Over Upje.

Follow by Email

dinsdag 18 november 2014

Diabetes awareness month.

Het bleef weer even stil en dat terwijl ik eigenlijk best wat te vertellen had! Dat het in november ‘diabetes awareness month’ is bijvoorbeeld. Het is dan de bedoeling om Jan met de pet bewust te maken van de risicofactoren voor diabetes en ook wat meer inzicht te geven in hoe het is om met de ziekte te leven. Het is immers onzichtbaar voor de buitenwereld, maar dat betekent daarom niet dat het niets voorstelt. Meestal vind ik wel dat er goed mee valt te leven. Dat het echter niet altijd rozengeur en maneschijn is, beschreef ik al eens hier en hier.

Soms ergeren diabeten zich aan de onwetendheid van anderen, maar ik neem het niemand kwalijk. Weet ik alles over een ziekte waar ik nog nooit van heb gehoord of waar ik enkel de banaliteiten weet die soms in de media worden rondgestrooid? Ik dacht het niet. Soms worden er compleet zotte dingen gezegd, dat is waar. Dat mijn diabetes zal verdwijnen als ik maar voldoende afval en gezond eet, bijvoorbeeld. Of dat ik diabetes heb door te veel suiker te hebben gegeten. Oh, of misschien dat ik zeker blind ga worden en ledematen ga moeten afzetten, dat zijn ook van die leuke.

Op veertien november had ik dan weer kunnen komen vertellen dat het werelddiabetesdag was. De kers op de taart van die maand, weet ge wel. Er worden lezingen op poten gezet, nationaal allerlei wandelingen georganiseerd, in het nieuws wijdt men al eens een itempje aan ‘diabetes’ en hier en daar komt er een arts wat vertellen. Het is belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de ziekte, want er komen steeds meer patiënten bij. Bij type I – hetgeen ik heb en waarbij je lichaam er plots mee ophoudt insuline aan te maken – is het quasi onmogelijk om niet op te merken dat er iets scheefloopt. Bij type II hebben mensen het soms al jarenlang zonder het te beseffen. Eens ze op het punt zijn gekomen dat ze er echt last van hebben, is er vaak al onherstelbare schade aangericht. Vooral voor die mensen is bewustmaking op grote schaal zo belangrijk.

Ik zweeg echter en ik had zo mijn redenen. De diabetesmaand vindt het blijkbaar lollig om mij het leven zuur te maken. Het gebeurt te vaak dat mijn suiker te laag is en dat het moeilijk blijkt om daar weer uit te raken. Eén cola, twee cola’s, drie etc en toch blijven de lage waardes er verder inhakken. Soms raak ik in paniek en geloof ik dat het niet meer goedkomt. Af en toe denk ik dat het echt onmogelijk is dat ik nog stééds te laag zit, na alles wat ik al heb gedronken en gegeten, dus meet ik niet nog eens en drink niet nog wat cola. Met als gevolg dat de echtgenoot me moet dwingen de cola naar binnen te werken die hij voor mijn neus zet. Niet fijn. Niet voor hem en niet voor mij.

Afgelopen woensdag kreeg ik de kers op de taart. Ik mag hopen dat het eenmalig was en nu nooit meer zal voorvallen, maar ik ben bang dat het zo niet werkt. Plots zei er iemand: “Mevrouw, u heeft een hypo.” Er werd aan mijn lijf gesleurd en gevraagd of ik zelf op de brancard kon kruipen. Brancard? “Pas op, u heeft een infuus!”, riep iemand. Huh, sinds wanneer? Plots begon het te dagen: ik had met de echtgenoot gebeld en het gesprek afgebroken met de boodschap dat ik even cola moest drinken, want dat ik te laag stond. Er was een vaag gevoel van paniek en het idee dat ik cola moest kopen, terwijl ik toch gewoon blikjes in mijn handtas had zitten. Wat er dan is gebeurd, weet ik echt niet. Volgens de ambulanciers heb ik nog wat rondgezwalpt en ben ik uiteindelijk in elkaar gezakt. Hoe die mannen daar zijn gekomen en wie ze heeft verwittigd? Geen idee. Wat ik heb gedaan, of er misschien iemand aan me heeft gevraagd of het wel ging, ik kan het allemaal niet zeggen. Toen ik plots besefte wat er aan de hand was, raakte ik in paniek. “Hoe laat is dat hier?”, vroeg ik trillend en het antwoord bracht me nog meer van slag. Minimaal dertig minuten sinds dat telefoontje met de echtgenoot. En mijn werk! Die wisten helemaal niet waar ik was! Ik moest ze snel bellen!

Een stel boterhammen en een nietszeggend gesprekje met de spoedarts later mocht ik beschikken. Op de fiets terug naar kantoor dus en maar een beetje proberen te werken. Ik moet toegeven dat het niet goed lukte. Ik kon mijn gedachten er niet echt bijhouden. Dit was niet meer om mee te lachen. Ge kunt nog zo hard roepen dat diabetes allemaal meevalt, maar na episodes als deze voelt het toch niet echt zo. Mijn collega’s waren zwaar onder de indruk, dus ik probeerde het wat te minimaliseren. De echtgenoot schoot meteen in bezorgdheidsstand, waardoor ik er dan weer alles aan deed om hem te kalmeren. De volgende dag begonnen mijn collega’s er al stevig mee te lachen en voortdurend allusies te maken op wat was gebeurd. Ge kunt er inderdaad maar beter eens mee lachen, ik ben ook van dat gedacht. Toch kan ik er niet aan doen dat ik het niet lollig vind. Die controle volledig verliezen en niet kunnen zeggen wat ge in tussentijd hebt gedaan. Niet willen doemdenken, maar toch door uw hoofd zien flitsen wat er had kunnen gebeuren als ge alleen thuis waart geweest of als ge voor Kasper hadt moeten zorgen. Wat voor rampen er boven uw hoofd hadden gehangen als ge met de auto hadt gereden.

Zoals altijd konden de artsen niet meteen een oorzaak bedenken. “U heeft ofwel teveel insuline gebruikt, of anders te weinig gegeten of te veel inspanning gedaan,” merkte er eentje snugger op. Dat er ergens in de balans iets niet helemaal juist zat, dat lijkt me duidelijk. Dat er soms echter ook geen duidelijk aanwijsbare redenen zijn, daar moest ik hem toch even op wijzen. Een diabeet is niet iemand die ‘ziek’ is, maar wel iemand die met een defect in het lichaam moet leven. Meestal betekent dat gewoon alert blijven en een hoop handelingenuitvoeren die voor een ander zwaar lijken, maar voor de gemiddelde patiënt snel routine zijn en niet meer als een probleem worden ervaren. Het betekent niet eten zonder nadenken, heel veel rekenen en continu blijven sleutelen aan de instellingen. Dat moet iemand met een allergie of astma ook, denk ik dan. Soms betekent het echter wél dat er problemen zijn. Toen dat bewustzijnsverlies me ’s tijdens de nacht overkwam, vonden ze het ‘normaal’ doordat het bewustzijn ’s nachts sowieso verlaagd is. Nu was het gewoon klaarlichte dag. Het maakt me ergens toch bang. Ik hoop heel hard dat het iets eenmaligs was. De tijd zal het ons leren. Maar hoewel ik het heel belangrijk vind om aan de buitenwereld te tonen dat diabeet zijn niet hoeft te betekenen dat er allerlei speciale regelingen getroffen moeten worden voor u en dat ge in principe alles kunt doen wat een ander doet, blijf ik er toch ook op hameren dat het hier en daar ook stevig scheef kan gaan. Dat het geen ziekte is om mee te lachen of te spotten. Het is bittere ernst. Dus als iemand in uw omgeving diabetes blijkt te hebben, ongeacht welk type, houdt dat dan toch maar in uw achterhoofd. Geeft geen commentaar op hoe de persoon in kwestie met zijn ziekte omgaat, maar steunt hem in wat hij onderneemt en weest begripvol als het wat moeilijker gaat. En weest u er altijd van bewust dat ge het aan de buitenkant dan misschien niet ziet, maar dat het er daarom niet minder is. Dankuwel!

1 opmerking: