Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 7 oktober 2014

Herkenning.

“Ik durf het bijna niet te zeggen,” fluisterde ze, “maar ik houd het echt niet meer vol. Ik zou kunnen huilen of roepen of gewoon mijn computer door de lucht gooien. Het gaat niet meer.” Ik keek toch ietwat bezorgd en vroeg wat er dan precies scheelde. “Ik ben het probleem”, was haar conclusie, “maar anderen maken daar te makkelijk gebruik van.” Ik hoefde niet eens te vragen wat ze exact bedoelde, want ze vertelde vanzelf verder. Hoe er een meeting werd belegd om een probleem op te lossen. Hoe iedereen opgelucht was met de gevonden werkwijze, maar hoe enkel zij van de situatie de dupe was. Hoe ze echt niet wist hoe ze de vreugde van de anderen moest verknallen en dus maar zweeg. Op het moment zelf had ze gedacht: Het is maar voor eventjes, het zal me lukken., maar achteraf had ze zoveel spijt dat ze niet meer van zich had laten horen. “Ik ga weer weken met een verschrikkelijk ei in mijn broek komen werken,” zuchtte ze, “ik ga mij uit mijn bed moeten slepen en bang zijn om naar hier te komen. ’s Nachts ga ik wakker liggen, omdat ik gewoon niet weet waar eerst te beginnen en omdat ik wanhopig wil proberen toch het overzicht te bewaren. Ik zal mijn laptop mee naar huis nemen en wat werken als de kinderen slapen. Het zal niets uithalen. Maar de volgende dag zal ik doodmoe zijn en gestresseerd en nog angstiger, want ik zal de grip op die massa e-mails verliezen. Ik kan dit niet meer, meid.”

Ik moest slikken, want ik herkende zo hard mijzelf. Ik had vanmiddag ook een meeting en ik kwam met exact hetzelfde gevoel buiten. Dat iedereen beter werd van deze oplossing, behalve ik. Dat ik de enige zou zijn die écht iets van de wijzigingen zou merken. Dat ik na drie weken mijn eigen klantenportefeuille éindelijk weer een beetje onder controle had, maar dat ik hem nu alweer gehakt en geknipt aan anderen zou moeten overlaten om daarna waarschijnlijk weer weken zoet te zijn om de boel weer te krijgen zoals ik hem wil. Ik had ook niet durven zeggen dat ik dit eigenlijk geen fijn idee vond. Mijn tegenargumenten werden zo zwak gebracht, dat het niet te verwonderen was dat reactie uitbleef. Het verschil tussen haar en mij was gelukkig dat ik wél kon denken: “Ik overleef het wel, we worstelen ons erdoor.” Ik heb mezelf al maanden geleden beloofd dat ik mijn laptop niet meer meeneem om ’s avonds te werken, omdat ik gemerkt heb hoe slecht dat voor me is. Ik sluit de handel op het moment dat ik het kantoor verlaat en dat lukt me. De werkuren zullen eventjes hels zijn, maar mijn eigen tijd, daar komen ze niet aan.

“Denk je dat je achteraf durft naar je baas te stappen en het toch nog eens op te nemen?”, vroeg ik. Ik zag aan alles dat dat geen optie was. “En een mail sturen? Je hebt mij nu toch heel duidelijk verteld hoe de zaken ervoor staan, hé. Probeer bij jezelf te blijven en de schuld niet bij anderen te leggen, laat een overload aan emoties weg, maar zeg wel duidelijk waarop het staat.” “Waarop staat het dan?”, hing ze aan mijn lippen. Ik was verbaasd dat ze die vraag stelde. “Euh, dat je het absoluut niet zitten om het zo te doen en dat er dus gekeken zal moeten worden of er niet hier en daar iets anders kan? Zodat het voor jou draaglijker wordt?” Ze keek alsof ze het in Keulen hoorde donderen, maar ze beloofde erover na te denken.

Daarnet kreeg ik telefoon. Ze had mijn raad opgevolgd en een mail geschreven. Ze had hem meteen opgestuurd, zodat het van haar ‘to do’-lijstje verdwenen was. Angstig had ze om de paar minuten ‘refreshed’ om te kijken of er reactie kwam. Daarnet had ze telefoon gekregen van haar bazin. Een geschrokken bazin. Dat het niet de bedoeling was dat ze eronderdoor zou gaan, had ze gezegd. Waarom ze niet had gesproken tijdens de meeting, want er zou zeker een andere oplossing gevonden worden. Of zij misschien zelf een ideetje had? En ze had haar laten praten en zeggen hoe zij het logisch vond. “Het is goed”, had de bazin gezegd. “Ik stel een planning op en morgen stuur ik ze door. Als iedereen een klein stukje doet van hetgeen voor jou te veel zou worden, dan komen we er. Vele handen maken licht werk, toch?” Ze huilde. “Bedankt,” stamelde ze, “dat je me steunde. Zonder jou had ik dit niet gedurfd en ik weet niet wat ik dan had gedaan. Soms is alles zo zwart. Nu kan ik er voor eventjes weer tegen. Dank u!” “Hé meid, je hoeft mij niet te bedanken. Je hebt het helemaal zelf gedaan. Wees maar trots op jezelf! En onthoud nu maar voor een volgende keer dat je het kunt. Dat je alvast geen dwaze ideeën hebt over hoe het beter zou kunnen.” Over dat ‘alles is zo zwart’ zullen we het nog wel eens hebben. Vanavond kruipt ze gelukkig opgelucht in bed. Ikzelf eigenlijk ook. Om haar!

1 opmerking:

  1. Mooi verteld. Mooi geschreven. Mooi om met zo'n herkenbaar verhaal naar buiten te komen. En nu dat je haar geholpen hebt, is het tijd om voor jezelf hetzelfde te doen. Succes.

    BeantwoordenVerwijderen