar ge voelde dat ge ruimte nodig had. Ge voelde u wel alleen, maar ge wilde eigenlijk niet te veel gedoe rondom u. Rust, de mogelijkheid om u rot te voelen zonder na vijf minuten uzelf weer onder controle te hebben, desnoods tijd en kans om een oog uit te bleiten.

Ge toog dan maar naar een knappe, jonge huisarts in opleiding met bijzonder sexy stem, alwaar ge ging proberen uit te leggen wat er speelde. De tranen die al een maand voelbaar waren, maar niet wilden komen, zaten plots helemaal klaar. De halve speech die ge in uw hoofd al duizend keer had geoefend, kwam er helemaal anders uit. Veel korter, veel minder duidelijk ook. Toch begreep de beste man wat ge wilde zeggen en schreef u een week thuis. Mét de afspraak dat ge hulp ging zoeken als het daarna niet beter was.

Ge stond nog maar buiten bij die dokter en ge voelde al dat ge het juist had ingeschat. Er viel een gigantische last van uw schouders: voor even hoefde het allemaal niet. Het verdriet en de verwarring mocht er zijn. De eerste anderhalve dag had ge nog veel te vol gestoken, maar daarna was rusten ook het enige dat ge nog deed. Slapen (plots ging dat weer wél), boeken lezen, wat tv kijken, een beetje op de pc zitten, nadenken. En voelen dat het u verdomme deugd deed.

Intussen zijt ge natuurlijk al volledig terug aan het werk. Het was de juiste beslissing. Die extra hulp is voorlopig zeker niet nodig. Ge voelt u weer zoals daarvoor. Gelukkig maar. Ge waart efkes nog slechtgezind: wel nonde, waarom komt dit nu allemaal terug, zoveel jaar nadat ge dacht dat ge ervanaf waart? Ge kunt het nu al relativeren: als ge eens om de pakweg acht jaar eens zo’n korte periode moet doormaken, dan zij het ook maar zo. Ge beseft achteraf eens te meer hoe groot het verschil is met de normale dagen. Die waarop ge dolverliefd zijt op de echtgenoot, met volle goesting in uw werk vliegt en plannen maakt voor honderd en een dingen.

Ik ga niet meer te hard roepen dat ik er weer ben, want de vorige keer was dat te overmoedig. Maar dan zal ik het heel stilletjes zeggen, hé mannen. Ik ben er weer.

1 opmerking: