Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 14 oktober 2014

Stommiteiten.

Aan stommiteiten doe ik niet, hoor! Ah nee! Daarom dat ik gisteren naar de dokter trok en bij thuiskomst merkte dat de garagepoort niet meer openging. Altijd handig, zo’n automatisch geval. Een normaal mens heeft dan ook nog wel zijn huissleutel bij, maar ik dus niet. Ik had dit weekend mijn nieuwe handtas in gebruik genomen, maar ‘de rommel’ stak nog in het oude exemplaar. Edoch niet gevreesd, de schoonmoeder heeft ook nog een sleutel van ons stulpje. Slap en mottig en wel kroop ik op mijn fietske, ik deed de tocht terug die ik net al had gedaan, zwaaide eens opnieuw naar het dokterskabinet vanuit de verte en haalde de sleutel op. Eind goed, al goed. ’s Avonds beval ik de echtgenoot te onderzoeken waarom die stomme poort niet meer open ging en ik suggereerde dat het misschien de batterij zou zijn. Na vijf jaar intensief gebruik is dat misschien niet zo vreemd. Ik vermoed dat hij niet al te hard heeft verder gezocht naar andere oorzaken, want na een paar minuutjes stond hij terug boven met ... een batterij. We bleken nu net toevallig geen gelijkaardige in voorraad te hebben, dus ik moest maar zorgen dat ik ofwel de afstandsbedieningsknop (of hoe noemt ge zo’n ding) of anders mijn huissleutel meenam als ik op pad ging. Ik plande geen grootse uitstappen, want slap en mottig, weet ge wel, maar ik stak het in mijn hoofd.

Vanmorgen was ik slechtgezind, maar echt het soort dat soms tot gezinsdrama’s leidt. Ik schreef hier nog dat we een doorslaapbaby hadden, maar de teergeliefde zoon besloot dat niet langer dan zes dagen vol te houden. Zes dagen lang sliep hij van ergens tussen 19 en 20 u tot 6 u, halleluja! Eens sporadisch moesten we zijn tut nog terug gaan duwen, maar we waren zo euforisch, dat dat ons niet uitmaakte. In die zes dagen doorslapen werd dan de echtgenoot ziek en moest ik dus de verzorging van meneertje op mijn eentje op mij nemen, maar ook dan is het toch een genot als er al geen nachtelijke voeding meer hoeft te zijn. Maar toen werd Kasper zelf zwaar verkouden en hoestte hij zich elke nacht wakker, waarvoor we natuurlijk begrip konden opbrengen. ’t Ventje kon er ook niks aan doen. Daarna kreeg hij de buikgriep van zijn vader over en at hij overdag niet zo veel, waardoor het niet verwonderlijk was dat hij ’s nachts nog even moest bijtanken, toch? Zondag hadden we dan een beetje geknoeid met zijn eeturen om het te laten uitkomen met die doop, dus de schuld van het niet doorslapen moesten we bij onszelf zoeken. Maar gisteren was hij kerngezond, hij had flink gegeten, zijn avondfles was helemaal naar binnen gegaan, dus nu zou hij toch wel gaan doorslapen, hé?! De nacht begon met nog wat misselijkheid. Ik had het aangedurfd om voor het slapengaan toch iets kleins te eten, want zo een vod zijn, is toch ook niet mijn hobby. Het bleef wel binnen, maar mijn maag vond het toch duidelijk geen topplan. Toen ik dan een beetje bekomen was, snurkte de echtgenoot mij werkelijk halfdoof. Ik duwde, ik sloeg tegen zijn arm, ik schopte tegen zijn been, ik deed alles om hem te laten draaien of in een andere houding te krijgen, maar niets mocht baten. Ik werd slechtgezinder en bozer en kon dus helemaal niet meer slapen, natuurlijk. Nét toen ik de slaap had gevonden, begon Kasper te wenen. Tut erin en hij sliep verder. Zo ook de echtgenoot, natuurlijk. Iedere keer als ik éindelijk sliep, maakte Kasper me wakker. Om drie uur moest ik hem dan verdekke tóch nog eten geven en toen ik dan weer in mijn bed kroop, was de echtgenoot opnieuw aan het snurken geslagen! Man, man. Toen dus om vijf voor zes mijn wekker ging – en dat op een ziektedag! – was ik in staat een moord te plegen. Maar goed, ik dwaal af.

U begrijpt uit het bovenstaande dat ik toch lichtelijk moe was, ook niet direct een humeur had om aandachtig op alle details te letten, ik moest nog een zoon zien gekleed en gevoed te krijgen en uiteraard mocht ik niks vergeten mee te geven naar de crèche. Toen ik met Kasper beneden stond om te vertrekken, bleek het dan ook nog eens te regenen en moest ik hem dus met de buggy (mét regenkap) brengen in plaats van in de draagzak. Lang verhaal kort, ik trok dus de deur dicht en besefte dat de sleutel nog binnen op het tafeltje klaarlag. De batterij was natuurlijk nog steeds niet op miraculeuze wijze vervangen geraakt en daar stond ik dan. Een welgemeende f*ck borrelde in mij op toen ik besefte dat ik dit keer ook niet eens een vervoermiddel had. Geen fiets, enkel mijn twee benen die me ergens naartoe konden brengen. Ik bracht dus Kasper naar de crèche, ging naar de krantenwinkel voor een paar vrouwenboekskes en toog dan naar een broodjeszaak voor een thee en een pistoletje met ham. Ik stuurde voorzichtig een sms naar de schoonmoeder, maar ik durfde echt niet te bellen. Straks krijgt ze nog spijt dat ze mij meer dan negen jaar geleden zo met open armen heeft ontvangen! Een uur later zat ik daar nog steeds, mijn tweede thee was ook al op en ik kende intussen het seksleven van een stel vaste klanten, ik wist dat het meisje van de bediening klachten had gekregen en daar niet van gediend was en ik had vernomen dat de baas van de frituur met die broodjeszaak eraan in ’t gevang had gezeten voor fraude maar dat hij nu met een enkelband rondliep. Goed dan. Oh, en dat de kinderen van de mevrouw naast mij volgende week met de school naar een synagoge zouden gaan, stel u voor! Dat kan natuurlijk niet in deze tijden, met al die (?!) aanslagen. Daarna gingen ze dan ook nog naar een moskee op bezoek, de onbeschaamdheid! Haar vriendinnen waren het er roerend mee eens dat ze haar kinderen maar gewoon moest thuishouden, dat ge al die risico’ niet moet nemen in het leven. Ik dacht er het mijne van, ja. Ze vonden het ook niet kunnen dat al die activiteiten in het kader van de godsdienstles moesten plaatsvinden. Hoezo niet? Sinds wanneer bestaat er maar één godsdienst misschien? Maar ik dwaal alweer af. Ik had dus mijn maag meer dan gevuld, ik had het intussen toch wat koud en ik wilde stiekem ook wel weg uit het ietwat bekrompen broodjeszaakmilieu ... dus ik belde dan toch maar naar de schoonmoeder. Die sprong meteen in haar auto en kwam mij redden. Eind goed al goed, dit keer.


Of ik geleerd heb van mijn fout? De sleutel zit nu in mijn nieuwe handtas, ja. Zo lang ik die dus niet nog eens verander, is er voorlopig niks aan de hand!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen