Over Upje.

Follow by Email

maandag 28 juli 2014

Zes maanden.

Lief, klein scharminkel,

Kuch. Zes maanden zijn er voorbij. Zés?! Jep. Mijn hoofd is nog steeds helemaal in de war als het opmerkt dat het al juli is, want voor mijn gevoel zijn we nu ergens maart ofzo. Mijn lichaam daarentegen zegt dan weer dat het misschien al terug januari is ... , wat een half jaar niet meteen geweldige nachten al niet met u doet, hé.

Maar goed. Vorige maand beschreef ik nog hoe het allemaal toch niet meteen rozengeur en maneschijn was. Mama en papa waren eigenlijk een beetje de wanhoop nabij en dat werd er zeker niet beter op bij de gedachte dat mama ook nog eens opnieuw aan het werk zou moeten en de dosis energie dus nog meer verdeeld zou moeten worden tussen honderdeneen dingen. Ik had het toen nog over een BBQ waar we naartoe zouden gaan en waarvan ik hoopte dat ge het er goed zoudt doen. Niets was dus minder waar, makker. Uw ouders deelden welgeteld één worstje, kwakten nog een schepke groenten op hun bord en vraten dat aan een sneltempo leeg, om dan met u huiswaarts te keren. Drie uur en een half hebben we het volgehouden, waarvan uw vader er één met u (wenend) is gaan wandelen en ge al de rest van de tijd het gezelschap hebt verblijdt met brulsessies.

Gelukkig sprak ik er met een vriendin over onze probleempjes met u en zij vertelde meteen dat ze dat met hun eerste zoon ook hadden voorgehad. Niet willen slapen, grote schreeuwsessies, door het niet slapen altijd moe zijn en dus altijd heel veeleisend en niet meteen vrolijk ... . Zij hadden toen de hulp ingeroepen van hun vroedvrouw. Laat dat nu net dezelfde zijn als die van ons ... . De avond van de BBQ besloten uw vader en ik dus dat ik haar zou opbellen en om hulp zou vragen. Ook al waart gij al vijf maanden en ook al zou zij waarschijnlijk niet veel meer kunnen zeggen dan wat ge op honderdduizend internetsites ook al kondt vinden. Maar, zo redeneerden we, op dat internet zeggen ze ook zoveel uiteenlopende dingen en bovendien probeert ge dan weer eens dit en dan werkt dat voor vier dagen en dan probeert ge eens dat en dan is dat weer ok voor een dag of drie en wéér doet ge iets nieuws en ... . Als die vroedvrouw nu met tips zou komen, dan zouden we ervoor gaan. Simpel. Op mijn eerste werkdag belde ik haar dus op en ik vermoed dat ze ergens wel hoorde dat er een lichte mate van wanhoop in het spel was, want meteen de volgende avond verscheen ze al op het appèl.

Wat ze te vertellen had, was inderdaad niets wereldschokkends. Het klonk wijs, maar wat nog het meest deugd deed, was dat ze ons ook wel begreep. “De vraag is niet hoe lang hij het volhoudt”, zei ze, “maar hoe lang jullie het nog volhouden.” De bedoeling was dat we een ritueeltje zouden inbouwen en u dan wakker in uw bedje zouden leggen. Uiteraard zoudt ge wenen. We mochten om de twee minuten terug uw kamer binnenstappen en proberen u te troosten, maar onder geen beding mochten we u terug uit uw bed pakken. Ze zei dat ze het zou begrijpen als we het na heel lang brullen niet meer zouden volhouden. Toch moesten we het proberen. Ze zei ook dat ik er afgepeigerd uitzag. Vreemd genoeg deed me dat even deugd; bevestiging dat ik niet enkel in mijn hoofd zo dood- en doodmoe ben. En ze vertelde hoe ze zelf een dochter had gehad die ook weigerde te slapen, hoe ontzettend moe ze ervan was geweest en hoe moeilijk dat alles maakte. Uw huishouden doen, zorgen dat ge niet boos wordt op elkaar zomaar om niets, een beetje lief blijven voor het kleintje ... . Ze begreep ons.

Maar goed, we gingen er dus voor. Aangezien mama iets beter omkan met uw doordringende gehuil, zou zij zeker de eerste dag voor haar rekening nemen. Ik nam een boek mee naar boven (the fault in our stars, trouwens, schitterend boek!) en daar gingen we dan. Propere pamper, slaapzak aan, verhaaltje voorlezen, dikke zoen en ge kreegt ook nog een nieuw knuffeldoekje mee in uw bed. Ge huilde. Uiteraard. Mama stapte buiten en begon aan haar boek. “Na vijf bladzijden ga ik weer naar binnen”, nam ze zich voor. En zo geschiedde. Ge weende veel. En hard. Maar om de vijf bladzijden kwam mama terug en begon ze als een gek te knisperen met uw favoriete speelgoedje, volhardde ze tot ge toch weer wat rustiger waart en ging terug buiten. Om dan vijf bladzijden later wéér terug te komen en vijf bladzijden verder nog eens en ... . Na ruim een half uur was het plots stil. Mama staarde verbaasd naar papa, die even was komen kijken. “Als het dit maar is ... dan vind ik het nog wel goed te doen!” Echt gebrul was er niet aan te pas gekomen. We zaten onwennig in de zetel een beetje naar de babyfoon te staren, klaar om bij de eerste kik naar boven te vliegen om uw tut terug te geven. Alles om te voorkomen dat ge écht wakker zoudt worden. Dat was dus de eerste nacht. De tweede sliept ge na anderhalve minuut, schat ik. En in het weekend dat daarop volgde, legden we u overdag zelfs in uw groot bed op uw eigen kamer en ge deed daar gewoon uw ogen dicht en gingt maffen?!

Ge zoudt denken dat we kiekens waren dat we dit nooit hadden geprobeerd, maar ik zwéér u dat we dat misschien twee weken voordien nog hadden gedaan. Het was weer zo’n situatie geweest waarin uiteindelijk uw beide ouders samen knock-out op bed lagen, maar gij waart nog altijd aan het tamboeren, hoor. En nu plots ... deedt ge het dus wel. Was het de strenge uitleg van de vroedvrouw die ge hadt gekregen? Vondt ge plots dat ge er toch klaar voor waart? Hebt ge toch gevoeld dat uw moeder vastbesloten was om dit keer door te zetten tot zij zou winnen en niet gij? Geen idee. Het belangrijkste is dat het leek te lukken.

En plots gingen de dingen zoveel makkelijker. Bij moeke sliept ge gewoon in het grote bed dat ze voor u had klaarstaan, bij opa juist van hetzelfde, in de crèche begonnen ze u een geweldig vrolijke kerel te vinden en wij voelden plotseling weer de ruimte om af en toe eens een kléin beetje op adem te komen. We durfden het bijna niet te geloven; zou er nu echt een kentering zijn?

Intussen waart ge ook druk bezig met nieuwe dingen leren. Ge rolt nu vlotjes in alle richtingen, ge beweegt u op die manier echt voort – uw box is gewoon te klein – en grijpt zo naar speelgoed en verplaatst het daarna allemaal naar dezelfde kant. Ge rolt ergens naartoe, maar weet dan niet hoe ge terug moet geraken. Ge rolt de ene kant op en ligt dan tegen de rand van uw park en vraagt u dan toch plots af hoe ge daar nu weg kunt geraken. Ge maakt een hoop geluiden; pfffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffffff is een favoriet, lachen ook, helaas ook iets dat klinkt als een stikkende baby, maar gij vindt dat blijkbaar tof om te doen, ... . Uw groentepap smikkelt ge ook meestal braafjes op en volgens de crèche hebt ge het concept verbazend goed door voor zo’n kleintje. Niks geen gevecht of geklungel, gewoon mondje open en hap. Goed zo!

Deze maand was duizend keer beter dan de vorige, lieve schat. We durven het nog steeds niet te geloven, maar negen van de tien keer lukt het dus om u wakker weg te leggen als ge moe zijt. Doordat ge dan slaapt, hebben één wij hier en daar eens wat tijd en zijt gij twee ook gewoon veel beter gezind. Uitgeslapen is vrolijk, eigenlijk. De max!

Alleen op verplaatsing blijft het lastig, wat ons een beetje aan ons huis kluistert momenteel. We zijn niet van plan om de rest van onze dagen ons kot niet meer uit te komen, maar we denken wel eerst eens vijf minuten na voor we ergens “ja” op zeggen. Maar we genieten iedere dag meer van u, venteke. En als ge flink gaat slapen als ge moe zijt, hé makker, dan krijgt ge van mij nog een nachtvoeding zo lang ge dat zelf nodig vindt. Echt. Want zo’n vrolijk manneke, daar doen wij gewoon alles voor!

Blijft dus volgende maand maar gewoon voortdoen zoals nu. Ge doet dat goed. Leert nog maar heel veel bij en voor de rest zijn we fan van u. Houdt dit alstublieft vol, zodat mama en papa helemaal op hun positieven kunnen komen voor er weer een of andere groeispurt opduikt of voor tanden u wat komen teisteren.

Dankuwel, Kasperlief, dankuwel. We zijn trots op u!

Dikke zoen,
mama

1 opmerking:

  1. Ik voel mij soms een beetje schuldig met mijn gemakkelijk kereltje. Maar Kasper gaat waarschijnlijk een schatje zijn tijdens zijn pubertijd en dan gaat de mijne lastig zijn! Kan niet anders!

    BeantwoordenVerwijderen